You are here

Grote wikkeluis

Grote wikkeluis
Megoura viciae (Buckton, 1876)

Grote wikkeluis

Algemeen voorkomende grote (soort 3,0-5,2 mm) die wijdverspreid is in Europa, Centraal-Azië, het Midden-Oosten en Ethiopië en ook is gemeld in Noord-Amerika

.

Kenmerken

Het voorhoofd wordt gekenmerkt door grote voorhoofdsknobbels met van elkaar wijkende binnenranden. De brede spilvormige ongevleugelde levendbarende vrouwtjes hebben antennen die uit zes leden bestaan en even lang zijn als het lichaam. Het laatste antennelid is tot 1,9 maal zo lang als de sifonen. De sifonen zijn sigaarvormig, circa 1/7 maal de lichaamslengte en ongeveer even lang als de cauda. De cauda is lang, tongvormig en bezet met 11-17 haartjes. De kleur van deze bladluis is donkergroen of blauwachtig groen. De kop, sifonen, antennen, cauda en poten zijn zwart. Ongevleugelde vrouwtjes hebben een donkere vlek vóór elke sifon en in het midden van de rug een dwarsbalk achter de sifonen. Gevleugelde vrouwtjes hebben grote zwarte vlekken aan de rand en twee dwarsbalken achter de sifonen op de rug van het achterlijf.

Levenscyclus

De grote wikkeluis overwintert als eitje op vlinderbloemigen. De eitjes komen uit in het voorjaar en ontwikkelen zich tot ongevleugelde vormen (stammoeders). Gevleugelde migranten die in voorjaar/zomer zijn voortgebracht, vliegen over naar andere waardplanten waar zij zich gedurende de rest van het seizoen parthenogenetisch vermeerderen. Aan het begin van de nazomer worden er gevleugelde mannetjes en gynopare individuen voortgebracht. Uit deze laatste komen, na terugkeer op de primaire waardplant, de geslachtelijk voortplantende ovipare vrouwtjes voort. Kolonies worden bij voorkeur op de jonge delen van de waardplant gesticht. Bij zachte weersomstandigheden of onder glas kan overwintering als levendbarende vorm plaatsvinden. Waardplant (winter en zomer) Verschillende soorten vlinderbloemigen (Leguminosae) (bv. veldlathyrus (Lathyrus pratensis) en wikke (Vicia)) Levenscyclus Holocyclisch (soms ook anholocyclisch)

Schade

De zuigactiviteit van deze bladluizen veroorzaakt gewoonlijk geen ernstige schade aan de plant. Maar zij scheiden wel een grote hoeveelheid honingdauw af, waarop zich roetdauwschimmels kunnen ontwikkelen. Van ten minste acht virussen is bekend dat die door de grote wikkeluis kunnen worden overgebracht. Dit zijn het (pea enation mosaicvirus), het bonenscherpmozaïekvirus, het bonenrolmozaïekvirus en het waarschijnlijk minder efficiënte erwtentopvergelingsvirus.