You are here

Witte kooltelers aan het woord

Maatschap Weel, Waarland

Zenon is grage groeier met topopbrengst

Vanwege z’n hoge opbrengst heeft het ras Zenon een vaste plek in het rassenassortiment van maatschap Weel in Waarland. Ook maakt de grote kool makkelijk klaar.

Maatschap Weel, Waarland
“We haalden vorig jaar 150 ton van een bunder”, glundert Dave Weel. Hij steekt zijn enthousiasme over Zenon niet onder stoelen of banken. Dave teelt kool in maatschap met zijn vader Rob. Jaarlijks verbouwen ze 29 hectare kool waarvan 4 hectare vroege witte, 7.5 ha. rode en 17.5 hectare witte bewaarkool. Drie hectare eigenheimers completeren het bouwplan.

Vroeg een flinke kool

Bij de rassenkeuze gaat maatschap Weel niet over 1 nacht ijs. Meestal doet Dave een voorstel en bespreekt dat dan met zijn vader. “We nemen onze eigen ervaringen mee en kijken naar de verschillende percelen. Ik bel ook met collega’s om te horen wat hun ervaring met een ras is. En we proberen zelf ook wel een iets uit op een hoekje. Maar we zijn geen proefbedrijf, hoor.” Ook opa Ted, die nog dagelijks meewerkt op het bedrijf, kent de voordelen van Zenon. “Het is belangrijk dat je vroeg in het seizoen een flinke kool hebt. Dat heeft de  snijderij liever dan die kleine groene jonkies.”

Grage groeier

De Weels verbouwen hun kool op percelen met een afslibbaarheid die varieert van 20 tot 50%. Zwaar land hoeven ze met de Zenon niet te vermijden. “Het is een grage  groeier”, zegt Rob. “En hij is vrij zuinig met stikstof. Je kunt makkelijk toe met de bemestingsnorm.” Ze planten de kool met hun eigen plantmachine meestal in een 45/50 verband. “40/50 zou misschien ook nog kunnen, maar 35/50 is te krap”, vervolgt hij. De kool gaat bij maatschap Weel allemaal tussen eind april en eind mei de grond in. Experimenten met vroeger planten of afdekken hebben ze wel gedaan, maar bleken geen blijvertjes. “Wat ik er van geleerd heb”, zegt opa Ted, “is dat er elk jaar wel iets is. Je hebt veel geluk nodig.”

Echte witte kool

Als begin oktober de oogst van de bewaarkool losbarst, toont Zenon zich een makkelijke kool in de schuur. “Zenon geeft een mooie grote kool”, zegt Dave Weel, “Daardoor is hij  makkelijk klaar te maken. En schoon blazen is ook een makkie.”  Ook in de bewaring staat Zenon z’n mannetje. “Als je ‘em heel lang bewaart, heb je wel eens een spoortje wittebloed”, vertelt Dave,  “Maar verder houdt Zenon z’n kwaliteit goed vast. En het is en blijft gewoon een prachtige echte witte kool”, besluit Dave. “Is het geen plaatje?”

Edwin de Geus, Warmenhuizen

Ik kies Kilazol vooral voor de mooie maat

Edwin de Geus uit Warmenhuizen heeft zich met witte kool gespecialiseerd op de teelt van 60-ers. Kilazol is voor hem een mooie kool voor de herfstlevering en de korte bewaring.

Edwin de Geus, witte koolteler
Op zijn bedrijf onder de rook van Warmenhuizen teelt Edwin de Geus jaarlijks zo’n 24 hectare witte kool en 16 hectare rode. Hij teelt al zijn witte kool als 60-ers en is bij de rassenkeuze dus gebrand op rassen die in dat segment goed presteren. Het is geen toeval dat 8 van de 24 hectare witte kool wordt ingenomen door het ras Kilazol. “Ik ga vooral voor de mooie maat’, meldt Edwin. “De 60-ers is een nichemarkt waar het uiterlijk heel belangrijk is. Dit ras is mooi rond en uniform. Meestal blijven ze onder de 2 kilo. De kooltjes passen altijd prachtig in de doos. En de Kilazol verwerkt ook makkelijk.”

Makkelijk in de teelt

In de teelt ervaart Edwin de Kilazol als een makkelijk ras. Het is bijvoorbeeld  goed geschikt voor nauwe plantafstanden. “Ik plant er 60.000 op een hectare”, vertelt hij. “En dat gaat prima.” Qua ziekten en plagen doet het ras volgens De Geus niet onder voor de concurrenten. “En op trips is Kilazol volgens mij iets beter.”

Kilazol is een gematigde groeier die een basisbemesting van 280 kilo N nodig heeft. “Je moet tijdens de teelt goed op de kleur letten”, stelt De Geus. “Kilazol is redelijk stikstofminnend. Soms is een kleine extra stikstofgift nodig.” Kilazol heeft knolvoetresistentie maar daar teelt hij het ras niet voor. “Het is gewoon mooi meegenomen”, aldus Edwin. Hij zet zijn Kilazols altijd op de klei maar bij collega’s in de regio wordt het ras ook op lichtere gronden verbouwd.

Geen last van light leafspot

De Geus levert kool vanaf half juni en dat gaat door tot half mei. Binnen zijn rassenpakket is de Kilazol vooral bedoeld voor herfstlevering en de korte bewaring. Edwin oogst de Kilazol vanaf september en zet ze  grotendeels af in de periode van november tot februari. “Die bewaarperiode  is voor dit ras optimaal”, stelt hij. “Op tijd afleveren heeft ook als voordeel dat je geen last hebt van light leafspot.” Wel is er volgens Edwin bij langere bewaring een klein risico op  rot in de stronk.

Met 4 jaar teeltervaring is de Kilazol een vaste waarde geworden op het bedrijf van Edwin de Geus. Het grootste voordeel van het ras is en blijft z’n mooie maatvoering. “Maar vergeet ook de mooie groene kleur niet”, besluit Edwin. “Kilazol oogt gewoon heel mooi voor deze markt.”

Jelle Veltum, Waarland

Je kunt met Storidor pittig kilo’s telen

Jelle Veltum is een enthousiast Storidor teler. Een hoge opbrengst is standaard en de kool is probleemloos te bewaren tot juni.

Jelle Veltum, witte koolteler
“Ik wil een kool die ik mág verkopen, niet een kool die ik moet verkopen” is de lijfspreuk van koolteler Jelle Veltum uit Waarland. Het kenmerkt ook de manier waarop hij zijn rassen kiest. Bovenaan zijn verlanglijst staat een hoge opbrengst. Dat is bij Storidor geen probleem. “Je kunt met dit ras pittig kilo’s telen”, meldt Veltum tevreden. “Gemiddeld meestal meer dan met andere rassen voor de lange bewaring.” Voor die hoge opbrengst hoeft Veltum als teler geen rare capriolen uit te halen. “Storidor is makkelijk in de teelt. Hij groeit goed en heeft niet overmatig stikstof nodig.” Mede dankzij de vloeibare stikstofbemesting die Jelle al weer zo’n 10 jaar toepast, zijn de bemestingsnormen voor hem geen beperking.

Sterker dan andere rassen

Jelle Veltum teelt jaarlijks 50 hectare kool waarvan ca. 90% witte. De meeste kool verkoopt hij zelf aan afnemers door heel Europa. Een seizoen lang kwaliteit kunnen leveren, is het fundament onder zijn bedrijf. Direct na de opbrengst komt dan ook de bewaarbaarheid als belangrijke factor bij de rassenkeuze. Een groot deel van Veltum’s kool is voor de lange bewaring. Een goede bewaarbaarheid begint met een gezonde plant en daar laat Storidor volgens Veltum geen steken vallen. “Ik heb  het idee dat Storidor sterker is dan andere rassen. Bacterien en schimmels hebben er amper vat op”, stelt hij. Wat daarbij ongetwijfeld ook een rol speelt, is dat Storidor een stevige compacte kool is. “Hoe harder de kool, hoe minder last van schimmels”, is Jelle’s ervaring. Ook de grote weerstand van Storidor tegen slijtage op het veld draagt er aan bij dat er in het najaar een gezonde kool de koeling ingaat.

55.000 planten

Voor de lange bewaring is planten in mei bij ca. 40.000 planten de gangbare methode en dat geldt ook voor het grootste deel  van Veltum’s Storidor areaal van 4 hectare. Maar vanwege de robuustheid van het ras durft hij met Storidor ook wel van het gangbare pad af te wijken. Hij heeft dit jaar een experiment liggen met 55.000 planten per hectare. “Ik mik op een kleine maat  van 1,5 tot 2 kilo maar wel voor de lange bewaring en verse consumptie”, licht Jelle toe. “En ik durf de Storidor ook wel in april te planten en in augustus te oogsten.”

Makkelijk oogsten

Als moeder natuur haar werk gedaan heeft, laat Storidor zich eenvoudig oogsten. “De kool snijdt makkelijk”, meldt Jelle. “De stronk is niet al te hard. En in de schuur laat hij zich eenvoudig schonen.” Ook de uniforme maat van Storidor draagt bij aan de plezierige verwerking van deze kool. Als laatste factor bij de rassenkeuze noemt Veltum de smaak . “Storidor is niet te scherp, dat kan de consument bij witte kool wel waarderen.”

Alles overziend kan Jelle Veltum alleen maar enthousiast zijn over Storidor. “Dit zou zomaar eens het grootste witte kool ras van Nederland kunnen worden. Ik had er best wat meer van willen hebben.”

Maatschap Weel, Waarland

Het is makkelijk oogsten met Prodikos

Prodikos is een graag geziene kool op het bedrijf van maatschap Weel in Waarland. Het ras heeft een iets zachtere stronk en snijdt daardoor makkelijk. Prodikos doet het ook uitstekend in de lange bewaring.

Maatschap Weel, witte koolteler
Maatschap Weel in Waarland bestaat uit vader Rob en zoon Dave. Jaarlijks verbouwen ze 29 hectare kool waarvan 4 hectare vroege witte, 7.5 ha. rode en 17.5 hectare witte bewaarkool. Daarvan is zo’n 4 hectare ingeruimd voor Prodikos. Drie hectare Eigenheimers completeren het bouwplan. Ze hebben gekoelde opslag voor 3300 kisten en brengen jaarlijks nog zo’n 800 kisten naar een loonkoeler.

Serieuze rassenkeuze

Rassenkeuze is een serieuze zaak bij maatschap Weel. Voordat Dave in de winter een voorstel maakt, doet hij eerst grondig z’n huiswerk. “We nemen onze eigen ervaringen mee en kijken welk ras past bij onze verschillende percelen. Ik praat ook met andere telers om te horen wat hun ervaring met een ras is. En ik probeer ook nog weleens iets uit met een paar jonge collega’s hier in de buurt. Maar we zijn geen proefbedrijf, hoor.” Het rassenplan bespreekt Dave met zijn vader.  En ook opa Ted, die nog dagelijks meewerkt op het bedrijf, doet met zijn jarenlange ervaring regelmatig een duit in het zakje. Naast productiviteit zijn ook de kwaliteit en de bewaareigenschappen van een kool belangrijk. “Wij zijn echte langbewaarders”, vertelt Rob. “Prodikos past daar prima bij. De kool blijft goed gezond en houdt ook z’n kleur mooi vast.”

Makkelijke groeier

De Weels verbouwen hun kool op percelen met een afslibbaarheid die varieert van 20 tot 50%. Het land wordt bewerkt met een krukas-spitmachine. “We hebben hier veel kleine hoekjes, dan is spitten praktischer dan ploegen. Je hebt geen last van eindvoren en onbewerkte hoekjes. En het versmeert minder.” De Prodikos wordt tussen eind april en eind mei  geplant in een 45/50 verband. “40/50 zou misschien ook nog kunnen, maar 35/50 is te krap”, stelt Rob. Experimenten met vroeger planten of afdekken hebben in het verleden wel gedaan, maar bleken geen blijvertjes. Voor de teelt van de Prodikos zijn volgens de Weels ook geen experimenten nodig. “Het is van zichzelf al een makkelijke groeier.”

Gemak in de schuur

Vanaf begin oktober komen bij de oogst nog een paar specifieke voordelen van Prodikos naar boven. “Hij heeft niet zo’n harde stronk, dus hij snijdt lekker makkelijk”, vertelt Dave. “En het is bij Prodikos ook geen probleem als hij iets langer op het veld moet staan”, vult Rob aan. Alles overziend is de maatschap prima te spreken over Prodikos. “Ik heb ze graag op voorraad liggen”, besluit Dave.

Download hier de complete testimonials en de sluitkoolbrochure 2017!