You are here

Aardappelen telen? Zo doen onze Duitse buren het!

Aardappel
20.03.2017
groeischeuren in aardappelen door Rhizoctonia

Dit is de eerste uit een reeks artikelen over aardappelen telen in Duitsland. Hoe doen zij het? Welke problemen komen zij tegen en wat kunnen we eventueel van hun leren? Deze keer hebben we het over bodemschimmels zoals Rhizoctonia, zilverschurft en zwarte spikkel. 

Aardappelen telen in Duitsland

De Duitse aardappelteelt heeft een omvang van zo’n 237.000 ha. Groter dus dan in Nederland. In een aantal artikelen kijken we naar de overeenkomsten en verschillen tussen beide landen voor wat betreft teeltmaatregelen. Deze keer ligt de focus op de bodemgebonden ziekten.

Even de Duitse kerngegevens op een rij:

  • Duitsland kent zo’n 16.000 ha pootgoed, 53.000 ha zetmeelteelt en 168.000 ha consumptie aardappelen die 50/50 zijn verdeeld qua aardappelen voor verse consumptie en aardappelen voor de verwerkende industrie (chips, friet, aardappelproducten);
  • In het oostelijke deel van het land is de beschikbaarheid van water voor beregening geen vanzelfsprekendheid;
  • In het noordwesten van het land is de kwaliteit van de aardappelen beter en zijn de opbrengsten hoger;
  • In het oosten van het land zijn de bedrijven over het algemeen veel groter waardoor aardappelen lastiger inpasbaar zijn in het bouwplan (arbeidsintensief) waardoor aardappelen steeds meer plaats maken voor graan en koolzaad. 

Bodemschimmels? Ook in Duitsland een probleem

Nagenoeg alle telers hebben eigen machines voor het planten van aardappelen. Zij beschikken veelal ook over apparatuur op de pootmachine voor de toediening van middelen tegen bodemschimmels. Een derde kiest voor toediening in de plantveur (grondbehandeling), tweederde voor het behandelen van de knollen tijdens het poten (knolbehandeling op de pootmachine). Een enkeling kiest voor een knolbehandeling op de rollentafel in de schuur.

Rijenbehandeling met gekeurd materieel

Een behandeling bij het poten tegen bijvoorbeeld Rhizoctonia, zilverschurft en zwarte spikkel wordt in Duitsland vrij algemeen toegepast. De apparatuur die hiervoor gebruikt wordt, moet gekeurd zijn. Voor een echte rijenbehandeling (toepassing in de plantveur) geldt dit al heel erg lang. Sinds enkele jaren moet echter ook de apparatuur op de plantmachine (behandelen  van de vallende knollen voordat deze in de veur ligt) ‘Spritzen Tuff’ gekeurd zijn. Vanwege deze laatste verplichting schakelen steeds meer telers over op een echte rijenbehandeling zoals we die ook in Nederland kennen (spuiten van het middel in de veur). 

Aandacht voor schilkwaliteit

Met name in de pootgoed- en consumptieteelt is er veel aandacht voor  schilkwaliteit. Daarbij gaat het vooral om Rhizoctiona, zwarte spikkel (colletotrichum) en zilverschurft. Vrij algemeen wordt Amistar ingezet om de exportkwaliteit van pootaardappelen en de kwaliteit van tafelaardappelen te bewaken. Amistar geeft minder misvormde knollen en meer zetmeel (hogere kwaliteit van de aardappelen). Dat is een voordeel bij de verwerking tot bijvoorbeeld frites. Doordat deze toepassing ook de schilkwaliteit van de aardappelen verbetert, wordt het ook veel toegepast in de teelt van Rhizoctonia gevoelige tafelaardappelrassen. 

Toepassing in de plantveur

Gemiddeld genomen kiest ongeveer 50% van de Duitse pootgoedtelers voor een toepassing in de plantveur. In het noorden van het land, waar de wat meer professionele telers zitten, is dit hoger terwijl het oosten en zuiden is lager ligt. In deze toepassing wordt Amistar het meeste gebruikt en vaak gecombineerd met een insecticide (neonicotinoide). Hiermee wordt de kans op een vroege luisaantasting (virusoverdracht in pootgoed) gereduceerd. Ook in Nederland is dit algemeen gangbaar door aan de Amistar® vaak Actara® toe te voegen. Naast pootgoed wordt Amistar ook gebruikt in de consumptieteelt, wat overigens ook in Nederland gebeurt, o.a. in de teelt van tafelaardappelen. Zetmeeltelers gebruiken in Duitsland nauwelijks Amistar. In Nederland is dat anders. Daar vindt deze toepassing steeds meer ingang. Maar dan wel vaak in een iets lagere dosering omdat alleen een meeropbrengst wordt nagestreeft en er bij de teelt van zetmeelaardappelen niet zozeer wordt gekeken naar de Rhizoctonia bestrijding of naar de schilkwaliteit.