You are here

Trama

Trama
Trama troglodytes (von Heyden, 1837)

Trama

Kenmerken

Middelgrote tot grote soort (2,8-3,9 mm) die algemeen voorkomt en wijdverspreid is in Europa, West-Siberië en Japan. Het voorhoofd is afgerond, zonder voorhoofdsknobbels. De bijna kogelvormige ongevleugelde levendbarende vrouwtjes hebben antennen die uit zes leden bestaan en half zo lang zijn als het lichaam. Het laatste antennelid is kort. In geen der vormen zijn sifoonporiën aanwezig. De cauda is breed en rond en niet ingesnoerd. Het tweede voetlid van de achterpoot is langwerpig en veel langer dan het eerste. De kleur van de bladluis is wit of enigszins geelachtig. Het lichaam is bedekt met fijne haartjes en een fijne poederachtige was. De ogen van ongevleugelde vrouwtjes bestaan gewoonlijk uit tri-ommatidia. Ongevleugelde vrouwtjes zijn niet gepigmenteerd op de rug van het achterlijf, terwijl de weinig voorkomende gevleugelde vrouwtjes in het midden en langs de rand donkere dwarsbalken dragen.

Levenscyclus

Trama koloniseert de wortels van de waardplant en overwintert als levendbarende vorm. De bladluizen worden beschermd door mieren die hen 's winters vaak overbrengen naar de wortels in hun nest. Deze soort is door verscheidene auteurs in verschillende soorten onderverdeeld, maar de geldigheid daarvan is niet zeker. Waardplant (winter en zomer) Verscheidene kruidachtige soorten samengesteldbloemigen (Compositae) Levenscyclus Anholocyclisch (permanent)

Schade

De zuigactiviteit van de bladluis is zelden schadelijk. Maar bij een zware aanval gedurende lange perioden kunnen individuele haarwortels bruin verkleuren en kan de waardplant verwelken.