You are here

Teeltinfo 3 Snoeptomaten wk 14, 2015

Nieuws
21.04.2015

Actuele situatie
De komende tijd zullen de buitentemperaturen weer omhoog gaan. Dit is echter nog geen garantie voor voldoende licht. De planten hebben nu een redelijke plantbelasting opgebouwd. De extra stengels zijn nog niet geheel belast en de te oogsten vruchten losten over het algemeen vrij rustig, waardoor de plantbelasting voorlopig alleen nog maar toeneemt. De grofheid over de eerste trossen is goed tot vaak grof (vooral tros nummer 1) en de doorkleuring begint vlotter op gang te komen. Het wat later aanhouden van extra stengels heeft dit jaar met het mindere licht positiever uitgepakt. De kracht bleef in die teelten makkelijker in de plant en er kon meer tempo aangehouden worden. Sinds afgelopen week staan de meeste onbelichte teelten op de uiteindelijke eindafstand die varieert van 4,2 (oude kassen) tot 5,3 (meest lichte kassen met AR coating en diffuus glas) koppen per m².

Aandachtspunten voor de komende periode
Kracht op de koppen houden is in deze periode van oplopende plantbelasting het aandachtspunt. Daarom is het belangrijk om de etmaaltemperatuur af te stemmen op de hoeveelheid natuurlijk licht. Er wordt wel eens gesproken over de belangrijkheid van een voornacht om de grofheid van de vruchten te stimuleren. Een voornacht heeft een groot effect op de grofheid van de vruchten maar het etmaal heeft hier nog een grotere invloed op. Wanneer de planten voldoende kracht overhouden, zullen de trossen langer blijven en meer kracht hebben om de vruchten grof te maken. Natuurlijk spelen stengeldichtheid, kracht van het moment en de natuurlijke omstandigheden hierbij een grote rol. Lichthoeveelheden lager dan 800 joules noemen we een donkere dag, een dag van 1500 joules noemen we een lichte dag. Op een donkere dag is het belangrijk om het etmaal te drukken. Om een etmaal te realiseren van 16 of 17 graden, zal de voornacht zeker langer ingesteld moeten worden. Ga op een donkere dag ook trager naar de nanacht/ochtend toe. Bij een lichte dag kan de voornacht juist korter worden ingesteld en kan eerder naar de nanacht/ochtend worden gegaan. Ook overdag kunnen we bij donker weer sturen door een kortere piektemperatuurperiode toe te laten t.o.v. een lichte dag. De dag periode wordt de komende tijd alleen maar langer en zal dus meer invloed krijgen op het klimaat/gemiddelde etmaaltemperatuur. Open het scherm tijdig in de ochtend. Bij later openen wordt de schok voor de plant alleen maar groter, waarbij de kans op natslaan toeneemt. Pas op met maximaal begrenzing op de raamstanden. De p-banden zijn van grote invloed op de gerealiseerde temperaturen, kijk hier kritisch naar! Werk in de ochtend met minder naloop van de windzijde op de luwzijde. Vanaf 11:00 uur mag de windzijde meer nalopen op de luwzijde. Bij schralere/drogere klimaatomstandigheden is dit zeker aan te raden.


Natuurlijk is de kracht van de plant ook van invloed op de te realiseren etmaaltemperatuur.

Watergift
Met meer plantbelasting en toenemende daglengte wordt de waterbehoefte alleen maar groter. Hierbij spelen variabelen zoals licht en luchtvochtigheid een grote rol. Bij het koude weer van de afgelopen periode zagen we dat zelfs bij 1500 joules, waarbij er 3 cc per joules werd gegeven, de drainpercentages op de middag al snel opliepen. Lucht(ing) en de luchtvochtigheid spelen minstens zo'n belangrijke rol als licht. Start in deze tijd 2 tot 2,5 uur na zonop met de 1e beurt. Door hierbij ook maximumrusttijden in te stellen van 45 tot 60 min zorgt dit ervoor dat er 4 tot 4,5 uur na zonop drain wordt gerealiseerd en dit ook op een donkere dag. De grootte van de beurten spelen uiteraard een grote rol. Op de middag mag er drain gerealiseerd worden van rond de 30-40% drain. Hierbij kunnen er kleinere beurten worden ingesteld. Op de middag vooral werken met gieten op instraling en minder op max. rusttijden. Vooral bij kleinere type tomaten zoals snoeptomaten, is het nog belangrijker om op de middag sneller te reageren op donkere/vochtige dagen. Vanaf 5 uur voor zononder kan er gewerkt worden op instraling, eventueel gecombineerd met een stralingsdrempel. Stoptijd is ongeveer 3 uur voor zon onder. De voorkeur is om niet te werken met avond of nachtbeurten en controleer de intering van de mat goed. De mat mag 10-15% interen in de nacht.

Druppelgrootte zou eigenlijk alleen per m2 moeten weergegeven worden. Natuurlijk ook afhankelijk van het beschikbare matvolume per m2. Kleine beurten zijn 1-2% van het matvolume, normale 3% en grote beurten zijn 4 % of meer van het matvolume. (in het voorbeeld hieronder uitgegaan van 8 liter per m²).


Belangrijk is nu regelmatig een analyse te nemen van het drainwater of van het matwater. Het beste moment om mat water te trekken is rond de eerste drain. Dit geeft het beste beeld wat er in de mat gebeurt. Later monsters nemen leidt ertoe dat er meer druppelwater wordt ontleed. In druppelwater is het Kali gehalte hoger. Wie monsters wil nemen na de middag kan dan beter drainwater analyseren. Deze tijd regelmatig monsters nemen is een must daar analyse cijfers nu snel kunnen veranderen. Met name kalium is belangrijk voor de vruchtkwaliteit. Ook is het goed om de analyse van het druppelwater te vergelijken met de analyse van de drain. Probeer de pH in deze fase rond 5,8-6,0 te houden. Een te hoge pH kan remmend zijn op de opname van (spoor)elementen.

Tips
- De komende tijd gaan er meer bloemen open staan buiten in de natuur. Hou de bevlieging de komende tijd goed in de gaten om missers te voorkomen;

- Bij meer dan 100 stuks zetting per m² (80 stuks bij oudere kastypen) gedurende meerdere weken achter elkaar, creëert het risico op teruglopende grofheid van de vruchten en kopsterkte. Tijdelijk een trosje insnoeien of dubbele trossen verenkelen kan aan te raden zijn om de groei en productie homogeen te houden in periodes van explosieve zetting cijfers.


Ontwikkeling van biologie op kruissnelheid
Op bedrijven waar Macrolophus reeds in januari werd geïntroduceerd en voldoende aandacht werd besteed aan het bijvoederen van deze roofwants, zullen stilaan de nieuwe volwassenen zich beginnen verspreiden. Totdat de volwassenen goed zijn verspreid in de kas, blijft het in de volgende periode belangrijk om op de uitzetplekken extra voorzichtig te zijn met bladsnijden. Controleer regelmatig de positie van de roofwants-nimfen op de uitzetplaatsen en vermijd het massaal afvoeren van nimfen door te veel blad weg te nemen.

Wees alert voor spint en witte vlieg
- Witte vlieg: de vroegste plantingen hebben vaak reeds snel te maken met witte vlieg. Zolang Macrolophus in opbouwfase is, is het belangrijk om goed te monitoren op gele vangplaten en tijdig de hoeveelheid sluipwespen op te voeren indien nodig. Indien de populatie witte vlieg te snel dreigt te stijgen, kan ook chemisch gecorrigeerd worden met Admiral of Botanigard. Deze middelen zijn beide vrij zacht voor de biologie, wat in deze fase van de teelt zeer belangrijk is.

- Spint: komt reeds op verschillende bedrijven voor, meestal eerst in de warme, droge hoeken. De druk lijkt dit jaar gelukkig voorlopig minder erg te zijn dan in 2014, waarin door het warme voorjaar, spint zeer vroeg explosief ontwikkelde. Telers die afgelopen jaar moeite met spint hadden, hebben dikwijls ook een Vertimec® behandeling kort na planten toegepast, waardoor de eerste spintaantasting uitgesteld wordt en trager op gang komt. ndien u toch geconfronteerd wordt met spint, kan u volgend advies hanteren : bij een beperkt aantal haarden is het zinvol om pleksgewijs Phytoline p toe te passen, aan een hoge dosis van 50-100 stuks per m². Als er meer dan 5 haarden per ha zijn, is het aangewezen om Phytoline p volvelds te introduceren à 15 stuks per m².

Bij gebruik van chemische correctiemiddelen is het belangrijk de onderkant van de bladeren goed te raken, voldoende water te gebruiken en ook goed te spuiten op het einde van de rijen. Ook een dwarse teeltgoot op het einde van de rij moet goed overal geraakt worden voor een optimaal resultaat. De keuze van het juiste product is eveneens belangrijk : er zijn immers een aantal producten erkend die ook een impact hebben op de biologie. In deze fase van de teelt, wanneer Macrolophus nog volop ontwikkelt, is het belangrijk om voldoende selectieve middelen toe te passen bij een volveldse correctie. Voor spint zijn dit Floramite en Nissorun.

De volgende teeltinfo kunt U verwachten in week 21.