You are here

Opstarten van geïntegreerde spintbestrijding in appels met behulp van roofmijten

Appel
16.05.2016

Met het inzetten van roofmijt ondersteunt u duurzame fruitteelt 

Op de meeste fruitbedrijven is spint in de teelt van appels een bekend verschijnsel. De mate van aantasting kan per bedrijf en zelfs per perceel enorm verschillen van een ondergeschikt probleem tot een een groot knelpunt.

Factoren als ras, micro-klimaat, middelengebruik, aanwezigheid van natuurlijke vijanden en biodiversiteit spelen hierbij een belangrijke rol. Het is algemeen bekend dat spint één van de plagen is waarbij roofmijten een belangrijke rol spelen bij de beheersing van dit schadelijke insect. De moeilijkheid van een succesvolle geïntegreerde bestrijding van spint is de aanwezigheid van voldoende roofmijten.

In het verleden was dit aan te sturen door het overhangen van scheuten uit een boomgaard met voldoende roofmijt, maar de arbeidskosten hiervan en het risico op het introduceren van andere plagen zoals bloedluis, maken dat dit weinig meer gedaan wordt.

Roofmijt introduceren door middel van Bioline®
Roofmijt is echter ook op een andere manier in de aanplant te introduceren en wel door het uithangen van kweekzakjes van Bioline.Hierbij wordt gekweekte roofmijt van de soort Amblyseius andersoni, door het uithangen van zogenaamde Gemini zakjes onder de merknaam Anderline aa, (zie afbeelding) in de boomgaard verspreid.
De Gemini zakjes kunnen over een vlak groeiende tak gehangen worden en het is aan te bevelen om ze aan de onderzijde weer aan elkaar vast te nieten zodat ze niet uit de boom kunnen waaien. Gedurende een periode van 6 weken verspreiden zich vanuit kweekzakjes continu roofmijten over de bomen. De lange periode van uitlopen is een voordeel omdat dit een positief effect heeft op het succesvol aanslaan van de populatie. Er is op deze wijze altijd wel een periode waarin de roofmijt zich goed kan aanpassen aan de omgeving en kan beginnen aan de populatie-opbouw. Door de constructie van de zakjes zit de uitloopopening aan de binnenzijde en hierdoor is de inhoud van de zakjes goed beschermd tegen regenwater of water van de beregening. 

Gekweekt - maar van nature in ons land voorkomend is een voordeel
Amblyseius andersoni is welliswaar een gekweekte roofmijt die echter ook van nature in ons land voorkomt. Daardoor is deze soort als één van de weinige in staat om net als Typhlodromus spp in ons Nederlandse klimaat te overleven. Bij gebruik van een verantwoord selectief spuitprogramma heeft u dus over meerdere jaren profijt van het introduceren van deze Amblyseius andersoni . De komende weken zijn het meest geschikt om roofmijten te introduceren. Op deze manier kunnen ze voor de winter een populatie opbouwen die in staat is te overwinteren. 

Eerst correctiebespuiting uitvoeren
Tevens adviseren we om indien nodig een correctiebespuiting uit te voeren voordat u roofmijten introduceert. Hierdoor voorkomt u dat de pas ingezette roofmijtpopulatie tegen een overmacht aan schadelijke mijten aanloopt en het resultaat te lang op zich laat wachten omdat ergeen goed evenwicht ontstaat. Met het inzetten van roofmijt ondersteunt u duurzame fruitteelt.
Afhankelijk van de aanwezigheid van natuurlijke roofmijten is de begindosering van Anderline aa 400- 600 zakjes per hectare.