teelinfo babyplum #1 2021 | Syngenta Nederland

You are here

Teeltinfo snoeptomaat

Snoeptomaatjes teeltinfo #1, 2021

Het klimaat tot nu toe en de reactie van het gewas

De cumulatieve lichtsom vanaf week 49 tot en met week 5 is redelijk in lijn met het meerjarig gemiddelde. Ook in januari waren de lichtcijfers op een gemiddeld niveau. We zien wel dat in het zuiden en oosten van Nederland de cijfers wat meer achterblijven.     In België blijven de lichtsommen duidelijk achter op het meerjarig gemiddelde.

De gemiddelde buitentemperaturen zijn tot en met week 5 ook ongeveer in lijn met het meerjarig gemiddelde, met in week 6 een flinke koude-inval.

Lichtsom022021
Lichtsommen West Nederland tot en met week 5

Gewasstand in het algemeen

De zetting komt inmiddels goed op gang met een aanmaak van 25 tot soms 40 vruchten per week. Bij de vroegste plantingen zien we al plantbelastingen tot 170 stuks per m2 op 10 februari. Dat is al erg veel voor deze tijd van het jaar. We zien dat de extra dieven behoorlijk vroeg aangehouden zijn, bij de plantingen van eind december is er vaak bij tros een of twee in één keer verdubbeld naar de eindafstand. We zien nog geen zetting op de extra dieven.

Plantfysiologisch gezien is het eigenlijk te vroeg om in januari al naar de eindafstand te gaan. Er is normaal gesproken simpelweg te weinig licht om al in half februari naar flink hogere plantbelastingen te gaan. De extra dieven geven in de eerste twee weken meer vegetatie en vochtproductie. Het risico van het (te) vroeg aanhouden van de extra dieven is dat er extra terug gegaan moet worden in temperatuur als het licht het laat afweten. We zien dan ook vaak dat de zetting in deze omstandigheden wat moeilijker verloopt. Om de plantbelasting het beste mee te laten groeien met de instraling is zetting op de laatste extra dief in week 12 optimaal.

Actuele situatie van onze rassen

Sweetelle (onbelicht)
De gewassen staan goed in balans met mooie sterke trossen en een goede zetting. Op de eerste tros zien we beperkt dubbele trossen, vanaf tros 2 is dit over het algemeen 50% of meer. Soms zien we wat meer bloemen open staan. Bij meer dan 3-4 bloemen per tak open zal er op meer dag/nacht verschil gestuurd moeten worden. Houd ook de bevlieging in de gaten en zet tijdig extra hommels in. Bij tros 4 in bloei kan er gestart worden met het weghalen van de nabloei op tros 1. Wij adviseren tot minimaal tros 4 te punten (enkel de nabloeiers). Sweetelle mag tot ongeveer tros 5-6 wat meer generatief gestuurd worden, hierna moet er meer op kracht en groei gestuurd worden.

Als eindafstand voor Sweetelle adviseren wij 4.4 koppen/m2 in een wat oudere kas tot 5.0 koppen/m2 in een (zeer)nieuwe kas met diffuus glas en veel beschikbare CO2.

Angelle
Ook Angelle staat goed in balans, wel met meer aandacht voor generatieve sturing. Voor Angelle adviseren wij voorlopig een flink dag/nacht verschil en houd ook het gewas voldoende open door voorlopig bij elke tros een blaadje mee uit de kop te nemen. Als eindafstand zal 4.4 – 4.7 koppen voldoende zijn. Snoeien is bij Angelle in principe niet nodig.

Duelle

Bij Duelle zien we dit jaar in de start wat vollere gewassen, zeker bij teelten die nu al op de eindafstand staan. Bij de meeste telers staat nu tros 2-3 in bloei. De trossen zijn over het algemeen sterk. De eerste tros is meest enkel, daarna zijn bijna alle trossen dubbel met zelfs drie- of viertakkers. Soms zien we veel bloemen in bloei, meer dan 3-4 bloemen open per tak geeft aan dat de zetting gaat vertragen. Controleer de bevlieging en zet zo nodig extra hommels in en stuur het gewas wat generatiever (meer dag/nacht verschil). Ook kan er een extra blaadje uit de kop meegenomen worden.              

Duelle zal het hele jaar makkelijk splittrossen geven. Snoeien zal voorlopig meest niet nodig zijn. Bij telers met veel drie- of viertakkers moet er wel gesnoeid worden om de plantbelasting niet te snel te laten oplopen. Als eindafstand adviseren we 4.6 – 5.0 koppen/m2.

Bamano
Over het algemeen staan de gewassen generatief sterk met veel splittrossen en vlotte zetting. Bamano komt makkelijk in balans.

Als de plantbelasting toe gaat nemen (vanaf ongeveer tros 5-6) zal de plantbelasting meer gereguleerd moeten worden door te snoeien.

Ivorino
Ivorino groeit met lagere plantbelastingen makkelijk (te) vegetatief. Het is van belang om het gewas goed generatief te sturen met een voldoende groot dag/nacht verschil zonder daarbij de etmaaltemperatuur te hoog te laten worden.

Voorlopig kan er bij elke tros een blaadje uit de kop meegenomen worden. Bij een te vol gewas kan er zelfs in de “buik” van de plant nog een bladje extra weggesneden worden. Probeer indien nodig ook met de watergift generatief te sturen; er kan bijvoorbeeld wat meer ingeteerd worden. Ga pas later naar de eindafstand, als het gewas goed in balans staat. Meer dan 4.2 - 4.5 kop/m2 als eindafstand is niet nodig. Snoeien is het gehele jaar niet nodig.

KM5512
Bij de KM5512 zien we een wat vollere, sterke plant. Echter, met voldoende generatieve sturing (dag/nacht verschil) verloopt de zetting normaal gesproken zonder problemen.

In het voorjaar kan er een kopblaadje meegenomen worden, trossnoei zal bij dit ras het hele jaar niet nodig zijn.

Extra koppen: het kan overwogen worden eerder naar meer koppen per m2 te gaan om de productie te optimaliseren. Een eindafstand van 5.5 koppen per m2 zal voor dit ras geen probleem zijn om het gewas in balans te houden.

Dubbo
Bij weinig licht kan Dubbo een wat minder sterke tros geven. In de start van de teelt is een generatieve sturing dan ook wenselijk. Overweeg om (twee)wekelijks een blaadje uit de kop te halen om een sterke tros te stimuleren.

Ga bij Dubbo niet te vroeg naar een te nauwe kopafstand. Wij adviseren een eindafstand van maximaal 4.0 – 4.2  koppen per m2. Trossnoei: tros 1-2 op 9 of 10 vruchten, tros 3-5 op 10-11, daarna op 12 vruchten.

Het kan overwogen worden om de stikstofgift te verlagen tot bloei van tros nr. 5

Belido
Bij de belichte teelten staat Belido wat open qua gewas. Let goed op de plantbelasting en bladkwaliteit. Belido kan in de belichte teelt wat makkelijk een bladrandje geven. Bij instralingen boven de 500 W kan de belichting (deels) afgeschakeld worden om de koppen niet te warm te laten worden.

In de onbelichte teelt staat Belido nu vrij sterk. Er kan voorlopig nog (twee)wekelijks een blad uit de kop genomen worden als het gewas te vol dreigt te worden. Als bij toenemend licht de plantbelasting achterblijft kan het overwogen worden om voor een periode van 4-6 weken de goede splittrossen aan te houden en op 2 x 12 te snoeien. Dit is een goede manier om het gewas terug in balans te brengen. Start hier niet voor ongeveer 20 februari mee. Enkele trossen kunnen vanaf ongeveer 20 februari op 14 tot 16 vruchten gesnoeid worden. Als eindafstand voor de onbelichte teelt adviseren wij maximaal 4.0 – 4.2 koppen per m2.

Adviezen omtrent klimaatsturing (temperaturen, raamstanden, vocht, buizen...)

Toenemende instraling
De instraling zal normaal gesproken de komende 6-8 weken sterk toenemen met voorlopig nog wel koele nachten waarmee we (hopelijk) de gewenste etmalen kunnen realiseren.

Optimaliseer als eerste het dagklimaat. Laat van de gewasstand en kracht afhangen hoe hoog de dagtemperatuur met zon mag zijn, dit zal tussen de 23-27 °C variëren. Er kan bij een krachtig gewas met energieoverschot ook voor gekozen worden de dagtemperatuur langer vast te houden en later naar de voornacht te gaan. Dit is een goede manier om het gewas in balans te krijgen en/of houden. Om de middagtemperatuur vast te houden bij een krachtig gewas met energieoverschot kan het scherm vanaf ongeveer 3 uur voor zonsondergang gesloten worden.  Bij een gewas met energieoverschot is de plantbalans veel belangrijker dan het licht dat door het energiescherm tegengehouden wordt in de laatste uren van de dag.                                                 

Met het licht meesturen
Probeer de plant zoveel mogelijk te sturen op het beschikbare licht. Op donkere dagen is een korte dagpiek van 21-22 °C voldoende tussen 13 en 15 uur. Op deze manier wordt het gewas geactiveerd en de bloemkwaliteit en zetting gestimuleerd. Een hogere- of langere dagpiek is dan ongewenst omdat dit de dissimilatie verhoogd en we op donkere dagen etmalen willen drukken om kracht in de plant te houden.

Afhankelijk van de gerealiseerde dagtemperatuur moeten we de nacht temperatuur gebruiken om naar het gewenste etmaal te sturen. Houdt de etmalen de komende twee maanden tussen de 16°C (donker weer, hoge plantbelasting) en 20°C met langdurig zonnig weer bij een onderbelaste plant. Hogere etmalen zijn onwenselijk omdat er dan te veel dissimilatie is, dit kost uiteindelijk productie.

Als de dagtemperatuur makkelijk gerealiseerd wordt mag de minimum buis geleidelijk wegvallen tussen 300-500 W instraling. Anders wordt er onnodig veel vocht, energie en CO2 afgevoerd. Als het gewas eventueel nog te vegetatief staat kan er in deze situatie tóch voor gekozen worden er een minimum buis in te houden voor extra activatie van het gewas. Vermijd wel dat de luchtramen “opengestookt” worden door de minimum buis. Dat zal juist averechts werken.

Bij zwakke gerekte trosstelen is een ochtenddip een goed middel om meer kracht op de tros te krijgen. Ga echter niet te laag in temperatuur (<14oC) omdat de plant dan te veel stilgezet wordt in groei.

Luchtvochtigheid
Met zonnig weer zien we de RV graag tussen 70-80% voor een optimale assimilatie en groei. Wees bij koud weer voorzichtig met luchten; vaak wordt er al voldoende vocht tegen het kasdek afgevoerd.

Werk als de buitentemperaturen weer gaan stijgen hoofdzakelijk alleen in de (na)nacht met een schermdoek en houdt hierbij altijd het vocht in de gaten. Laat het VD niet onder de 1.5 g/m3 komen zodat het gewas gezond blijft.

Als de luchtvochtigheid in de kas te hoog blijft kan er gelucht worden boven het doek met als volgende stap een minimum buis van 30-35 °C om het vocht af te voeren. Dit geldt uiteraard enkel als het niet te koud is buiten.

Wat zijn de aandachtspunten voor komende 6 tot 8 weken?

Plantbalans
De plant in balans krijgen én houden belangrijk. Het klinkt voor nu wellicht nog wat vroeg, maar de plant zal na eerste oogst hergroei gaan geven en het is belangrijk hier goed op te reageren.

Zoals eerder gezegd kan het gewas nu nog wat makkelijk gevuld zijn, zeker als er vroeg naar de eindafstand gegaan wordt. Blaadje(s) uit de koppen halen is dan een goed middel om het gewas in balans te houden.

Als er over meer dan drie trossen bloei is kan sowieso de bloei uit de onderste tros weggehaald worden, behalve bij de rassen waar anders aangegeven. Dit zal geen productie kosten en de oogstnormen verhogen.

Watergift strategie

Watergift
Bij zetting op ongeveer tros 4 zal de plant normaal gesproken in balans zijn. De vruchten gaan nu verder zwellen en het vochtgehalte in de steenwolmat kan geleidelijk teruggebracht worden naar 70-80%. Streef vanaf dat moment naar een minimum EC van 4.5 – 6.0 mS in de mat. Er kan met een EC van 3.0 – 3.5 mS ingedruppeld worden.

Streef naar een nachtelijks interteringspercentage van de mat van 8-12% om groei te houden. Bij donkerder weer zal er meer naar 12% intering gestuurd kunnen worden.

Probeer te druppelen tussen twee uur na zon op en 3-4 uur voor zon onder om de gewenste intering te bereiken. Wees voorzichtig met een avond- of nachtbeurt bij lage kastemperaturen of lage VD’s.

Bemestingsschema
Bij onbelichte gewassen die met een generatief (laag) stikstof schema zijn gestart is het zaak vanaf ongeveer bloei tros 4-5 de stikstof op te gaan voeren naar minimaal 15 mmol in de gift om voldoende groeizaam te bemesten en in het voorjaar groei te houden.

Kalium is een vegetatief element dus indien we geen neusrot verwachten kan er wat meer meegegeven worden om groei te stimuleren.

Let bij hoge instralingen en veel groei op de pH. Een te hoge pH (> 6.5) kan de opname van elementen bemoeilijken.

Ziekten en plagen

Zwaveldampers tijdens de opbouw van de Macrolophus populatie hebben een zeer negatieve werking op de ontwikkeling van de populatie, gebruik deze enkel tijdens de nachtelijke uren en bouw dit geleidelijk op zodat de Macrolophus zich goed kan ontwikkelen.

Het is opvallend om te zien dat Isonet steeds vroeger en soms zelfs preventief ingezet wordt.

Dank voor het lezen!

De volgende teeltinfo is voorzien voor eind maart.

>> Vragen of opmerkingen? Neem contact met onze experts op!

Open dag glasgroenten 2019