Toepassing voorafgaande aan de snede draagt bij aan een hogere opbrengst en voederwaarde
Tot 25% meer versgewicht en een stikstofeffect vergelijkbaar met 30 tot 40 kilo N/ha: proeven in binnen- en buitenland bevestigen de meerwaarde van Vixeran in grasland. Toepassing van de biostimulant vergroot nutriënt gebruiksefficiëntie en draagt daarmee bij aan een hogere opbrengst en kwaliteit van het geoogste gras. En omdat Vixeran ook actief is bij droogte kan het een beperkte wortelopname van stikstof ruimschoots compenseren. "Je kunt met Vixeran zo meer melk van een hectare halen."
In VIXERAN® zit de bacterie Azotobacter salinestris CECT 9690; die kan met behulp van het enzym nitrogenase stikstof uit de lucht (N₂) omzetten in ammonium (NH₄⁺); dat is de vorm die de plant direct kan gebruiken voor de vorming van aminozuren. En dat zijn weer de bouwstenen voor eiwitten. Omdat geen omzetting meer nodig is van nitraat naar ammonium houdt de plant ook meer energie over voor groei. Een belangrijke eigenschap van VIXERAN® is dat de bacteriën actief zijn in zowel de wortelomgeving als het blad; daardoor doen ze hun werk ook in periodes van droogte.
Een goedgevulde en kwalitatieve voerkuil is belangrijk voor een goede melkproductie van het vee. De kVEM opbrengst is een veelgebruikte maatstaf om de voederopbrengst per hectare zowel kwantitatief als kwalitatief uit te drukken. "Voor de melkveehouder geldt in principe dat hoe hoger dit getal is voor zijn gras, hoe meer van zijn melkproductie direct uit eigen geproduceerd voer afkomstig kan zijn", stelt Ties Berkers van Syngenta. "Dat bespaart bijvoerkosten."
Een hoge en kwalitatieve opbrengst van het gras is onder andere afhankelijk van voldoende stikstofbeschikbaarheid. Met de biostimulant krijgt de veehouder meer stikstofruimte en dat is ook meteen het grootste voordeel van de biostimulant.
Veel veehouders zijn in hun stikstofgift beperkt vanwege de grondsoort of gebiedseisen zoals de NV-gebieden. En de biostimlant kan in grasland een meeropbrengst realiseren die vergelijkbaar is met het resultaat uit 30 tot 40 kilogram stikstof. In proeven zien wij dat zowel het versgewicht, het drogestofgehalte als het ruw eiwitgehalte stijgen. Dat vertaalt zich uiteindelijk naar een hogere VEM-opbrengst – en dus meer melk per hectare.
Overtuigende proefresultaten
Berkers onderbouwt zijn uitspraken met de uitkomsten van een aantal binnen- en buitenlandse proeven. "De resultaten spreken voor zich. We zien in proeven dat je de biostimulant kunt gebruiken als extraatje, of om een lagere stikstofgift te compenseren. De resultaten zijn robuust: verkregen op verschillende locaties en in meerdere herhalingen."
De afgelopen twee jaar werd in Duitsland in de praktijk de biostimulant getest als aanvulling op de bemesting. De kunstmestgift werd dus niet gekort. De biostimulant werd op verschillende locaties een maand voor het geplande maaimoment toegepast. Per locatie, rekening houdend met homogene zones binnen perceel, werd voorafgaand aan iedere snede per object op verschillende plekken bemonsterd. "Deze aanpak resulteerde in een structurele meeropbrengst met VIXERAN®. Het gemiddelde liep zelfs op tot 25% meer versgewicht." De jaren hiervoor zijn vergelijkbare ervaringen opgedaan in Denemarken, waarbij het verschil in versgewicht 7,5% was in het voordeel van de biostimulant.
"Dichter bij huis zijn we wat dieper op de materie in gegaan." Bij proeven in Nederland is namelijk ook naar het drogestofgehalte en de voederwaarde gekeken. In een proef van ruwvoer adviesorganisatie Groeikracht werd de biostimlant toegepast in een object waar de stikstofgift met de helft was gereduceerd. Dit object werd vergeleken met een stikstofreductie zónder VIXERAN® en met een volledige stikstofgift. De biostimulant verhoogde zowel de drogestofopbrengst als voederwaarde (kVEM) bij een gereduceerde stikstofgift tot bijna 12%. Bovendien bleken beide waardes hoger dan de volledige gift, waaruit blijkt dat de stikstofreductie dus ruimschoots werd gecompenseerd.
In een aansluitproef op WUR-proefboerderij Vredepeel werd de biostimulant getoetst om de korting van 20% op de stikstofgift in NV-gebieden te compenseren. Ook hier zagen we met de biostimulant een toename van droge stof en VEM-opbrengst van respectievelijk 6,5 en 7,5%. "Bij die laatste proef zagen we ook een sterk verband tussen de gestegen VEM-waarde en het ruw eiwitgehalte, dat ruim 10% hoger lag", blikt Berkers terug.
De kracht van het compenseren
Misschien wel het meest sprekende resultaat als het gaat om de 'stikstofcompensatieprestaties' van VIXERAN®, was een stikstoftrappenproef in België. Berkers vertelt: "Door een externe partij werden op zeven percelen stikstoftrappen aangelegd van 80, 100, 120 en 140 kilo N/ha. Dat gebeurde in duplo waarbij steeds een van de twee objecten de biostimulant toegediend kreeg. In alle gevallen gaf dat zowel een hogere droge stof als hogere ruw eiwitopbrengst. Je zag eigenlijk dat het object met de biostimulant bij een bepaalde stikstoftrap, steeds het opbrengstniveau haalde van de bovenliggende stikstoftrap. Dit resultaat illustreert eigenlijk perfect de meerwaarde van de biostimulant; een beetje minder stikstof, zonder opbrengstderving en een hogere kwaliteit van het gewas."
Gebruiksadvies
Voor een optimaal effect wordt VIXERAN® als volgt toegepast:
• De eerste toediening 5-6 weken voor de eerste snede.
• Daarna steeds een week na elke maaisnede.
• De dosering is 50 gram/ha.
• Spuiten in combinatie met bijvoorbeeld bladbemesting of gewasbescherming gaat probleemloos.
Meer weten over de werking van VIXERAN® in gras? Volg deze link.