You are here

Bladrandkever

Bladrandkever
Sitona lineatus

Bladrandkever

Kenmerken

Het volwassen insect is een kleine kever uit de snuitkeverfamilie. Hij is 4 tot 5 mm lang. Hij heeft grijze tot bruine schilden, die in de lengte verdeeld zijn in donkere en lichte banden. Het rostrum is kort. De larve is 0,5 tot 5-6 mm lang, wit van kleur met een bruine kop, heeft een gekromd uitzicht en is pootloos. Men vindt ze in de bodem aan de voet van de plant, meer bepaald op de wortels.

Levenscyclus

De overwinterende volwassen insecten verlaten hun schuilplaats in april en verzamelen zich op jonge legumineuze gewassen. Deze insecten leggen ca. 1400 eitjes af op de kleine plantjes, waaruit larven komen die zich voeden met de bacteriële wortelknobbeltjes. Vervolgens worden de wortelhaartjes en wortels zelf aangevreten. Bij afwezigheid van de knobbeltjes overleven de larven niet. De verpopping vindt plaats in een kleine cocon in de bodem. De volwassenen van de nieuwe generatie verschijnen van juni tot september. Daarna overwinteren ze.

Schade

De bladeren worden aangevreten zodat de rand van de bladschijf halfcirkelvormige inkepingen vertoont. De schadebeelden kunnen worden waargenomen wanneer er een tiental larven per plant voorkomen. Op dit moment is veelal reeds 90 % van de wortelknobbeltjes vernietigd. De adulten vallen de bovengrondse plantendelen aan, terwijl de larven vooral de wortels beschadigen. Bij dit niveau van aantasting kan een vermindering van het gehalte aan eiwitten in de zaden en van het aantal gevormde peulen worden waargenomen. Verder kan er ook een groeivertraging voorkomen, in het bijzonder gedurende een droge periode. In normale omstandigheden geeft de aanwezige stikstof in de bodem voldoende mogelijkheid om het grootste deel van de schade op te vangen.