Snoeptomaat - Teeltinfo #1, week 8 | Syngenta Nederland

You are here

Snoeptomaat - Teeltinfo #1, week 8

Groentenzaden
18.02.2020
De snoeptomaat specialist

Hoe was het klimaat tot nu toe en hoe hebben de planten hierop gereageerd?

De vroege plantingen in West Nederland hebben tot en met week 6 een gemiddeld lichtniveau gehad. De wat latere plantingen lopen qua instraling iets achter op het langjarig gemiddelde.

Instarling feb 2020
Bron lichtcijfers - De Lier, Westland

De buitentemperaturen zijn ruim bovengemiddeld. We zien dat zeker bij de vroegere plantingen bijna alle folieschermen al uit de kas verwijderd zijn. Door het zachte weer zien we vooral bij de bedrijven die vroeg wat warmer in de ochtend zitten wat rek op de trosstelen.

Op welke kopafstanden is er geplant en wanneer zijn er koppen bijgemaakt en zijn we op eindafstand?

Onbelichte teelt: De meeste onbelichte gewassen zijn op 2 tot 2.5 koppen per m² geplant. Het meeste plantmateriaal is geënt getopt op het 2de blad, in enkele gevallen op het derde blad wat ondanks de lage lichtomstandigheden goed plantmateriaal heeft opgeleverd met twee gelijke scheuten.

Bij de vroege plantingen wordt er vaak in twee rondes naar de eindafstand gegaan, de latere zaaiingen veelal in één keer.  We adviseren een eindafstand van 4.4 – 5.0 koppen/m² afhankelijk van ras, kastype en beschikbare hoeveelheid CO2.

Het blijft belangrijk om voldoende kracht op de dief te hebben. Is de plant op dit moment net iets te zwak of als het buiten te donker is, is het beter om dit 1 of 2 weken uit te stellen.

Bij de meeste gewassen zijn we begonnen om een blaadje uit de kop te nemen. Dit zorgt voor een opener en generatiever gewas met sterkere trossen en betere zetting.

Belichte teelt: Onder de standaard belichtingscapaciteit van 180 micromol zijn de plantingen van augustus t/m oktober op winterdichtheid geplant met een 3 of 4 kopper. De winterafstand is 3.5 -3,75 koppen/m². Daarna worden in januari koppen bijgemaakt naar 4.5 - 5 koppen/m².

We zien dat alle rassen vanwege het generatieve karakter vaak op de sterkste onderstam geënt worden, in dit geval vaak DR0141.

Wat is de actuele situatie van onze rassen?

Sweetelle
Onbelichte teelt: Mooi generatief gestart, over het algemeen mooi gelijk plantmateriaal. Eerste tros is meest enkel daarna volgen meer en meer splittrossen, tot boven de 90%. Bij de vierde tros in bloei starten we met het punten van de onderste tros (enkel de nabloeiers).

Belicht: De gewassen zijn goed in balans en beginnen nu wat hergroei te geven nu het licht toeneemt. Er wordt een prima kwaliteit geoogst waarvan de grofheid weer wat toeneemt.

Funtelle (onbelichte teelt)
Dit staat allemaal vergelijkbaar aan Sweetelle maar allemaal iets sterker en groeizamer. De etmaal temperaturen zullen bij Funtelle hoger liggen dan bij Sweetelle. Trossnoei is bij Funtelle niet nodig, de trossen zijn korter en de plant houdt zichzelf in balans. Bij Funtelle zullen we over ’t algemeen eerder naar eindafstand gaan. Zorg bij dit ras voor een hoger Kali cijfer, dit verbetert de vruchtkwaliteit. Een nachtbeurt kan eveneens holle vruchten tegen gaan. Het kan overwogen worden om de stikstofgift te verlagen tot bloei van tros nummer 4 - 5.

Duelle (onbelichte teelt)
Dit staat allemaal vergelijkbaar met Sweetelle maar met iets sterkere trossen en vlottere afbloei. Op de eerste tros zien we wat minder splijttrossen, op tros twee en hoger loopt dit op naar boven de 90% splijttrossen. Duelle zal makkelijker splijttrossen blijven geven gedurende de hele teelt. Het zal het over het algemeen minder snel nodig zijn om met een diepe ochtenddip en/of voornacht te werken om het gewas in balans te houden. Trossnoei is de komende 6-8 weken niet nodig bij Duelle, de afbloei is vlot en de puntvruchten groeien goed uit. Ook bij Duelle zullen we eerder naar eindafstand kunnen gaan.

Bamano (onbelichte teelt)
Het plantmateriaal was over het algemeen mooi gelijk. Zoals altijd groeit dit ras generatief sterk met voldoende aanmaak en splittrossen. Dit is een prettig ras om weg te laten groeien in het voorjaar en komt snel in balans. Het ras geeft zeer veel splittrossen en daarom is het belangrijk om de aanmaak eventueel te corrigeren door te snoeien.

Ivorino (onbelichte teelt)
Zoals elk jaar groeit dit ras vegetatief weg, daarom houden adviseren we om de planten zeer lang naast het plantgat te houden. Minimaal wachten tot bloei van tros nummer 3 met op ’t plantgat gaan. Voor een goede balans en sterke tros moet er minimaal bij elke tros een blaadje uit de kop gehaald worden, overweeg om indien nodig nog een extra blad uit de kop te halen. Snoeien is bij Ivorino NIET nodig! Bij Ivorino kan er beter niet te vroeg naar de eindafstand gegaan worden.

Dubbo (onbelichte teelt)
In de start van de teelt is een generatieve sturing wenselijk bij Dubbo. Overweeg om bij Dubbo (twee)wekelijks een blaadje uit de kop te halen om een sterke tros te stimuleren. Ga bij Dubbo niet te vroeg naar een te nauwe kopafstand. Wij adviseren een eindafstand van maximaal vier koppen per m². Trossnoei: tros 1-2 op 9 of 10 vruchten, tros 3-5 op 10-11, daarna op 12 vruchten. Zorg bij dit ras voor een hoger Kali cijfer, dit verbetert de vruchtkwaliteit. Een nachtbeurt kan eveneens het hol groeien van vruchten tegengaan (stop dan wel tijdig in de middag met water geven). Het kan overwogen worden om de stikstofgift te verlagen tot bloei van tros nummer 5.

KM5512 (onbelichte teelt)
De KM5512 heeft een sterke tros met een goede zetting. In het voorjaar kan er een kopblaadje meegenomen worden, trossnoei zal bij dit ras het hele jaar niet nodig zijn. Extra koppen: het kan overwogen worden naar meer koppen per m² te gaan om de productie te optimaliseren. Een eindafstand van 5.5 koppen per m² zal voor dit ras geen probleem zijn om het gewas in balans te houden.

Wat zijn de belangrijkste adviezen omtrent klimaatsturing? (temperaturen, raamstanden, vocht, buizen, enzovoort)

De instraling zal normaal gesproken de komende 6-8 weken flink toenemen met nog wel koele nachten waarmee we de gewenste etmalen kunnen realiseren.

Optimaliseer als eerste het dagklimaat. Laat van de gewasstand en kracht afhangen hoe hoog de dagtemperatuur met zon mag zijn, dit zal tussen de 23-27 °C variëren. Er kan bij een krachtig gewas met energieoverschot ook voor gekozen worden de dagtemperatuur langer vast te houden en later naar de voornacht te gaan. Om de middagtempertuur vast te houden bij een krachtig gewas met energieoverschot kan het scherm gesloten worden. Met zonnig weer zien we de RV graag tussen 70-80% om groei te behouden. Het mag door het knijpen van de ramen echter maximaal 1-2 °C warmer worden in de kas, anders kunnen de ramen beter niet geknepen worden.

Werk verder hoofdzakelijk alleen in de (na)nacht met een schermdoek en houdt hierbij altijd het vocht in de gaten. Laat het VD niet onder de 1.5 g/m3 komen zodat we het gewas gezond houden. Als het vochtiger wordt kan er gelucht worden boven het doek en als volgende stap een min. buis van 30-35 °C gaan instellen om het vocht af te voeren.

Afhankelijk van de gerealiseerde dagtemperatuur moeten we de nachttemperatuur gebruiken om naar het gewenste etmaal te sturen. Houd etmalen de komende maanden tussen 17 °C (donker weer) en 20 °C met langdurig zonnig weer. Hogere etmalen zijn onwenselijk omdat dit de dissimilatie teveel stimuleert en dit uiteindelijk productie kost. De buis mag makkelijk wegvallen tussen 300-500 W (als men nog met een min. buis werkt) omdat anders te veel vocht wordt afgevoerd en dit de plant onnodig generatief maakt en we hiermee ook nog CO2 de kas uitluchten.

Op donkere dagen is een korte dagpiek van 21-22 °C voldoende tussen 13 en 15 uur. Een hogere- of langere dagpiek is dan ongewenst omdat dit de dissimilatie verhoogd en we op donkere dagen etmalen willen drukken om kracht in de plant te houden. Bij zwakke gerekte trosstelen kan een ochtenddip een oplossing bieden.

Hoeveel uren is het nodig om te belichten? Wanneer?

De maand maart is nog een goede maand om met 100% groeilicht 18 uur te belichten. Als de etmalen boven de 19 °C komen op een gemiddelde dag moeten we later starten met belichten in de nacht, om de etmalen in de nacht nog genoeg te kunnen drukken.

In april en mogelijk donkere mei weken kan nog met 50% van de installatie belicht worden. De gewassen moeten dit echter wel aankunnen want veelal komen ze daardoor generatiever te staan. Met langdurig donkere dagen geven we de plant meer kracht waardoor de bladstrekking ook weer toe kan nemen op basis van toenemende groeikracht. Belicht maximaal van 1 uur voor zon op tot 17:00/18:00 op donkere dagen. In de ochtend kunnen de lampen uit bij een instraling tussen 250-350 W om niet teveel warmte af te moeten luchten en ook een luchtvochtigheidsverlaging te voorkomen wat met de generatieve groei van de rassen ongewenst is.

Bij een gemeten dagsom buiten van 1000 J kunnen de lampen uit en hoeven daarna ook niet meer aangeschakeld te worden als het in de middag weer donker zou worden.

Wat zijn de aandachtspunten voor komende 6 tot 8 weken?

Onbelicht:

  • Balans houden is balangrijk, de plant kan na eerste oogst wat hergroei gaan geven en dit moeten we zien te beteugelen.
  • Zoals eerder gezegd kan het gewas nu nog wat makkelijk gevuld zijn, zeker als er vroeg naar de eindafstand gegaan wordt. Blaadje(s) uit de koppen halen is dan een goed middel om het gewas in balans te houden.
  • Als er over meer dan vier trossen bloei is kan sowieso de bloei uit de onderste tros weggehaald worden. Dit zal geen productie kosten en de oogstnormen verhogen.

Belicht:

  • De belichtingsinstallatie zo goed mogelijk benutten zonder dat dit ten koste gaat van het klimaat (vocht). Strategie bepalen wanneer en hoe snel de lampen af te bouwen in de maand maart, afhankelijk van gewasstand en groeikracht.
  • Hou goed de groei en bladstrekking in de gaten. Rasafhankelijk kan het overwogen worden om de plantbelasting te verlagen middels trossnoei om de groei te stimuleren.
  • Een blad  uit de kop halen is niet meer nodig.

Hoe is de watergift strategie zowel belicht als onbelicht?

Belicht: Stuur op een intering van de mat van minimaal 10-12% om groei te houden. Streef naar druppeltijden tussen 2 uur na zon op en 3 uur voor zon onder om gewenste intering te bereiken. Als binnen deze tijd de intering nog groter is in de nacht kan een aanvullende beurt geven om de intering te beperken tot gestelde grenzen.

Onbelicht: veel telers hebben nog niet hun minimale matgewicht bereikt. Voor de telers die wel al op het minimale gewicht zitten moet er met drain gewerkt gaan worden om de voeding en EC in juiste balans te houden. Hier kan een interingspercentage van ongeveer 10% aangehouden worden om de plant nog wat generatiever te sturen indien nodig.

Moeten we komende weken ons bemestingschema aanpassen?

Bij onbelichte gewassen die met een generatief (laag) stikstof schema zijn gestart is het zaak vanaf ongeveer bloei tros 4-5 de stikstof op te gaan voeren naar minimaal 15 mmol in de gift om voldoende groeizaam te bemesten en in het voorjaar groei te houden. Er kan een EC van 4 – 5 mS in de drain worden aangehouden om voldoende groei en vruchtzwelling te behouden. Kalium is een vegetatief element dus indien we geen neusrot verwachten kan er wat meer meegegeven worden om groei te stimuleren. In geval van neusrotgevoeligheid adviseren wij een hogere calcium opname te stimuleren door de kalium gift te verlagen naar een K:Ca ratio van 1:1 in het mestschema.

Hoe is het momenteel gesteld met ziekten en plagen?

Bij de onbelichte teelten zijn Tuta absoluta en nesidiocorus momenteel onder controle, goed scouten is de boodschap. Tuta is goed te bestrijden met de verwarringsferomonen en blauwe vanglampen. Door het ingrijpen tegen nesi is ook macrolophus gereduceerd (in de belichte teelten). Zaak is om beide op een bepaald niveau te houden zodat we eventueel inkomende witte vlieg direct kunnen bestrijden.

Heb je nog algemene tips voor de komende periode?

Belichte teelt: overweeg coating op het kasdek aan te gaan brengen als men weet dat gewassen moeilijk groei houden. Overweeg een lichte concentratie diffuse coating zodat de plant makkelijker kan blijven groeien zonder dat we teveel licht wegnemen.

>> Rond week 14 kunt u opnieuw een actuele teeltinfo verwachten. Voor alle vragen neemt u contact op met ons op!