Biologicals

“Als het totaalplaatje klopt, kun je met een biofungicide heel ver komen.”

Taegro news 001

Het zoeken naar effectieve toepassingen van biofungicides is voor Caroline van den Hoek bijna dagelijkse kost. “Meer nog dan bij chemie is het bij biofungicides van groot belang dat het hele plaatje klopt”, weet de adviseur. “Naast de timing is ook de juiste spuittechniek van groot belang voor een optimaal bestrijdingseffect. En daar valt nog veel te verbeteren.”

Sinds de introductie van het biofungicide Taegro heeft Caroline van den Hoek van Syngenta al vele potentiële toepassingen van het middel onderzocht.

 “Als wij het idee hebben dat we binnendringen van een bepaalde schimmel in de plant kunnen voorkomen met ons bedekkingsfungicide, probeer ik altijd om een spuitschema te maken met een plek voor Taegro. En als daar dan positieve resultaten uitkomen, deel ik die met adviseurs en telers.” 

Op die manier kon Van den Hoek de afgelopen jaren al mooie resultaten optekenen bij de aanpak van echte meeldauw in zowel de sierteelt (rozen, gerbera’s en potplanten) als in glasgroentegewassen, met name komkommer en paprika. Ook in vollegrondsgroenteteelten staat Taegro z’n mannetje tegen o.a. septoria in knolselderij en echte meeldauw in peen. En in aardbei doet Taegro het prima tegen echte meeldauw. 

Weerbaarheid vergroten

Bij haar experimenten kijkt Van de Hoek ook altijd of het mogelijk is om de intrinsieke werking van de Taegro nog verder te versterken. “We combineren het bijvoorbeeld vaak met onze basisstof Ravibis zodat ze elkaar kunnen versterken en samen voor een gezonder gewas zorgen. De werking van Taegro berust merendeels op de bedekking van het blad door de bacteriesporen van Bacillus amyloliquefaciens. Ook activeert Taegro de eigen afweer van de plant. Zo heb je meerdere mechanismen in de strijd tegen schimmels. En daar kun je vaak een heel eind mee komen als je maar in een vroeg stadium begint.”

Optimale spuittechniek

Een ander aspect waar de adviseur veel aandacht aan schenkt is de spuittechniek. “Bij Taegro en vergelijkbare middelen op basis van gewasbedekking draait alles om een goede bedekking van het blad. Ik zie nogal eens dat glastuinders dat proberen te bereiken met veel water en een hoge spuitdruk. Ik kom situaties tegen waarbij 2000 liter water of meer per hectare wordt verspoten bij een druk van 8-10 bar. Dat geeft weliswaar het idee van een goede bedekking maar het spuitbeeld is verre van ideaal en je krijgt dan ook te maken met drift. Dit zijn ontelbare zwevende druppeltjes die niet op de beoogde plek in het gewas komen en dus eigenlijk verliezen zijn van je middel. Als je weet dat het in buitenteelten lukt om met 300-400 liter en minder dan 3 bar een goede bedekking van het gewas te krijgen, kunnen we in glasteelten nog genoeg verbeteren.” Om haar kennis en beweringen te onderbouwen geeft Van den Hoek regelmatig demonstraties waarbij de bedekking en indringing in het gewas zichtbaar wordt gemaakt met fluorescerende stof en een blacklight. “Met grovere druppels heb je veel minder drift en stuur je alle druppels gericht naar het gewas. En als je dan ook nog de hulpstof Elasto 5G toevoegt krijg je een nog betere bedekking van het blad, omdat de druppel beter op het blad landt en er niet afstuitert.”

Mogelijkheden verkennen

Naast de goede werking zijn er volgens Van den Hoek nog een aantal andere redenen om Taegro een plek te geven in een fungicidenschema. “Taegro laat zich heel goed combineren met andere middelen zoals synthetische fungicides of vloeibare meststoffen. Dat is te danken aan de formulering. Het is een spuitpoeder en dat combineert probleemloos met andere stoffen. Ook een keer aan de noodrem trekken met chemie kan zonder bezwaren.”

Volgens Van den Hoek past Taegro naadloos bij de trend om de gewasbescherming rond te zetten met minder chemie: “Het middelenpakket krimpt en je ziet dat telers steeds meer inzetten op geïntegreerde strategieën en dat ze de mogelijkheden van biologische middelen gaan verkennen. En ook de afnemers van de glasgroenten en sierteeltproducten stimuleren deze ontwikkeling. Het is voor hun aantrekkelijk dat deze groene middelen over het algemeen geen MRL-restricties kennen. Zo komen de stimulansen voor middelen als Taegro van meerdere kanten.”