You are here

Zevenbladluis

Zevenbladluis
Cavariella aegopodii

Zevenbladluis

Kenmerken

De zevenbladluis komt algemeen voor. In de gematigde zones en ook in de warm-gematigde regio’s treffen we deze luizensoort wereldwijd aan.

De ongevleugelde zevenbladluis heft een tamelijk afgeplat, ovaalvormig lichaam. Het oppervlak aan de rugzijde is ruw door talrijke kuiltjes. Deze luis is lichtgroen of geelachtig groen van kleur. De grootte is 1,0 – 2,6 mm. De sifonen zijn kort en groenig van kleur. Het korte staartjee, dat net iets verder uitsteekt dan de sifonen, is ook groenig. Hij heeft heel korte antennen. Ze zijn bleek van kleur met zwarte vlekken aan de uiteinden. De gevleugelde exemplaren hebben een zwarte vlek op het achterlichaam. Ze zijn 1,4 – 2,7 mm groot en hebben zwarte antennen. De poten zijn bleek met zwarte stippen.

Levenscyclus

De zevenbladluis overwintertals eitje op planten die behoren tot de wilgenfamilie. Ui de eitjes komen in het vroege voorjaar ongevleugelde levendbarende vrouwtjes. In het voorjaar ontstaan gevleugelde levendbarende vrouwtjes. Deze vliegen, meestal in mei tot begin juni- en bij zonnig, droog weer- massaal naar de zomerwaardpland, alwaar ze zich gedurende de rest van het seizoen ongeslachtelijk voortplanten. In de herfst ontstaan gevleugelde mannetjes en gevleugelde levendbarende vrouwtjes uit seksueel nageslacht producerende luizen. De gevleugelde levendbarende vrouwtjes baren eileggende vrouwtjes zodra zij op de winterwaardplant zijn aangekomen. Deze holocyclische (volledige) levensvorm is bij de zevenbladluis in de regio’s met een milder klimaat de meest voorkomende. Echter in gebieden met een mild of warm klimaat kan de ongeslachtelijke voortplanting in de winter doorgaan.

Schade

De zevenbladluis veroorzaakt zuig- en prikschade aan bladeren van de planten die behoren tot de schermbloemigen. Meestal zitten de luizen onopvallend aan de onderkant van het blad en in de jonge hartbladeren. De afgeworpen vervelhuidjes vallen dan meer op. Deze luizensoort heeft naam gemaakt door het overbrengen van virussen op wortelen. Hij brengt het persistente peenvlekkenvirus en het peenroodbladvirus over. Ook wordt het semi-persistente pastinakengeelvirus, zeer gevreesd door peentelers, overgebracht. De luis kan ook enkele niet persistente virussen overbrengen.