Akkerboterbloem
Ranunculus arvensis
Akkerboterbloem
| Latijnse naam | Lathyrus tuberosus L. |
| Familie | Fabaceae |
| Omschrijving zaailing | Niet zichtbare zaadlobben (hypogeïsche (onderaardse) kieming). Ingesneden bladeren, samengesteld veervormig. |
| Omschrijving volwassen plant | Stengels van 30 tot 100 cm, liggend op de bodem of windend, sterk vertakt en wild door elkaar groeiend. Onbehaarde plant. Ondergrondse delen met vaak eivormige knollen. Bladeren: samengesteld uit 2 elliptische langgerekte bladschijven. Bladschijven enigszins gesteeld, gedragen door een niet gevleugde en licht gevoorde bladsteel. Aanvankelijk zonder hechtrank, maar de bladsteel verlengt snel tot een hechtrank, enkelvoudig, daarna vertakt. Bloeiwijze: helder karmijnrode bloemen per 2 tot 5, in eenzijdige okseltrossen op een bloemsteel die langer is dan het blad. Vruchten: peulen (25 tot 35 x 4 tot 6 mm) rolrond, onbehaard, dof, bruin. 3 tot 6 zaden (3 tot 4 mm) hoekig, bruin, glanzend. Plant die terugkomt uit knollen met een zeer variabele grootte en vorm, ondergrondse spichtige scheuten, die snel verhouten, hier en daar verdikt. |
| Synoniemen | |
| Bijzonderheden | |
| Schadelijkheid | ++ |