You are here

Ortiva lust alle schimmels rauw

De breedste schimmelbestrijder heet Ortiva. Want Ortiva zet z’n tanden in zeer veel schimmels in álle teelten onder glas, zomerbloemen en de boomkwekerij. Laat Ortiva z’n werk doen en reken voorgoed af met schimmmmels!

De unieke kenmerken van Ortiva

• Strobilurinen zijn afgeleid van een in de natuur voorkomende stof
• Vertoont geen kruisresistentie met andere fungicidengroepen
• Breed werkingsspectrum
• Sterke preventieve werking
• Curatieve en antisporulerende werking op met name ”meeldauw” schimmels
• Werkt zowel systemisch als translaminair
• Veilig voor vele natuurlijke vijanden en nuttige organismen
• Relatief korte veiligheidstermijnen
• Geschikt voor exportproducten naar Amerika

Werkzame stof
Ortiva is een schimmelbestrijdingsmiddel met als werkzame stof azoxystrobine. Azoxystrobine is afkomstig uit de chemische groep van de strobilurinen. Strobilurinen zijn verbindingen die bepaalde paddestoelsoorten, zoals Oudemansiella mucida, in hun strijd om voedsel afscheiden om andere schimmels op afstand te houden. Op basis van deze fungicide-achtige eigenschap is azoxystrobine ontwikkeld. Ortiva is verkrijgbaar in een vloeibare formulering (SC) en bevat 250 gram azoxystrobine per liter. De verpakkingseenheid van Ortiva is 1 liter.

Werkingsspectrum
Ortiva heeft een breed werkingsspectrum waardoor belangrijke schimmelziekten, zoals diverse meeldauwsoorten en bladvlekkenziekten, effectief worden bestreden.

Azoxystrobine heeft zowel translaminaire als systemische eigenschappen, waardoor ook langdurige bescherming optreedt van plantdelen die niet direct zijn geraakt. De maximale bestrijding wordt pas na meerdere dagen verkregen.

Azoxystrobine blokkeert het elektronentransport in de mitochondriën van de schimmel, waardoor de energievoorziening stopt. Mitochondriën zijn namelijk de energiecentrales van de schimmel. Uiteindelijk wordt de schimmel geremd in zijn ontwikkeling en zal afsterven.

Preventieve werking

Als het middel op de plant aanwezig is, wordt de kieming van sporen geremd. De groei van de kiembuis en de infectie worden door de aanwezigheid van het middel voorkomen. Ortiva heeft een lange preventieve werking, afhankelijk van de schimmelsoort.

Curatieve werking

Ortiva bestrijdt ook een beginnende infectie (nog geen symptomen zichtbaar). Tevens wordt de sporenvorming door Ortiva voorkomen.

Systemische en translaminaire werking

Nadat Ortiva op de plant terecht is gekomen, dringt de actieve stof azoxystrobine door de waslaag in het onderliggende bladweefsel (translaminaire werking). Vanuit het bladweefsel wordt de actieve stof via de houtvaten (opwaartse sapstroom) verder binnen de plant getransporteerd (systemische werking). Door diffusie kan Ortiva het houtvat weer verlaten en zich bewegen naar het bladoppervlak in zowel beneden- als bovenwaartse richting. Deze translaminaire en systemische werking zorgt ervoor dat delen van het blad, die niet bedekt zijn met spuitvloeistof, na verloop van tijd toch tegen aantasting worden beschermd.

Toepassingen in de praktijk

Meeldauw kan met Ortiva effectief worden aangepakt. Ortiva geeft de beste ziektebestrijding wanneer het preventief (bij het waarnemen van de eerste symptomen) wordt ingezet. Pas bij een reeds gevestigde aantasting eerst een meer curatief middel toe en zet daarna Ortiva in.

Meng bij een gevestigde meeldauwaantasting Ortiva met een curatief middel. Op deze wijze wordt de aanwezige aantasting zo goed mogelijk gestopt, waarna Ortiva langdurig een nieuwe aantasting kan voorkomen. Het is belangrijk de planten voldoende goed te bedekken (maximaal tot aan afdruipen).

Ortiva wordt optimaal in het blad opgenomen, wanneer de spuitvloeistof langere tijd op het blad aanwezig is, zodat een lange nawerking wordt verkregen.

LVM
Vanuit het oogpunt van resistentiemanagement is het toepassen van strobilurinen door middel van een LVM-behandeling af te raden. Alleen de bovenkant van het blad wordt geraakt.

Daarnaast wordt bij een ruimtebehandeling weinig water gebruikt, terwijl veel water belangrijk is voor een goede opname van Ortiva in het blad.

Wanneer Ortiva toch door middel van LVM wordt toegepast, houdt dan een dosering van maximaal 1,6 liter per hectare aan.

Gewasveiligheid
Ortiva in een solobespuiting geeft over het algemeen geen schade in perioden met een hoge lichtintensiteit. Uit onderzoek onder glas is gebleken, dat Ortiva in de winter en het vroege voorjaar (lage lichtintensiteit) wel enige schade kan veroorzaken in diverse gewassen. Vandaar dat voor gewassen onder glas de waarschuwing geldt: Ortiva beter niet toepassen onder lichtarme omstandigheden en voor paprika, spaanse peper, aubergine en tomaat niet toepassen voor 1 mei. Vooral in een jong gewas kan schade ontstaan als het meerdere malen achtereen wordt toegepast. In verband met de kans op schade aan het gewas het middel niet toepassen in de teelt van Saintpaulia. In verband met de kans op schade, het middel in boomkwekerijgewassen niet toepassen op of bij aanwezigheid van Malus spp. Met het vermengd spuiten van Ortiva is weinig ervaring. Het mengen van Ortiva met pirimicarb wordt afgeraden aangezien dit kan leiden tot ernstige bladverbranding in ondermeer paprika, Spaanse peper, aubergine en tomaat. Voer dus altijd eerst een proefbespuiting uit op een beperkt oppervlak met een ruime hoeveelheid water en bepaal de eventuele gewasreactie minstens 1 week later.

Integreerbaarheid

Ortiva is veilig voor een zeer groot aantal natuurlijke vijanden en bestuivers en is daardoor uitermate geschikt om te worden toegepast in een geïntegreerd bestrijdingsschema. Ortiva is veilig gebleken voor de volgende organismen: Amblyseius degenerans, Aphidius spp., Chrysoperla carnea, Coccinellidae spp. (lieveheersbeestjes), Encarsia formosa, Macrolophus caliginosus, Orius laevigatus, Phytoseiulus persimilis en Bombus spp. (hommels).

Resistentiemanagement

Gebleken is dat schimmels bij een verkeerd en ongelimiteerd gebruik van strobilurinen verminderde gevoeligheid tegen deze chemische groep kunnen opbouwen. De echte meeldauw in komkommer kan zelfs vrij gemakkelijk volledige resistentie tegen deze chemische groep opbouwen. Om het risico op volledige resistentievorming zoveel mogelijk te verkleinen, zijn er in internationaal verband door strobilurine producerende fabrikanten en wetenschappers regels opgesteld, die bij het gebruik van strobilurinen ter bestrijding van (meeldauw)schimmels in acht moeten worden genomen:
• Pas Ortiva toe in de voorgeschreven dosering.
• Pas Ortiva zoveel mogelijk preventief toe. De schimmelpopulatie is dan nog klein, waardoor de kans op het ontstaan van resistentie geringer is.
• Ortiva telkens toepassen in afwisseling met middelen uit andere chemische groepen. Het afwisselingsschema moet worden voortgezet in de nieuwe teelt.

In de glasgroenteteelt
• Ortiva bij voorkeur niet achter elkaar toepassen (geen bloktoepassingen).
• Ortiva mag niet meer dan 33% (1 uit 3) van het totaal aantal fungicidenbehandelingen per cyclus uitmaken.
• Maximaal 3 toepassingen per teelt.

In de teelt van sla, koolgewassen, peen, prei en zaaiui
• Ortiva mag niet meer dan 33% (1 uit 3) van het totaal aantal fungicidenbehandelingen per cyclus uitmaken.
• Maximaal 4 toepassingen per teelt.

In de sierteelt onder glas, zomerbloemen, boomkwekerijgewassen en vaste planten en openbaar groen
• Blokbespuitingen met Ortiva wel toegestaan
• Ortiva mag niet meer dan 33% (1 uit 3) van het totaal aantal fungicidenbehandelingen per cyclus uitmaken.
• Maximaal 4 toepassingen per teelt.