You are here

Teeltinfo1 mini pruimtomaat 2016

Glasgroenten
14.01.2016

Actuele situatie

Door het warm en lichter najaar heeft haast iedereen zijn planten 1 tot 5 dagen sneller moeten planten dan voorzien was. Plantenkwekers die de etmaaltemperaturen onvoldoende konden drukken omwille van meerdere rassen in 1 afdeling, leverden al wel eens te gerekte planten uit. Deze partijen waren gevoeliger voor kopbreuk en de temperaturen moesten hier extra voorzichtig ingesteld worden om de eerste tros terug sterker te maken. Planten die tijdig geplant werden of waar de plantenkweker het etmaal kon drukken zagen er heel netjes uit. Over het algemeen zijn de scheuten bij de geënt/getopte planten iets gelijker in vergelijking met de voorgaande jaren. Dit hebben de diverse plantenkwekers echt goed gedaan dit jaar. Uiteindelijk heeft haast iedereen de eerste tros goed in bloei gekregen, mede door de lichtrijke laatste december week. De komende tijd zullen er weer meer planten afgeleverd gaan worden met 3 koppen op 1 onderstam (zie foto). Een trend die afgelopen jaar is ingezet en zeker bij de latere planters een succes was. Let bij dit type van plant op dat zeker van bij de start iets meer op kracht geteeld wordt om de onderlinge verschillen tussen de koppen niet te groot te laten worden. Start bij voorkeur met een iets te rustige etmaaltemperatuur. Met weinig natuurlijk licht mag deze gerust op 16 graden uitkomen. Met licht tussen 16,5 en 17 graden. Bedenk dat starten met kracht altijd voordelen geeft. Zeker wanneer er nog eens in een vroeger stadium gestart wordt met het aanhouden van een kopdief. Dit vraagt nu eenmaal meer overschot aan assimilaten.

Klimaat

Door het zachtere weer en de lagere gasprijzen is er meer discussie geweest over het al dan wel of niet plaatsen van een plastic folies cherm. Voor vroege december plantingen is onder een plastic folie telen meestal lastiger dan voor januari planters weten we ondertussen. Een ruimere plantafstand geeft meer nut aan het plaatsen van folie. Het folie zien we al snel vochtig worden. Er zijn dan ook op veel plaatsen al gaten in de folie gemaakt en vaak een baan folie verwijderd op het pad. Door te pieken overdag kan de lucht meer vocht bevatten en zal het vocht deficiet groter worden. Het is dus altijd verstandig om te werken met een piek overdag van 21 tot 22 graden. Met veel instraling mag deze oplopen naar 26-27 graden. Een hogere dagpiek heeft nog niet zoveel invloed op de etmaaltemperaturen, zeker niet wanneer de voornacht en nanacht koel ingesteld blijven. Door de hoge dagpiek hebben we minder problemen met het vocht en brengen we de gewassen beter op kleur. Een goede verdamping stimuleert ook de wortelvorming.

Blijf sterk op licht reageren, hieronder hebben we dit proberen weer te geven. Natuurlijk vraagt een sterk gewas meer etmaaltemperatuur dan een zwak gewas en is dit ook afhankelijk van de plantafstand, maar zeker ook van het vocht in de lucht.

Het tijdstip van het ingaan van de verschillende periodes heeft ook grote invloed op het etmaal en op kracht sturen. (zie onderstaand schema)

Werk in de ochtend met minder lichtinvloed dan in de middag. Dit voorkomt een broeierig klimaat. Bovendien geeft een hogere temperatuur in de ochtend onnodig meer rek en meer kans op langere trosstelen. Door met de lengte van de voornacht te variëren kunnen we ook de hoogte van het etmaaltemperatuur bepalen. 

Bij de 1e tros is vooral het goed ontwikkelen van de tros zeer belangrijk. Liever iets te traag dan te snel in deze fase. Bij tros 3 en 4 moeten we sterk reageren op het licht. Natuurlijk speelt plantkracht en ontwikkeling hierbij een grote rol.

Balans groei/bloei

De insteek is om sterk generatief te sturen. Blijf hierbij goed naar de kleur van de planten kijken en naar de kracht van de tros. We willen een vlot bloeiende tros, met voldoende kracht op de punt van de tros. Het vocht in de kas heeft hier ook een grote invloed op. Met koudere buitentemperaturen is het vochtprobleem minder groot dan wanneer we te maken hebben met zachtere temperaturen. Zeker als de plantbelasting nog beperkt is waardoor gewassen snel kunnen uitdikken op de stengel en de afbloei traag wordt. Bij koudere buitentemperaturen en lagere luchtvochtigheden is de planttemperatuur altijd lager dan bij hogere buitentemperaturen. De kas dicht houden en alles omzetten in etmaal temperatuur, waardoor er minder buistemperatuur gevraagd wordt geeft gerekte gewassen met een zwakkere zetting. Ook de latere planters die een iets hogere etmaaltemperatuur moeten realiseren wordt aangeraden dit te doen met voldoende buistemperatuur, om ervoor te zorgen dat het gewas niet wordt “opblazen “in vocht. Kijk daarom de komende tijd kritisch naar het VD/RV overdag. We streven dat dit overdag zakt onder de 75% en een VD deficiet van hoger dan 3 tot 3,5. In de nacht mag het vocht geen te lange tijd boven de 85-90% uitkomen en het VD niet onder de 1,5. Belangrijk is hierbij de afvoer van het vocht langs het glas. Een groter temperatuurverschil tussen de binnenzijde van het glas en de buitenzijde van het glas zorgt voor meer vochtafvoer. Indien dit door zachte buitenomstandigheden niet het geval is, zal er moeten gekozen worden voor luchten. Bij plastic folie scherm is dit nog meer uitgesproken het geval en kan het soms noodzaak zijn om de windzijde mee te laten lopen. Het moment van openen en sluiten van het beweegbaar scherm speelt hierbij ook een grote rol. Vroegtijdig openen zorgt voor meer condens afvoer (en minder last van vochtig scherm). Ook oppassen met het te vroeg dichtgaan van het beweegbaar scherm. Bij het ingaan van de voornacht moet de afkoeling voldoende snel kunnen plaatsvinden om hier effect van te hebben en de voornacht effectief te realiseren. Een mogelijkheid is om het scherm in de namiddag eerder te sluiten om temperatuur goed te kunnen realiseren, maar in de voornacht weer tijdelijk te openen om snel afkoeling te realiseren. Een kier in het scherm kan hierbij helpen, maar zal zorgen voor meer ongelijkheid in temperatuur door de kas. 

Stengelafstanden

In het verleden hebben we al gezegd dat het niet logisch is een zelfde nauwe kopafstand toe te passen in oudere kassen t.o.v. nieuwere, lichtrijkere kassen. Telers die in oudere kassen een stapje terug gegaan zijn in kopafstand zagen hun grofheid, oogstarbeid en totaalproductie met succes toenemen. 

Wij besluiten het volgende: 

 

Afgelopen jaar hebben we ondervonden dat het snel aanhouden van extra stengels/nauwere plantafstanden, uiteindelijk niet resulteerde in een meerproduktie halverwege het seizoen. Wat er gewonnen werd aan vruchtaantal, werd verloren aan vruchtgewicht. De vroege planters maken in 2 tot 3 keer extra koppen bij. De latere januari planters doen dit meestal in 1 keer. Iets meer ruimte in het voorjaar zorgt makkelijker voor meer vertakte trossen en voor meer grofheid. Grofheid blijft belangrijk voor de productie maar ook voor de oogstprestaties. Bij vegetatieve groeiers als Angelle en Babeno is dit eerder een voordeel! Watergift Naast het plantgat beheersen heeft steeds onze voorkeur voor al onze rassen geplant in december en januari. Meer uitgesproken nog voor de vegetatievere rassen Angelle & Babeno. Tevens geeft naast het gat planten een goede inzage van de ongelijkheid in watergift tussen druppelaars. Met weinig gietbeurten zijn de afgifteverschillen vaak groter dan verwacht. Het is aan te raden om dit goed te controleren. In het begin kan vaak worden volstaan met maximum 1 beurt per dag. Belangrijk blijft om op de middag geen beurt te geven zodat we de planten goed op kleur krijgen. Bij 1 beurt of na inworteling is het aan te raden om de gift te verplaatsen naar de avond. Bij 2 beurten kan er gekozen worden voor 1 beurt in de ochtend en 1 in de avond. Let wel op dat kleine beurten ook meer ongelijkheid kunnen geven. Een iets grotere beurt van bijvoorbeeld 150 tot 200 cc per pot geeft dan soms wel iets meer vocht onder de pot, maar voorkomt ongelijkheid tussen de potten onderling. Planten op het gat kan vanaf eerste tros in volle bloei. Weet dat het planten op het gat ook een stimulans is voor de kracht van de dief. Houd hier rekening mee. Zorg vooral dat de aansluiting van pot/mat goed blijft, na inworteling kan de gift weer teruggebracht worden naar 1 beurt per nacht. Watergehalte van de mat mag hierbij 1% per dag of 7% per week zakken. Laat de onderkant van de mat uitkomen op 50-55%(let op juiste meting). Druppel-Ec mag vanaf start ingesteld worden op minimaal 4,0 Ec, dit om gewassen goed op kleur te houden. Na de 4e tros mag er weer iets vlotter worden gegoten en mag er ook weer iets drain gerealiseerd worden. Laat ter controle altijd een monster van het druppelwater nemen om te kijken of alle voedingselementen (vooral ook sporenelementen) aanwezig zijn. Ieder jaar zien we hier toch vaak (kleine) foutjes in. Bovendien doet een plant vrij lang over de 1e bakvulling. Ook kunnen we iets generatiever sturen door bij starten te werken met en lagere No3-gift. Laat de waarden in de analyse niet lager uitkomen dan 12-14 mmol. Diversen

  • Zorg dat de planten na thuiskomen direct goed verdeeld worden op de rij. Licht in deze tijd is belangrijk
  • Zorg bij meer bloei voor voldoende hommels, zeker bij lage lichtomstandigheden, controleer de bevlieging dan ook regelmatig
  • Let tijdens het bijmaken van extra koppen er goed op dat de stengels voldoende uithangen voor de verdeling. Kop hoger in de splitsing vastzetten bespaart werk, maar let wel op voor het doorknikken. (tijdig vastzetten). Moederplant voorop
  • Controleer de alarminstellingen eens en kijk ook of de Co2 op de juiste manier en goed wordt gemeten in de kas. Kijk hierbij ook naar doseertijden, zeker als dit met de WKK gebeurt. Dosering kan soms doorslaan
  • Controleer de afgifteverschillen tussen de kraanvakken. Ook bij rechtstreeks gieten zien we soms Ec en Ph verschillen bij het starten en stoppen van de kraanvakken.

Tot slot wensen we iedereen nog een gezond en succesvol 2016 toe! De volgende teeltinfo kunt U verwachten in week 7