You are here

Loonwerkers moeten maïsteelt 2019 tijdig plannen

Maïs
30.01.2019
advies gladvingergras in mais met Calaris

Advertorial geplaatst in Grondig januari 2019

Keuze Sturen - Loonwerkers moeten Maïsteelt 2019 tijdig plannen

Loonwerkers op zand- en lössgronden staan het komend jaar voor een grote uitdaging bij de maïsteelt. De verplichting om tijdig een vanggewas gezaaid te hebben betekent of oogsten vóór 1 oktober of vroeg in het groeiseizoen al een vanggewas zaaien. Wie enigszins flexibel wil blijven ontkomt er niet aan om bij klanten beide systemen te promoten, goede afspraken te maken en vooral kennis te verzamelen.

De verplichting op zand- en lössgrond is komend jaar heel duidelijk voor de teelt van snijmaïs. Op 1 oktober moet er een groenbemester zijn gezaaid. Dat betekent voor die datum oogsten of al in het begin van het groeiseizoen onderzaaien. Voor telers is dit nog een individuele keuze, als loonwerker ontkom je er bijna niet aan om te zorgen dat beide methoden over de klanten worden verdeeld. Wie alles voor 1 oktober moet oogsten en dan ook nog een vanggewas moet zaaien, zal al vroeg in september moeten beginnen met hakselen. Want wie 360 hectare moet hakselen met 1 hakselaar, en gemiddeld 15 ha per dag weet te doen heeft al 24 dagen nodig. Bij 6 dagen werken per week zijn dat 4 weken. Zonder oponthoud door regen, te natte percelen of pech met de machines.

Wie dit wil halen zal dus rond 1 september moeten beginnen met hakselen. Om dan maïs te hebben die enigszins rijp is, moet je zorgen dat een flink deel van de telers kiest voor zeer vroege rassen. En natuurlijk hopen dat de zomer niet te koud en nat is, waardoor de maïs traag in bloei komt en afrijpt.

Sowieso zullen telers die voor 1 oktober willen oogsten moeten kiezen voor vroege of zeer vroege rassen. Dat geeft enigszins kans dat de maïs redelijk is afgerijpt. Vooral in het zuiden zal dat betekenen dat er rassen gekozen moeten worden die niet de maximale opbrengst halen.

Meer spreiding

Wie als loonwerker meer spreiding wil, zal klanten moeten vinden die kiezen voor onderzaai van een vanggewas. Als dat is gebeurd, mag de maïs namelijk worden geoogst op het best passende moment. Hetzij als de maïs rijp is, hetzij als de veldomstandigheden dat toe laten. Alleen is kiezen voor onderzaai – in combinatie met een goede onkruidbestrijding - minder eenvoudig dan het lijkt.

Het probleem met onderzaai is dat er nog geen echte robuuste teeltsystemen zijn, die gegarandeerd leiden tot succes. Op verschillende proefbedrijven zijn de afgelopen jaren wel proeven gedaan, maar de beste methode is nog niet gevonden. Vooral de onkruidbestrijding is bij de keuze van onderzaai nog moeilijk. Om dit soort problemen te voorkomen is het volgens André ten Heggeler van Syngenta verstandig om de percelen waar je onderzaai wilt toepassen slim te kiezen. “Heb je percelen met gladvingergras, ooievaarsbek of een zware onkruiddruk dan kun je daar beter zorgen dat je voor 1 oktober oogst. Dan kun je in elk geval een volledige onkruidbestrijding doen. Voor onderzaai moet je je percelen kennen en die percelen kiezen waar weinig grasachtige onkruiden voorkomen, dus waar je makkelijk de onkruiden de baas kunt. Want onderzaaien in combinatie met bodemherbiciden is zeer riskant; bodemherbiciden bestrijden in meer of mindere mate de onderzaai.” Daarom zal je als loonwerker duidelijk voor jezelf moeten administreren waar wat is gebeurd en de keuze laten bepalen door de veehouder.

Als loonwerker betekent dit tijdig met klanten in overleg gaan, percelen in kaart brengen en afspreken op welke manier de onderzaai of doorzaai moet plaats vinden. Daarvoor zijn globaal drie mogelijkheden. Gelijktijdig met het zaaien van de maïs of ongeveer een week na het zaaien, bijvoorbeeld in combinatie met wiedeggen of doorzaaien als de maïs kniehoog staat. In dat geval kan het gelijk met het schoffelen. Bij dit laatste is vooral de tijd zeer beperkend. Naar verwachting is het maar maximaal twee weken mogelijk om op percelen doorzaai te doen in het vijf- tot zes bladstadium. Zeker als dit gepaard gaat met schoffelen is de capaciteit beperkt. Haal je 10 ha per dag, dan kun je met 1 machine maximaal 100 ha onderzaaien.  Willen meer klanten onderzaai, dan moet dus ook een deel rond het zaaien van de maïs worden gedaan.

Ideaal scenario

Voor een loonwerker die rond de 360 ha maïs onder de hakselaar heeft, lijkt een ideaal scenario, zorgen dat maximaal de helft van de klanten kiest voor het zaaien na de oogst. Dat betekent dat je 180 ha voor 1 oktober moet hakselen.  Bij 15 ha per dag betekent dit 12 dagen werk. Kun je rond 10 september beginnen dan zou die haalbaar zijn. Er van uitgaande dat er genoeg personeel is om gelijk met de maïsoogst ook een grondbewerking te doen en het vanggewas in te zaaien. Op deze percelen zal dan wel een zeer vroeg ras moeten worden gezaaid, zodat de maïs tijdig rijp is.

De overige 180 hectare kan dan in de maand oktober worden geoogst. Globaal betekent dit dat op ongeveer de helft van deze 180 ha het vanggewas rond de zaai van de maïs de grond in moet. De resterende 90 hectare zou dan in het 5 tot 6 blad stadium gezaaid kunnen worden.

Om dit te realiseren zullen de komende maanden veel afspraken gemaakt moeten worden. Allereerst moeten telers beslissen wat ze willen. Waarbij je als loonwerker zult moeten sturen om tot een ideale verdeling te komen. Dus bedrijven met schone percelen proberen te overtuigen dat ze daar voor onderzaai moeten kiezen. Maar met de waarschuwing dat dit opbrengst kan kosten (ondergezaaid gras kan concurreren met de maïs) en dat de onkruidbestrijding lastig is (ook een niet optimale onkruidbestrijding kost opbrengst ).

Telers die met vuile percelen zitten, moeten worden overtuigd dat het belangrijk is om te kiezen voor een vroeg ras. Maar ook telers zullen wellicht voor risicospreiding willen kiezen. Dat kan betekenen dat je daar niet alleen op twee momenten moet hakselen, maar ook twee keer spuiten omdat beide strategieën om een aangepast spuitschema vragen. Bij onderzaai of doorzaai kunnen bijvoorbeeld geen bodemmiddelen voor een goede duurwerking worden ingezet. In een volgend artikel gaan we hier in detail op in.

Advies

Wie volgend jaar de risico’s voor telers en zichzelf wil spreiden doet er goed aan om de teelt vooraf zo goed mogelijk te plannen. Rekening houdend met percelen, capaciteit en wensen veehouder. Hoe dan ook betekent dit goed bijhouden wie wat teelt en op welke manier, want hier moeten de te gebruiken onkruidbestrijdingsmiddelen op worden afgestemd. Het is de enige manier om niet alleen de teelt in goede banen te leiden en overal te komen tot een zo optimaal mogelijke maïsteelt. En verder hopen dat het weer meewerkt om je planning te halen.

Alleen op zand en löss

Let op, de aangepaste teeltregels gelden alleen voor maïs op zand- en lössgrond. Op alle overige gronden veranderen de regels niet en mag je oogsten wanneer je wilt. Al is het ook dan verstandig om na de maïs indien mogelijk een vanggewas te telen voor de bodemvruchtbaarheid.

Uitzondering voor korrelmaïs, ccm en biologische maïs

Voor korrelmaïs, ccm en biologische maïs geldt een uitzondering. In dat geval moet er uiterlijk 31 oktober een vanggewas staan. Dat zou ook mogen vanuit onderzaai, al is de vraag wat de kans op succes is, bij bijvoorbeeld korrelmaïs.