You are here

Maïskopbrand: hoog tijd voor duidelijkheid

Maïskopbrand lijkt verder op te rukken; vooral in lagere, natte gebieden.

In Nederland is het in 2012 voor het eerst officieel vastgesteld met 50% tot 100% aantasting op sommige percelen. Deze maïs was onbruikbaar. De kans op een zware aantasting is groter als de beginontwikkeling van de maïs tot het 4 à 5 bladstadium slecht is door stress (koude, natte gronden, nachtvorsten).
Hetzelfde geldt voor gevoelige rassen, na minder strenge winters en bij nattere weersomstandigheden.

De aantasting tussen rassen varieert van minder dan 0,1% tot 50%. Bij kopbrandaantasting boven 10% vallen het zetmeelgehalte en de voederwaarde tegen doordat de kolf volledig verschimmeld is. Ook de drogestofopbrengst is dan lager. Bij 50% aangetaste planten is het zetmeelgehalte gehalveerd en de opbrengst mogelijk 25% lager.

 

Maïskopbrand infectie

• Infectie is systemisch
• Schimmel komt de kiemplant binnen via de wortel
• Vaker bij groei stagnatie in 4-5 blad en natte omstandigheden
• Infectie is maar zichtbaar vanaf bloei

Deze schimmel blijft in de grond over. Head smut tast de maïs al in het kiemplantstadium aan via de wortel. Als de maïs in het 2 à 3 bladstadium te langzaam groeit, kan de schimmel het groeipunt bereiken met aantasting van de bloeiwijzen, pluim en kolf, van binnenuit.Tot eind augustus is aan de plant nauwelijks iets te zien, alleen de plantlengte blijft wat achter. Rond 1 september ontstaat soms zwart schimmelpluis op de pluim en in het schutblad op de plaats van de kolf ontstaat een grote harige schimmelbol, die de gehele kolf vervangen heeft.
De schimmelbollen vormen sporen, die op de grond vallen of door wind worden verspreid. Bij zware aantasting is bij het hakselen een zwarte stofwolk van sporen te zien. Ook via machines vindt verspreiding plaats.

In de kuil veroorzaakt een zware aantasting een vieze zwarte laag, die lijkt op natte zwarte grond.Maïskopbrand kan het hele maïsgewas onbruikbaar maken.

Maïskopbrand maatregelen

De beste maatregel tegen maïskopbrand is het uitzieken van de schimmel op het perceel in vruchtwisseling met vier jaar gras of in een vierjarige akkerbouwrotatie, omdat sporen circa vier jaar in de bodem overblijven en hun kiemkracht bewaren.

Ongevoelige rassen: belangrijk is ook om vrijwel ongevoelige rassen voor kopbrand te zaaien. Op percelen die met maïskopbrand zijn besmet, kunnen veehouders een aantal rassen vrijwel probleemloos telen.

Het perceel blijft wel ziek en ook is er kans op geringe verspreiding, maar als veehouders met deze rassen maïs telen, kunnen ze dit zonder problemen inkuilen en voeren. Op koude, natte percelen zijn vroegheid en stevigheid ook belangrijk.
Ook helpt het om zaaizaad te gebruiken dat met een fungicide zoals Alios (triticonazool) of Feuver (prothioconazool) is behandeld. Dat halveert grofweg de aantasting. Voor zeer gevoelige rassen is deze maatregel onvoldoende effectief.