Ustilago | Syngenta Nederland

You are here

Ustilago

Stuifbrand (Ustilago nuda / Ustilago avenae)

Waardplanten
Stuifbrand komt voor op tarwe en gerst (Ustilago nuda) en haver (Ustilago avenae). 

Symptomen
Het meest opvallend bij deze aantasting zijn de kale zwarte aarspillen. Het stadium ervoor (vanaf de bloei) kenmerkt zich doordat op de plaats van de bloemetjes grote zwarte sporenmassa’s te zien zijn. Die worden uiteindelijk door regen en wind verspreid, waardoor er een kale zwarte aarspil overblijft. De planten staan verspreid over een perceel, omdat de ziekte vanuit het kiemende zaaizaad meegroeit naar de nieuwe aar. De zieke planten geven geen opbrengst en infecteren de gezonde planten, die weer voor geinfecteerd zaaizaad voor de volgende teelt zorgen. 

Optimale omstandigheden
De schimmel blijft in rust op het vruchtbeginsel van het zaad totdat de korrel gaat groeien. De schimmel groeit mee omhoog en belemmert de ontwikkeling van de bloempakjes. Op de plek van deze bloempakjes ontstaan sporenmassa’s. De sporen verstuiven met de wind en kunnen de vruchtbeginsels van bloeiende gezonde planten infecteren. Een week na de bloei vindt geen infectie meer plaats. Deze geinfecteerde gezonde planten hebben een normale opbrengst, maar in de opvolgende teelt is er opbrengstderving. De schimmel ontwikkelt optimaal bij een temperatuur van 16-22 graden.

Verspreiding/overleving
Stuifbrand is een zaadgebonden ziekte. Dat wil zeggen dat deze overleeft via het zaad. Een zaadontsmetting met Vibrance Star is erg effectief en kan deze aantasting goed worden gecontroleerd. In winters met erg lage temperaturen(< 7 graden) kan de schimmel moeilijk met de plant omhoog groeien en wordt deze aantasting eigenlijk indirect bestreden.