You are here

Meeldauw in potplant

Meeldauw in potplant
Erysiphaceae

Meeldauw in potplant

Pot- en perkplanten kunnen gevoelig zijn voor echte meeldauw (Erysiphaceae) zoals anisodontea, anthurium, azalea, begonia, bellis, bolchrysant, bougainville, campanula, cassia (Senna), celosia, cestrum, cinerarea, euphorbia, eureops, fatsia, gardenia, heliotroop, herfstaster (Aster novi-belgii), hortensia, kalanchoë, klimplanten (clematis, hedera), lantana, osteospermum, pelargonium, petunia, potanjer, potchrysant, potgerbera, primula, ranunculus, salvia, sierkolen, solanum, tagetes, viool en zonnebloem.

 

 

De schimmeldraden van echte meeldauw groeien eerst over het oppervlak van de plant en dringen dan in het plantenweefsel. Daarna wordt het voedsel uit de plant opgenomen. Wist u dat uit de schimmeldraden een groot aantal sporendragers groeien, die meeldauw het bekende uiterlijk geven van de witte vlek? Men noemt dit het zogenaamde “wit”. Bij het blad kan dit zowel op de boven- als (bovenwit) aan de onderzijde (onderwit) ontstaan.

 

De sporen zelf zijn zeer licht en worden door wind en luchtbeweging gemakkelijk over grote afstanden verspreid. Hierdoor ontstaat meeldauw het eerst op tochtplekken in de kas. In tegenstelling tot veel andere schimmels ontwikkelt echte meeldauw zich ook goed bij een lage luchtvochtigheid, doordat de sporen zelf relatief veel vocht bevatten. Droog en warm afwisselend weer is dus ideaal voor een snelle uitbreiding van meeldauw.