You are here

Gevlekte bladluis

Gevlekte bladluis
Aulacorthum (Neomyzus) circumflexum (Buckton, 1876)

Gevlekte bladluis

Algemeen voorkomende en wijdverspreide middelgrote soort (1,2-2,6 mm) die waarschijnlijk van oost-palaearctische oorsprong is.

Kenmerken

Het voorhoofd wordt gekenmerkt door naar binnen welvende binnenranden van de voorhoofdsknobbels. De lange ovale ongevleugelde levendbarende vrouwtjes hebben antennen die uit zes leden bestaan en maximaal 1,5 maal zo lang zijn als het lichaam. Het laatste antennelid is meer dan 2 maal zo lang als de sifonen. De sifonen zijn cilindrisch, vrij dik, korter dan 1/4 maal de lichaamslengte en tot 2,3 maal zo lang als de cauda. De cauda is tongvormig en bezet met vijf of zes (soms ook wel vier) haartjes. De kleur van de bladluis is glanzend witachtig, bleekgeel tot helder groen. Antennen, poten, sifonen en cauda zijn bleek. Karakteristiek voor de rug van het achterlijf van de ongevleugelde vrouwtjes is een grote, gewoonlijk hoefijzervormige gepigmenteerde plek. Gevleugelde vrouwtjes hebben een compacte gepigmenteerde plek op het midden van de rug en vlekken aan de rand.

Levenscyclus

Anholocyclisch. Er zijn nooit geslachtsdieren waargenomen. Zij overwinteren als levendbarende vorm en overleven alleen onder zachte weersomstandigheden of in beschermde omgeving op potplanten in huis en onder glas. Aangezien er zelden gevleugelde vrouwtjes voorkomen, vindt verspreiding plaats door menselijke activiteit.

Waardplant (winter en zomer)

Veel kruidachtige planten, waaronder veel economisch belangrijke gewassen.

Schade

De gevlekte bladluis is extreem polyfaag en leeft op zowel tweezaadlobbigen als eenzaadlobbigen. Met haar zuigactiviteit veroorzaakt de gevlekte bladluis weinig rechtstreekse schade, maar in warmere klimaten is het een belangrijke overbrenger van meer dan 30 virussen, waaronder zowel persistente als non-persistente virussen van aardappel, boon, bloemkool, biet en andere gewassen.