Gerstevergelingsvirus: Wees de komende week alert! | Syngenta Nederland

You are here

Gerstevergelingsvirus: Wees de komende week alert!

Gewasbescherming
01.11.2020
Gerstevergelingsvirus

In het voorjaar, bij het stijgen van de temperaturen, wordt de ziekte in het veld verder verspreid. In een zachte winter in combinatie met een warm voorjaar is de kans op verdere verspreiding het grootst, omdat luizen in het gewas overwinteren en vanuit geïnfecteerde planten nog gezonde graanplanten besmetten. De aantasting wordt als haarden in het gewas zichtbaar. In gerst is de schade meestal beperkt, in tarwe kan een besmetting tot opbrengstderving leiden

Bladluizen in wintergranen kunnen worden bestreden met 0,05 l/ha Karate Zeon®; deze bespuiting eventueel herhalen als de hoge temperaturen aanhouden.

In onderstaand artikel informeren wij u verder over de gerstevergelingsziekte, hoe deze ontstaat en wat u kunt doen. Hoe verspreidt zich het virus?

De eenvoudigste uitleg is de vergelijking met Malaria (moeraskoorts), hoewel Nederland sinds 1960 geen last meer heeft van Malaria, kent vrijwel iedereen deze ziekte. Malaria wordt enkel verspreid door malariamuggen. De malariamug steekt iemand die al besmet is, en krijgt zodoende de parasiet binnen. De mug steekt vervolgens iemand die nog niet besmet is en hierbij worden kiemen van de parasiet geïnjecteerd bij deze persoon, die vervolgens ook ziek wordt. Om de ziekte te bestrijden geldt: doodt de malariamuggen = stop de Malaria.
De rol van insecticiden bij malaria is uitgelegd in dit eenvoudige filmpje: https://www.youtube.com/watch?v=FMZeEqbV_X8 (Engels)

Gerstevergelingsvirus is een persistent virus dat enkel overgebracht wordt door bladluizen, het virus wordt niet overgebracht door andere insecten, noch via zaad, grond of contact. Om gerstevergeling te bestrijden is er maar één mogelijkheid: dood de bladluizen = stop de gerstevergelingsziekte. Een luis moet zich minimaal 15 minuten voeden aan een geïnfecteerde plant om geïnfecteerd te worden met het virus, pas na een latente periode van 12 uur kan het virus door de luis overgebracht worden naar andere planten. Eenmaal geïnfecteerd blijven luizen dat de rest van hun leven.

Van perceel tot perceel andere problemen, zaaidatum belangrijke factor.
Het aantal luizen alleen is geen indicatie voor de mate van het virus. Het percentage luizen dat het virus draagt is namelijk onbekend. Er kunnen veel luizen aanwezig zijn waarvan er maar weinig geïnfecteerd zijn. Maar een klein aantal geïnfecteerde luizen kan voor serieuze problemen zorgen. De druk van het virus varieert dan ook van jaar tot jaar en is afhankelijk van een complexe interactie tussen de luizen, het weer, het virus en het gewas. De zaaidatum is hierbij een belangrijke factor.
Vroeg gezaaide percelen hebben aanzienlijk meer risico om door geïnfecteerde luizen bevlogen te worden. Om die reden zijn de problemen in wintergerst dan ook groter dan in wintertarwe.

Waarom Hyvido-rassen aanzienlijk minder last hebben van het virus leggen we hier uit. Echter in Hyvido-rassen (hybride wintergerst) zijn er bijna geen problemen terwijl er verschillende ‘klassieke’ wintergerstpercelen juist grote problemen zijn. Dit komt niet door de genetica van de rassen maar door de zaadcoating. Het advies van Syngenta is om Hyvido-rassen vroeg te zaaien (september-half oktober), het risico op gerstevergelingsvirus is dan groter. Daarom zijn alle Hyvido-rassen standaard gecoat met een insecticide: dood de bladluizen = stop de gerstevergelingsziekte. Klassieke wintergerstrassen zijn meestal niet gecoat met een insecticide.

Hoe zit het in tarwe?
Ook in tarwe zijn er problemen met het gerstevergelingsvirus. Door de goede omstandigheden in het najaar zijn er ook veel wintertarwepercelen vroeg gezaaid. Wanneer u dit komend jaar weer van plan bent, wees dan erg alert op de aanwezigheid van luizen. Controleer uw gewas regelmatig en voer indien nodig een bespuiting uit. Het gebruik van standaard een insecticide-coating is in tarwe niet aan te bevelen. De meeste percelen staan pas boven als de luizen in winterrust zijn.

Wat te doen in komende maanden van het seizoen?
Jonge planten zijn het meest vatbaar voor het virus en een infectie kan dan leiden tot afsterving van de planten. Infectie later in het seizoen heeft minder invloed op de groei maar kan alsnog opbrengstderving geven. Ook luizen zonder het virus geven in hoge aantallen opbrengstderving door zuigschade. Wees daarom alert op de aanwezigheid van luizen in uw gewas en voer indien nodig een bespuiting uit. Bladluizen in wintergranen kunnen worden bestreden met 0,05 l/ha Karate Zeon®. Deze bespuiting eventueel herhalen als de hoge temperaturen aanhouden.