Groene perzikluis/tabaksperzikluis Groene perzikluis/tabaksperzikluis | Syngenta Nederland

You are here

Groene perzikluis/tabaksperzikluis

Groene perzikluis/tabaksperzikluis
Myzus (Nectarosiphon) persicae (Sulzer, 1776)

Groene perzikluis/tabaksperzikluis

Algemeen voorkomende en wijdverspreide middelgrote soort (1,2-2,6 mm) van palaearctische oorsprong.


 
Kenmerken
Het voorhoofd wordt gekenmerkt door de uitstekende voorhoofdsknobbels aan de basis van de binnenzijde van de antennen. De antennen bestaan uit zes leden en zijn niet langer dan het lichaam. Het laatste antennelid is korter dan de sifonen. De sifonen zijn lang en iets gezwollen, circa 1/4 maal de lichaamslengte en twee maal zo lang als de cauda. De cauda is langwerpig driehoekig en vaak bezet met zes haartjes. De kleur van deze bladluis varieert van geelachtig groen, groen tot bleek geelachtig. In Europa is slechts één maal een rode ongevleugelde adult waargenomen (in Noord-Duitsland). Kolonies met rozerode of rode onrijpe gevleugelde vrouwtjes komen incidenteel voor, met name in de herfst of onder koude omstandigheden. Terwijl de ongevleugelde vrouwtjes niet gepigmenteerd zijn op de rug, hebben gevleugelde vrouwtjes als kenmerk een zwarte vlek midden op de rug van het achterlijf.
 
Levenscyclus
Levenscyclus Holocyclisch (soms ook anholocyclisch).
De groene perzikluis/tabaksperzikluis overwintert als eitje op perzik of in zeldzame gevallen op andere prunussoorten. De eitjes komen uit in het voorjaar waarbij klonen van ongevleugelde vormen (stammoeders) tot stand komen. Gevleugelde migranten vliegen naar de secundaire waardplant, waar zij zich gedurende de rest van het seizoen parthenogenetisch vermeerderen. In de herfst worden er twee typen migranten voortgebracht: mannetjes en gynopare individuen, uit deze laatste komen de geslachtelijk voortplantende ovipare vrouwtjes voort, nadat zij op de primaire waardplant zijn aangekomen. Bij zachte weersomstandigheden of wanneer er geen prunussoorten aanwezig zijn, komt overwintering als levendbarende vorm voor. De groene perzikluis/ tabaksperzikluis is polyfaag; de secundaire waardplanten zijn kruidachtige planten, zowel wilde planten als cultuurgewassen.
 
Primaire waardplant (winter) Perzik (Prunus persica), maar soms ook andere prunussoorten.
Secundaire waardplant (zomer) Veel verschillende plantenfamilies, waaronder veel economisch belangrijke gewassen.
 
Schade
De zuigactiviteit van deze bladluis veroorzaakt een ernstige krulling van de bovenste bladeren van de primaire waardplant. Op de secundaire waardplanten worden voornamelijk de bladeren gekoloniseerd, met name de bladscheden van de lager geplaatste bladeren. De bladluis kan zeer schadelijk zijn en is één van de belangrijkste overbrengers van virussen. Er kunnen zowel persistente (zoals het aardappelbladrolvirus, het erwtentopvergelingsvirus, het erwtenenatiemozaïekvirus, (het tobacco vein distorting virus, het tobacco yellow veinbanding virus), het zwakke-vergelingsvirus van biet, (beet yellow net virus en het slavergelingsvirus) als verscheidene non-persistente virussen worden overgebracht.