Leg nu de basis voor ongestoorde groei peen | Syngenta Nederland

You are here

Leg nu de basis voor ongestoorde groei peen

Gewasbescherming
15.04.2020
Wortelen

Nu het trekken van de peenruggen actueel is, zet teeltadviseur Steven Dorrestijn van Syngenta Crop Protection de aandachtspunten op een rij die belangrijk zijn voor een vlotte start van het gewas.

“Peen mag eigenlijk niet stilstaan”.

Met deze uitspraak pakt Dorrestijn meteen de kern van de zaak. Voor een optimale kwaliteit peen is het nodig dat het gewas vanaf de kieming ongestoord kan groeien. De maatregelen om dat voor elkaar te krijgen beginnen eigenlijk al voor de grondbewerking. “Grote onkruiden geven problemen in de teelt en zeker bij de oogst. Het is daarom belangrijk om met schoon land te beginnen”, stelt Dorrestijn.  “Dat geldt natuurlijk voor elke teelt maar omdat je wortelland niet kunt afbranden is het extra belangrijk. Spuit je wel dan loop je kans op kromme peen door inspoeling van het middel.” Omdat peen het beste gedijt op diep doorwortelbaar land, is het ook belangrijk om verdichte lagen te voorkomen. Dorrestijn: “Ga dus niet te vroeg het land op om eventuele verdichting van een natte ondergrond te voorkomen.” Dat de grond na het ruggenfrezen voldoende fijn moet liggen, spreekt voor zichzelf.

Geen natte voeten

Peen houdt van vocht maar niet van natte voeten. “Een peen gewas stelt hoge eisen aan de waterhuishouding”, beaamt Dorrestijn. “Voor een ongestoorde groei moet er eigenlijk altijd vocht beschikbaar zijn. Dat begint al bij de kieming. Je kunt peen niet te diep zaaien. Ongeveer 2 cm heeft de voorkeur; alleen bij droge omstandigheden kun je overwegen om wat dieper te zaaien maar niet dieper dan 4 cm. Het is ook belangrijk om een gelijkmatige zaaidiepte aan te houden. Dat is nodig voor een gelijkmatige opkomst en daar heb je later in de teelt alleen maar plezier van.”

Beregenen voor de kieming van het peenzaad is de afgelopen jaren eerder regel dan uitzondering. “Ik ben geen weerprofeet maar de kans dat we weer droge omstandigheden krijgen rond de zaai is niet denkbeeldig”, aldus Dorrestijn. “Meestal is 1 of 2 keer beregenen genoeg om de peen op gang te helpen. Geef 10 à 15 mm met een fijne nozzle. Als de peen eenmaal boven staat met twee echte blaadjes, trekt hij uit zichzelf wel door.” Later in het seizoen is het belangrijk dat de peen niet met z’n voeten in het water komt te staan. Dorrestijn: “Peen is gevoelig voor rot en een te lang verblijf in natte grond geeft ook smaakbederf. Dus zorg dat de afwatering op het perceel in orde is.”

Ken je bodem

Voor een ongestoorde groei van de peen is het tenslotte belangrijk om bodemschimmels niet te veel kans te geven. “Niet zelden zit er in een bouwplan met peen ook witlof en aardappelen. Dan heb je meerdere gewassen in je rotatie die tot een hogere sclerotiniadruk kunnen leiden”, waarschuwt Dorrestijn. “De meeste telers kennen hun percelen goed genoeg om de risico’s in te schatten. Indien nodig kunnen ze het beste preventieve maatregelen nemen voor rug opbouw en land klaarmaken.”