Witte kooltelers aan het woord

Heiko Johannsen, Dithmarschen, Duitsland

Storidor past bij de moderne tijd

 Johannsen teelt sluitkool op circa 50 ha. waarbij hij zich vooral richt op witte kool. Van de geteelde kolen wordt 70% opgeslagen en vervolgens verkocht aan de koolverwerkende industrie. Om het teeltrisico zoveel mogelijk te verkleinen doet Johannsen aan rassenspreiding – hij kiest rassen met verschillende oogstperioden.

Hij verbouwt nu voor het derde jaar op rij Storidor en zou het aandeel van dit ras in de totale kolenteelt graag nog wat verder verhogen in de komende jaren. Dit jaar verbouwt hij 30.000 planten van dit ras op één hectare, maar dat aantal wil hij volgend jaar verhogen tot 35.000/ha.

Mijnheer Johannsen, hoe staat de Storidor er bij?
Een ras dat zo uniform op het veld staat, heb ik nooit eerder gehad! Ik denk dat dat komt door de dikke en lange wortels die diep de grond in gaan. De watersituatie speelt in Dithmarschen een belangrijke rol. Droogte is niet zozeer het probleem; we hebben eerder te maken met water dat niet wegsijpelt. Ook kan het voorkomen dat mest zich verplaatst. Maar door zijn mooie stevige wortel gedijt Storidor prima op de bodem en is de plant een stuk weerbaarder tegen stress.

De wortel van Storidor maakt dus het verschil?
Absoluut! De wortel van Storidor heeft zich tot dusver altijd uitstekend ontwikkeld. En zo'n ras met een hoge stresstolerantie past goed in de huidige tijd!

Is Storidor goed te oogsten?
Deze kool laat zich heel eenvoudig oogsten. Storidor staat goed in het veld en kantelt niet zo gauw om. De bladmassa is niet overdreven stevig, de stronk is niet al te hard en het snijden gaat mijn mensen gemakkelijk af – het ras kan dus snel worden geoogst.

Hoe bewaarbaar is Storidor en zijn er problemen met inwendig zwart?
De bewaartijd begint vanaf midden september en duurt normaal gesproken tot aan april, maar Storidor kun je probleemloos bewaren tot mei of juni. Bovendien zijn de reinigingsverliezen gering. Een belangrijk bedrijfseconomisch aspect is de wasbaarheid van een ras, want daar bespaar je tijd en geld mee. Ook op dat punt ben ik zeer tevreden met Storidor.

Inwendig zwart komt na bewaring veelvuldig voor maar bij Storidor hebben we die ziekte na de bewaarperiode nog niet aangetroffen. Ik heb zo'n vijftig kroppen doorgesneden maar er was er geen een die door inwendig zwart was aangetast. Maar 100% zekerheid kun je bij geen enkel ras garanderen.

Wat is je eindoordeel?
Om klachten te voorkomen moet de kwaliteit gewoon goed zijn, en daar valt bij dit ras niets op af te dingen!

Maatschap Weel, Waarland

Zenon is grage groeier met topopbrengst

Vanwege z’n hoge opbrengst heeft het ras Zenon een vaste plek in het rassenassortiment van maatschap Weel in Waarland. Ook maakt de grote kool makkelijk klaar.

Maatschap Weel, Waarland
“We haalden vorig jaar 150 ton van een bunder”, glundert Dave Weel. Hij steekt zijn enthousiasme over Zenon niet onder stoelen of banken. Dave teelt kool in maatschap met zijn vader Rob. Jaarlijks verbouwen ze 29 hectare kool waarvan 4 hectare vroege witte, 7.5 ha. rode en 17.5 hectare witte bewaarkool. Drie hectare eigenheimers completeren het bouwplan.

Vroeg een flinke kool

Bij de rassenkeuze gaat maatschap Weel niet over 1 nacht ijs. Meestal doet Dave een voorstel en bespreekt dat dan met zijn vader. “We nemen onze eigen ervaringen mee en kijken naar de verschillende percelen. Ik bel ook met collega’s om te horen wat hun ervaring met een ras is. En we proberen zelf ook wel een iets uit op een hoekje. Maar we zijn geen proefbedrijf, hoor.” Ook opa Ted, die nog dagelijks meewerkt op het bedrijf, kent de voordelen van Zenon. “Het is belangrijk dat je vroeg in het seizoen een flinke kool hebt. Dat heeft de  snijderij liever dan die kleine groene jonkies.”

Grage groeier

De Weels verbouwen hun kool op percelen met een afslibbaarheid die varieert van 20 tot 50%. Zwaar land hoeven ze met de Zenon niet te vermijden. “Het is een grage  groeier”, zegt Rob. “En hij is vrij zuinig met stikstof. Je kunt makkelijk toe met de bemestingsnorm.” Ze planten de kool met hun eigen plantmachine meestal in een 45/50 verband. “40/50 zou misschien ook nog kunnen, maar 35/50 is te krap”, vervolgt hij. De kool gaat bij maatschap Weel allemaal tussen eind april en eind mei de grond in. Experimenten met vroeger planten of afdekken hebben ze wel gedaan, maar bleken geen blijvertjes. “Wat ik er van geleerd heb”, zegt opa Ted, “is dat er elk jaar wel iets is. Je hebt veel geluk nodig.”

Echte witte kool

Als begin oktober de oogst van de bewaarkool losbarst, toont Zenon zich een makkelijke kool in de schuur. “Zenon geeft een mooie grote kool”, zegt Dave Weel, “Daardoor is hij  makkelijk klaar te maken. En schoon blazen is ook een makkie.”  Ook in de bewaring staat Zenon z’n mannetje. “Als je ‘em heel lang bewaart, heb je wel eens een spoortje wittebloed”, vertelt Dave,  “Maar verder houdt Zenon z’n kwaliteit goed vast. En het is en blijft gewoon een prachtige echte witte kool”, besluit Dave. “Is het geen plaatje?”

Maatschap Weel, Waarland

Het is makkelijk oogsten met Prodikos

Prodikos is een graag geziene kool op het bedrijf van maatschap Weel in Waarland. Het ras heeft een iets zachtere stronk en snijdt daardoor makkelijk. Prodikos doet het ook uitstekend in de lange bewaring.

Maatschap Weel, witte koolteler
Maatschap Weel in Waarland bestaat uit vader Rob en zoon Dave. Jaarlijks verbouwen ze 29 hectare kool waarvan 4 hectare vroege witte, 7.5 ha. rode en 17.5 hectare witte bewaarkool. Daarvan is zo’n 4 hectare ingeruimd voor Prodikos. Drie hectare Eigenheimers completeren het bouwplan. Ze hebben gekoelde opslag voor 3300 kisten en brengen jaarlijks nog zo’n 800 kisten naar een loonkoeler.

Serieuze rassenkeuze

Rassenkeuze is een serieuze zaak bij maatschap Weel. Voordat Dave in de winter een voorstel maakt, doet hij eerst grondig z’n huiswerk. “We nemen onze eigen ervaringen mee en kijken welk ras past bij onze verschillende percelen. Ik praat ook met andere telers om te horen wat hun ervaring met een ras is. En ik probeer ook nog weleens iets uit met een paar jonge collega’s hier in de buurt. Maar we zijn geen proefbedrijf, hoor.” Het rassenplan bespreekt Dave met zijn vader.  En ook opa Ted, die nog dagelijks meewerkt op het bedrijf, doet met zijn jarenlange ervaring regelmatig een duit in het zakje. Naast productiviteit zijn ook de kwaliteit en de bewaareigenschappen van een kool belangrijk. “Wij zijn echte langbewaarders”, vertelt Rob. “Prodikos past daar prima bij. De kool blijft goed gezond en houdt ook z’n kleur mooi vast.”

Makkelijke groeier

De Weels verbouwen hun kool op percelen met een afslibbaarheid die varieert van 20 tot 50%. Het land wordt bewerkt met een krukas-spitmachine. “We hebben hier veel kleine hoekjes, dan is spitten praktischer dan ploegen. Je hebt geen last van eindvoren en onbewerkte hoekjes. En het versmeert minder.” De Prodikos wordt tussen eind april en eind mei  geplant in een 45/50 verband. “40/50 zou misschien ook nog kunnen, maar 35/50 is te krap”, stelt Rob. Experimenten met vroeger planten of afdekken hebben in het verleden wel gedaan, maar bleken geen blijvertjes. Voor de teelt van de Prodikos zijn volgens de Weels ook geen experimenten nodig. “Het is van zichzelf al een makkelijke groeier.”

Gemak in de schuur

Vanaf begin oktober komen bij de oogst nog een paar specifieke voordelen van Prodikos naar boven. “Hij heeft niet zo’n harde stronk, dus hij snijdt lekker makkelijk”, vertelt Dave. “En het is bij Prodikos ook geen probleem als hij iets langer op het veld moet staan”, vult Rob aan. Alles overziend is de maatschap prima te spreken over Prodikos. “Ik heb ze graag op voorraad liggen”, besluit Dave.

Download hier de complete testimonials en de sluitkoolbrochure 2017!