Melige perzikluis Melige perzikluis | Syngenta Nederland

You are here

Melige perzikluis

Melige perzikluis
Hyalopterus amygdali (Bland, 1840)

Melige perzikluis

Kenmerken

Algemeen voorkomende kleine tot middelgrote soort (1,5-2,9 mm) die wijdverspreid is in Europa, het Middellandse-Zeegebied en Centraal-Azië.

Het voorhoofd is bol zonder uitstekende voorhoofdsknobbels. De langwerpig gevormde ongevleugelde levendbarende vrouwtjes hebben antennen die uit zes leden bestaan en half zo lang zijn als het lichaam. Het laatste antennelid is circa drie maal zo lang als de sifonen. De sifonen zijn klein en dun, tot 2,5 maal zo lang als de grootste doorsnede ervan, ingesnoerd aan de basis en korter dan 1/10 maal de lichaamslengte. De cauda is lang en tenger, bezet met vijf of zes haartjes en twee maal zo lang als de sifonen. Op perzik is de kleur van deze bladluis bleekgroen en donkerder groen gespikkeld. Het lichaam is bedekt met een kenmerkend wasachtig poeder. Op secundaire waardplanten komen naast groene individuen ook schemerachtig roodachtige bladluizen voor. Ongevleugelde en gevleugelde vrouwtje zijn niet gepigmenteerd op de rug van het achterlijf.

Levenscyclus

De melige perzikluis overwintert als eitje op perzik of amandel. De eitjes komen vroeg in het voorjaar uit en ontwikkelen zich tot ongevleugelde vormen (stammoeders). Laat in het voorjaar worden er gevleugelde migranten voortgebracht die overvliegen naar moerasgrassen (secundaire waardplant) waar zij zich gedurende de rest van het seizoen parthenogenetisch vermeerderen. De migratie is niet altijd volledig: het hele jaar kunnen er grote bladluiskolonies op de primaire waardplant blijven. In de herfst worden er gevleugelde mannetjes en gynopare individuen voortgebracht. Uit deze laatste komen, na terugkeer op de primaire waardplant, de geslachtelijk voortplantende ovipare vrouwtjes voort. Bij zachte weersomstandigheden zou overwintering als levendbarende vorm mogelijk moeten zijn. Primaire waardplant (winter) Perzik (Prunus persica) en amandel (P. dulcis) Secundaire waardplant (zomer) Grasachtigen van de geslachten riet (Phragmites) en struisriet (Arundo) Levenscyclus Holocyclisch (soms ook anholocyclisch)

Schade

De zuigactiviteit van deze bladluis veroorzaakt een ernstige krulling van het blad van de primaire waardplant. Wanneer de plant vroeg wordt aangetast kan dat leiden tot afval van de bloesem. Het blad kan aan de onderzijde volledig met bladluizen zijn bedekt. De grote hoeveelheden honingdauw kunnen de ontwikkeling van roetdauwschimmels bevorderden, wat de fotosynthese belemmert en de handelswaarde van de aangetaste vruchten drastisch doet dalen.