You are here

Fruitmot

Fruitmot
Cydia pomonella

Fruitmot

Verspreiding

De Fruitmot komt oorspronkelijk verspreid over Europa voor, maar is geïntroduceerd in Noord-Amerika.

Waardplanten

De fruitmot komt vooral voor op appel-, peren-, kweeperen- en walnotenboom voor.

Levenscyclus

De fruitmot overwintert als rups in een stevig spinsel achter de schors van de stam. Verpopping vindt eind april plaats. De vlinders van de eerste generatie vliegen midden/eind mei uit. Ze zijn vooral bij schemering actief. In warme zomers kan een gedeeltelijke tweede generatie ontstaan. De verpopping neemt dan 2 tot 3 weken in beslag, waarna een tweede generatie aantreedt (vlucht van de vlinders rond augustus). Deze tweede generatie kan veel schade veroorzaken.

Schade

Vruchten die zijn aangevreten door de larven worden noodrijp en vallen gedeeltelijk vroegtijdig af. Aantasting is te herkennen aan boorgaten en -gangen in de vruchten, die meestal vol zitten met bruin, kruimelig boormeel (uitwerpselen). De inboorplekken hebben een rode rand. Meestal is er maar één rups per vrucht aanwezig.

Bestrijding

De fruitmot is over het algemeen lastig te bestrijden. Voor de monitoring van het vluchtverloop worden feromoonvallen gebuikt. In combinatie met de temperatuur, kunnen voorspellingen worden gedaan wanneer een eiafzet zal plaatsvinden. Zet op dat moment een insecticide in. Biologische bestrijding is mogelijk door het inzetten van insecten die eieren parasiteren. Daarvoor komen met name sluipwespen van het geslacht Trichogramma in aanmerking.