Rhizoctonia Rhizoctonia | Syngenta Nederland

You are here

Rhizoctonia

Rhizoctonia
Rhizoctonia solani

Rhizoctonia

Kenmerken aan de knollen
De meeste schade komt voor in de pootgoedteelt van aardappelen door de aanwezigheid van sclerotiën op de knollen, ook wel lakschurft genoemd.
 
Het zijn onregelmatig gevormde harde zwarte korstjes die aan de schil kleven maar met de nagel kunnen worden afgekrabt. Daarnaast kunnen door aantasting van de knollen in het groeiseizoen grote schuftachtige lesies onstaan, waardoor misvorming optreedt. Op jonge scheuten (voor opkomst) zien we roodbruine tot grijze ingezonken plekken. Met een loep zijn donkerbruine lange schimmeldraden te zien. Bij een ernstige aantasting onstaan problemen met de opkomst van het gewas. Als de stengels ernstig worden aangetast kunnen er roodpaarse. knolvormige tot flesvormige verdikkingen ontstaan die kunnen uitgroeien tot bovengrondse knollen.
 
Levenscyclus
De optimumtemperatuur voor infectie ligt tussen de 18 en 25°C, maar de schimmel is al actief vanaf 4°C. Vochtige omstandigheden, ingezakte grond en te nauwe vruchtwisseling zorgen voor meer aantasting. De schimmel overleeft in de grond (tot 30 à 40 cm diep) in de vorm van sclerotiën of van saprofyten op afvalplanten. Gedurende de winter loopt het aantal sclerotiën sterk terug maar door de enorme groeikracht kan de schimmel in het volgende seizoen weer sterk uitbreiden.
 
Kenmerken aan de plant
Eerst ziet men aangetaste plekken op de bladeren vlak boven de grond en in het midden van het bladerdak. De vlekken kunnen verder uitgroeien (waarbij het gehele blad snel afsterft) of beperkt blijven. Bij een hoge vochtigheidsgraat ontwikkelen zich de zwamdraden van het veroorzakende organisme. Ze vormen een web waardoor losgeraakte necrotische bladeren aan de scheuten van de plant kunnen blijven hangen.
 
Levenscyclus
De ontwikkeling van de ziekte wordt bevorderd door een hoge luchtvochtigheid. met name in het bladerdak en bij een hoge temperatuur.