You are here

Russische tarweluis

Russische tarweluis
Diuraphis noxia (Kurdjumov, 1913)

Russische tarweluis

Kenmerken

Wijdverspreide algemeen voorkomende, vrij kleine soort (1,4-2,3 mm) van palaearctische oorsprong.

Het voorhoofd is bijna recht en heeft geen voorhoofdsknobbels. De spilvormige ongevleugelde levendbarende vrouwtjes hebben antennen die uit zes leden bestaan en iets korter zijn dan de helft van de lichaamslengte. Het laatste antennelid is meer dan twee maal zo lang als de sifonen. De sifonen zijn kort en niet langer dan de basisdoorsnede, korter dan 1/10 van het lichaam en korter dan 1/4 van de lengte van de cauda. De cauda is driehoekig en bezet met vier tot negen haartjes. De kleur van de bladluis is bleek-geelgroen of grijsgroen. Het lichaam is bedekt met een dun laagje wit wasachtig poeder. Ongevleugelde vrouwtjes zijn niet gepigmenteerd op de rug van het achterlijf, terwijl gevleugelde vrouwtjes vlekken aan de zijkant hebben. De soort wordt gekenmerkt door een knobbel direct boven de cauda (supracaudale uitstulping).

Levenscyclus

Holocyclisch (soms ook anholocyclisch). De Russische tarweluis overwintert als eitje op grasachtigen. De eitjes komen uit in het voorjaar en ontwikkelen zich tot ongevleugelde vormen (stammoeders). Gevleugelde migranten die in voorjaar/zomer worden voortgebracht, vliegen over naar andere waardplanten waar zij zich parthenogenetisch voortplanten. In het najaar worden er ongevleugelde mannetjes en geslachtelijk voortplantende vrouwtjes voortgebracht. De laatste leggen eitjes. Bij zachte weersomstandigheden komt overwintering als levendbarende vorm voor. De Russische tarweluis is bestand tegen koud weer en kan in temperaturen onder nul overleven.

Waardplant (winter en zomer)

Wilde grassen en cultuurgrassen

Schade

Van de grasachtigen die door de Russische tarweluis worden aangetast, zijn tarwe en gerst het meest schadegevoelig. Rogge en triticale worden gewoonlijk minder zwaar aangetast, terwijl haver er niet of nauwelijks last van heeft. Mais of sorghum worden niet door de Russische tarweluis aangetast. De schade hangt samen met de zuigactiviteit van deze bladluis, die typische witte, langwerpige strepen op bladeren en stengels veroorzaakt. Zwaar aangetaste planten blijven klein en maken soms de indruk alsof ze zijn gelegerd, waarbij de zijspruiten bijna plat op de grond liggen. Incidenteel komt het voor dat planten violet verkleuren. Aangetast blad krult in de lengterichting en blijft dan stijl staan zonder de afhangende houding aan te nemen. Het is onduidelijk of de Russische tarweluis het gerstevergelingsvirus kan overbrengen.