Let in granen op bladluizen

Gewasbescherming
1132x637_bnl_cereal_grain_aphid.jpg

Bladluizen zorgen niet enkel voor rechtstreekse schade, maar kunnen ook het dwergvergelingsvirus (“Barley Yellow Dwarf Virus” of “BYDV”) overbrengen in onze graangewassen. Ook bij BYDV tolerante rassen moet u ook zeker alert zijn!

zegt Inagro (Onafhankelijk onderzoeksinstituut voor land- en tuinbouw, België)

Het is belangrijk om bij teelttechnische keuzes, zoals zaaidatum en rassenkeuze, hierbij stil te staan en aantasting preventief aan te pakken. Er worden daarom verschillende wintergerstrassen aangeboden die tolerant zijn tegen het dwergvergelingsvirus. Uit meerjarig onderzoek naar het al dan niet behandelden van tolerante en niet tolerante variëteiten door Inagro, blijkt dat de bladluisdruk in elke situatie verder opgevolgd dient te worden. Bij een hoge bladluisdruk kan het namelijk raadzaam zijn om in te grijpen, ook bij tolerante rassen.

Overdracht BYDV -virus naar graangewassen, hoe gaat dit en wat voor schade veroorzaakt het virus?
Overdracht van het dwergvergelingsvirus naar graangewassen vind vooral in het najaar plaats. 
In een najaar met warm weer is het risico op virusoverdracht dus groter. Bladluizen voeden zich met de suikers uit de sapstroom. Door zich te voeden aan een virusdragende plant wordt de bladluis een mogelijke infectiebron voor andere planten. 
Door de aantasting in een jong stadium stopt de groei van de graanplant en treedt bladverkleuring (geel, rood tot paars) op. Wat dus dwerggroei en vergeling van het gewas veroorzaakt, met ernstige gewasschade als gevolg. Alle graangewassen kunnen aangetast worden. De meeste schade in het najaar is evenwel te verwachten bij wintergerst en vroeggezaaide wintertarwe. De vlucht van bladluizen vindt namelijk plaats bij temperaturen boven de 10 à 12 °C, wat de kans op aantasting vergroot vroeg in het najaar, op het moment dat mais afrijpt en de bladluizen nieuwe voedingsbronnen opzoeken.

Wanneer is het nodig om te behandelen?
De aanwezigheid van het dwergvergelingsvirus in de planten kan sterk verschillen van jaar tot jaar en van streek tot streek en en hangt ook samen met weersomstandigheden (warm weer). 
Daarnaast is de graad van aantasting afhankelijk
 - van de grootte van de bladluispopulaties
 - de hoeveelheid virusdragende bladluizen
 - de aanwezigheid van waardplanten, zoals maïspercelen in de buurt
 - met BYDV gecontamineerde graanopslag en 
 - de hoeveelheid virusdeeltjes in de plant
Als richtlijn geeft Arvalis (Frankrijk) dat als 10 % van de planten minstens 1 bladluis dragen, of er zijn voor 10 dagen bladluizen aanwezig in het perceel, dat dan een bladbehandeling in het najaar te verantwoorden is.

Ons advies: Is de schadedrempel bereikt, behandel met Karate Zeon 50 ml/ha