You are here

Bonenwortelluis

Smynthurodes betae (Westwood, 1849)

Kenmerken

Het voorhoofd is praktisch recht, zonder voorhoofdsknobbels. De bijna kogelvormige ongevleugelde levendbarende vrouwtjes hebben antennen die uit vijf leden bestaan en circa 1/3 maal de lichaamslengte zijn. Kenmerkend is het tweede verlengde antennelid, wat langer is dan het vierde en (zeer vaak) het derde lid. Het laatste antennelid is zeer kort. Sifoonporiën zijn in geen der vormen aanwezig. De cauda is breed en rond, niet ingesnoerd. De kleur van de bonenwortelluis op secundaire waardplanten is vuil geelachtig wit, met een bruinachtig kop, antennen en poten. Het lichaam is bekleed met fijne haartjes en licht bedekt met een wasachtig poeder. Ongevleugelde vrouwtjes zijn niet gepigmenteerd op de rug van het achterlijf, terwijl gevleugelde vrouwtjes donkere dwarsbalken bezitten. Deze bladluis leeft op de wortels van waardplanten.

Levenscyclus

De bonenwortelluis overwintert als eitje op Pistacia-soorten. De eitjes komen uit in het voorjaar en ontwikkelen zich tot ongevleugelde vormen (stammoeders). De kolonies die van september tot november door gevleugelde migranten op secundaire waardplanten worden gesticht, brengen pas in het volgende jaar mannetjes en geslachtelijk voortplantende ovipare vrouwtjes voort. Een continue levendbarende voortplanting door kolonies levendbarende vrouwtjes is niet alleen waargenomen in regio’s met koude winters waar geen primaire waardplanten aanwezig zijn, maar ook in regio's waar de bladluis zich holocyclisch voortplant. Deze koloniseert de wortels van de secundaire waardplanten, met name wanneer de grond droog en warm is. De soort wordt vaak beschermd door mieren, die de bladluizen 's winters overbrengen op wortels in hun nest. Primaire waardplant (winter) Pistacia mutica en P. atlantica (in zeldzame gevallen pistache (P. vera)) Secundaire waardplant (zomer) Verscheidene kruidachtige planten, met inbegrip van samengesteldbloemigen (Compositae), nachtschadeachtigen (Solanaceae), de ganzevoetfamilie (Chenopodiaceae) en de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae) zoals boon (Phaseolus), wikke (Vicia), aardappel (Solanum tuberosum), biet (Beta) en katoen (Gossypium) Levenscyclus Holocyclisch en anholocyclisch (permanent en incidenteel)

Schade

De zuigactiviteit van de bonenwortelluis op de primaire waardplant leidt tot spilvormige geelgroene of rode gallen doordat de randen van het blad nabij de basis omvouwen. Van de secundaire waardplanten worden de wortels gekoloniseerd, waarbij een zware aantasting gedurende een langere periode kan leiden tot ernstige verwelking, verdroging en het afsterven van planten. Aangetaste haarwortels worden bruin en sterven af.