Problemen met moederknollen in de pootgoedteelt | Syngenta Nederland

You are here

Problemen met moederknollen in de pootgoedteelt

Aardappel
12.02.2019
Moederknollen in pootgoedteelt

In de pootgoedteelt komen problemen met moederknollen vaak voor. Telers willen niet oogsten als de moederknollen nog niet zijn vergaan omdat het de kans op verspreiding van bacterieziektes verhoogt. Met het uitstellen van het rooien loopt men weer tegen andere problemen aan. Naarmate men langer moet wachten om te kunnen rooien neemt de kans op een Rhizoctonia-aantasting weer toe. Daarnaast zijn de laat gerooide partijen niet beschikbaar voor de vroege export.

Grondbehandeling tegen Rhizoctonia

Naast knolbehandelingsmiddelen past elke pootgoedteler ook een grondbehandelingsmiddel toe om Rhizoctonia-aantasting vanuit de grond te voorkomen. De laatste jaren wordt voor deze toepassing bijna uitsluitend Amistar gebruikt. Kort na de introductie van Amistar speelde ook het fenomeen “moederknollen”. Daarom is in de periode 2005-2007 onderzoek gedaan naar de conservering van moederknollen als gevolg van de toepassing van grondbehandelingsmiddelen. Amistar werd in dat onderzoek vergeleken met Moncereen, beiden als grondbehandelingsmiddel toegepast. Uit de resultaten van dat onderzoek bleek dat beide middelen enige conservering van de moederknollen lieten zien ten opzichte van onbehandeld. Ook hier varieerde het verschil in afstervingstijd tussen behandeld en onbehandeld van één dag tot enkele dagen.

Er zijn diverse factoren die de vertering van moederknollen beïnvloeden:

  • Rasinvloeden: het ene ras verteert gemakkelijker dan het andere
  • De bewaring van pootgoed wordt steeds beter, waardoor de knollen fysiologisch jong blijven. Een oudere poter rot sneller weg dan een (fysiologisch) jonge knol
  • Knolbehandeling en grondbehandeling tegen Rhizoctonia

Effect Rhizoctonia-middelen op de conservering van moederknollen

Over het effect van Rhizoctonia-middelen op de conservering van moederknollen doen allerlei geruchten de ronde. Sommige  fabrikanten beweren dat “hun” middel geen conservering van moederknollen geeft. Maar als middelen geen effect hebben op de conservering van moederknollen, dan kunnen wel vraagtekens worden gezet bij een goede en brede werking op Rhizoctonia, zwarte spikkel en zilverschurft.

Proeven uit verschillende jaren met knolbehandelingsmiddelen hebben laten zien dat eigenlijk alle knolbehandelingsmiddelen de moederknollen enigszins conserveren. Met andere woorden: de moederknollen in de onbehandelde velden waren eerder vergaan dan de knollen in de behandelde objecten. Significante verschillen tussen de behandelingen werden niet gevonden. Het verschil in afstervingstijd tussen behandeld en onbehandeld varieerde van een dag tot enkele dagen. 

Onderzoek naar conservering moederknollen

Onderstaande grafiek laat de conservering van moederknollen zien van 5 verschillende rassen, 14 dagen na het doodspuiten van het gewas. 

conservering moederknollen vrijwel gelijk met diverse middelen

Nieuw onderzoek uitgevoerd in 2018 

Aantal geconserveerde moederknollen bij 8 strokenproevenAfgelopen seizoen Syngenta heeft bij acht pootgoedtelers de werking (Rhizoctonia en andere ziekten) en nevenaspecten (bijv. opkomst, aantal stengels, conservering van moederknollen) van Amistar 3 l/ha vergeleken met een in 2018 gelanceerd nieuw product voor de rijenbehandeling, referentie A 0,8 l/ha.  Bij de oogst is uiteraard ook gekeken naar het conserveren van moederknollen. Bij zes van de acht percelen was dit totaal niet aan de orde en zijn er dus geen moederknollen teruggevonden. In de overige 2 percelen zijn per 40 meter rijlengte tussen 27 tot 40 moederknollen teruggevonden.
Op basis hiervan mogen we stellen dat het wel of niet vinden van moeder-knollen niet wordt beïnvloed door het middelgebruik, maar meer afhankelijk is van andere factoren zoals het seizoen, het ras en de vitaliteit van het pootgoed.