You are here

Vanggewas spuiten in maïs

Maïs
21.11.2018
Vanggewas spuiten in mais, waar moet je op letten

Dit artikel is geschreven door Toon van der Stok  (Cumula) en gepubliceerd op 15 november op Grondig.com

Bodemherbiciden moeten uit de tankmix wanneer je gras onder de mais zaait. Dat is goed te zien op een demoveld van Syngenta in Tilburg. Het toont welke enorme uitdaging er komend jaar is om te komen tot een succesvolle maisteelt. Want wie kiest voor onderzaai, zal moeten improviseren met de onkruidbestrijdin

Het demoveld in Tilburg is door Syngenta op het laatste moment aangelegd toen duidelijk werd dat de teeltregels voor mais komend jaar flink veranderen. Op een perceel zandgrond zijn in stroken drie verschillende strategieen gevolgd. Onderzaai van een mengsel van Italiaans en Westerwolds raaigras of rietzwenkgras gelijk met de zaai van de mais, onderzaai van het mengsel van Italiaans- en Westerwolds raaigras in het achtblad stadium (gewas op kniehoogte) van de mais en inzaaien van een vanggewas (raaigras) na de oogst. Alle methoden lagen ook in herhaling met een hoge en lage dosering van de verschillende middelen voor de onkruidbestrijding.

De droogte van deze zomer maakte gelijk duidelijk hoe moeilijk het is om op de kalender te werken. De onderzaai op kniehoogte kwam in droge grond te liggen en kiemde pas begin september toen er eindelijk regen viel. Dit gras stond er eind oktober net zo bij als het vanggewas dat na de oogst is gezaaid. Dat was dit jaar geen probleem omdat de mais door de droogteschade al eind augustus werd geoogst. Het was dus mogelijk om ruim voor 1 oktober, zoals volgend jaar verplicht wordt, het vanggewas te zaaien.  Bij de bezichting op 20 oktober was er tussen de percelen gras die er stonden weinig verschil te zien. Wel duidelijk zichtbaar is dat het gras uit de onderzaai duidelijk ouder is.

Middelencombinaties

In de proef zijn 15 verschillende middelen of combinaties van middelen gespoten, met daarbij ook een variatie in spuitmoment tussen het twee en vierbladstadium van de mais. De geteste middelen zijn Calaris, Calisto, Laudis, Gardo Gold en Frontier in verschillende combinaties en hoeveelheden.

Zes weken na de oogst is goed te zien hoe de middelen uitwerken. Dan blijkt overduidelijk, dat bodemherbiciden een funest effect hebben gehad op de groenbemester. Bij de raaigrassen overleeft nog wel een klein deel van de grassen, bij de rietzwenk is bijna alles weggespoten. Het gaat dan om combinaties van Calaris en Laudis met Frontier of Gardo Gold. Als Laudis, Calaris of Callisto worden gespoten zonder een bodemherbicide overleeft het vanggewas wel. Het toont volgens Andre ten Heggeler van Syngenta aan, dat het geen zin heeft om bij onderzaai ook nog een bodemherbicide aan de mix toe te voegen. “Doe je dat, dan blijft er niets van je vanggewas over. Bedenk daarbij dat er nu nog gespoten is in een heel droog jaar. Krijg je wel voldoende vocht dan is het helemaal de vraag wat er over blijft van het gras.”

De droogte maakte het onmogelijk om te onderzoeken in hoeverre je nog een succesvolle onkruidbestrijding kunt uitvoeren in combinatie met onderzaai. Ten Heggeler; “Deze percelen zijn schoon, maar dat komt omdat er helemaal niets is gekiemd.” Hij vraagt zich ook af hoe het dan moet met bijvoorbeeld gladvingergras. “De enige combinatie die dat zou kunnen aanpakken is de 0,7 a 1 liter Calaris met 0,7-1 liter Laudis die we hier hebben getest. Dat was ook een mix waarbij het gras wel overleefde. Maar zekerheid daarover hebben we niet. Het is allemaal maar gevoel.”

Grote onzekerheden

Wat de proef volgens Ten Heggeler in elk geval laat zien is dat de nieuwe teeltmaatregelen rond de maisteelt tot grote onzekerheid leiden. “Niemand weet hoe je, als je kiest voor onderzaai de onkruidbestrijding goed moet aanpakken. Met bodemherbiciden houdt je geen gras over en zonder bodemherbiciden kun je veel nakiemers, dus een slechte onkruidbestrijding krijgen. Daarom kun je in het Zuiden volgens ons het beste kiezen voor een vroeg ras, zodat je in september kunt oogsten en nog een vanggewas zaaien. Maar ook dan is de vraag: Hoe moet dat dan? Moet een teler nu al afspraken maken met zijn loonwerker dat hij op 26 september komt hakselen? Ongeacht het weer of de afrijping van het gewas. En dat kan één teler maar de rest moet al vroeger.”

Als je weet dat een perceel weinig probleemonkruiden heeft, of in het noorden van het land waar de mais altijd laat rijp is, is onderzaai ook een optie denkt Ten Heggeler. “Maar hoe je dan de onkruidbestrijding aan moet pakken is gokken en hopen dat het allemaal goed aanslaat.”  Voor de loonwerkers zal het komend jaar in elk geval lastiger worden voorspelt Ten Heggeler want per perceel moet hij bijhouden welke strategie er is gekozen. “Met een vaste mix de percelen af kan niet meer. Want zodra er gekozen is voor onderzaai weet je één ding zeker. “Dan moeten de bodemherbiciden er uit. Dat betekent zorgen dat de tank leeg is als je van de een naar de ander gaat en dan weer een nieuwe mix maken.”

Opbrengstschade

Wat op het veld deze zomer ook goed zichtbaar was, was de groeischade van de mais door de onderzaai. De percelen waar het gras het spuiten overleefde, stonden er duidelijk minder voor dan de percelen waar het gras was verdwenen of niet gezaaid. “Hier hebben we geen opbrengstmetingen gedaan omdat er door de droogte uiteindelijk geen representatief gewas stond. Op een ander perceel kwamen we tot een opbrengstverlies van 3 ton drogestof.

Hoe onzeker iedereen nog is, bleek volgens Ten Heggeler ook uit een open dag die op dit proefveld werd georganiseerd. “Het hele pad naar het veld stond het vol met auto’s. Uit het hele land kwamen adviseurs kijken hoe het er voor stond. Want niemand weet hoe hij het volgend jaar moet aanpakken.”