| Syngenta Nederland

You are here

Website banner

Sclerotinia spp.

Sclerotiënrot (Sclerotinia sclerotiorum anam. Sclerotium varium) is een schimmel die behoort tot de familie van de Sclerotiniaceae. De schimmel tast vele plantensoorten aan, zoals sperzieboon, andijvie, knolselderij, kropsla, koolzaad, erwt, aardappel, vlas, witlof, dahlia en zonnebloem.  De schimmel tast de planten vooral onder warme vochtige omstandigheden aan. Sclerotiënrot veroorzaakt pleksgewijze verwelking en afsterving van planten. De sclerotiën vallen op de grond en kunnen na 5-10 jaar nog kiemen en nieuwe planten aantasten. De infectie vanuit de sclerotiën is sterk afhankelijk van het weer. In het voorjaar kunnen de sclerotiën gaan kiemen als de temperatuur boven de 5°C komt (optimaal 10-20 °C) en er gedurende tien dagen vochtige omstandigheden zijn. Warme, vochtige omstandigheden tijdens de bloei bevorderen de vorming van apotheciën (vruchtlichamen) uit de sclerotiën. Uit een sclerotium kunnen meerdere schotelvormige, 10 mm grote apotheciën ontstaan, waarin zich water verzamelt. Na verdamping van het water komen de ascosporen vrij. De apotheciën stoten per dag 2-30 miljoen ascosporen uit, die vervolgens als ze terechtkomen in de bladoksels en op de stengelvertakkingen kunnen gaan kiemen. De ascosporen zijn niet in staat gezond weefsel te infecteren. De afgevallen bloemblaadjes stimuleren de kieming van de ascosporen en dienen als voedingsbodem. De schimmel dringt vervolgens de plant binnen. Na enkele dagen wordt necrose, afstervend weefsel, zichtbaar. Door het afsterven van de plantencellen komen de voedingsstoffen beschikbaar voor de schimmel. Op de stengels en peulen bij bonen wordt een dik, wit schimmelpluis gevormd, waarin zwarte sclerotiën, ook wel rattenkeutels genoemd, ontstaan. De sclerotiën vallen op de grond en kunnen na een rustperiode van enkele weken tot jaren gaan kiemen. In het algemeen heeft een zaaizaadbehandeling tegen deze schimmels geen effect.

Apron® XL