Akkerbouwzaden

Maïskopbrand: Risico's en preventie in maïsteelt

Maïs
maiskopbrand beter vookomen dan genezen, maar hoe doe je dat?

Wat is het en hoe kun je maïskopbrand zoveel mogelijk voorkomen?

In 2024 kregen we opnieuw (en meer) meldingen van kopbrand in proef- en praktijkpercelen. Maïskopbrand is te herkennen aan een volledig zwarte peerachtige, vochtige kolf die nog bedekt kan zijn door het schutblad. Of door een verbrande zwarte pluim in de plant. 

Deze schimmel blijft in de grond over en tast de maïs al in het kiemplantstadium aan via de wortel. Als de maïs in het 2 à 3 bladstadium te langzaam groeit, kan de schimmel het groeipunt bereiken met aantasting van de bloeiwijzen, pluim en kolf, van binnenuit. 

Tot eind augustus is aan de plant nauwelijks iets te zien, alleen de plantlengte blijft wat achter. Rond 1 september ontstaat soms zwart schimmelpluis op de pluim en in het schutblad  en op de plaats van de kolf ontstaat een grote harige schimmelbol, die de gehele kolf vervangt.

De schimmelbollen vormen sporen, die op de grond vallen of door wind worden verspreid. Bij zware aantasting is bij het hakselen een zwarte stofwolk van sporen te zien. Ook via machines vindt dus verspreiding plaats.

Wat doe je als je kopbrand op je perceel hebt gevonden? Kun je dan hakselen of niet? 

In de kuil veroorzaakt een zware aantasting een vieze zwarte laag, die lijkt op natte zwarte grond. maïskopbrand kan het hele maïsgewas onbruikbaar maken. Door het zeer hoge risico op snelle verspreiding verdient maïskopbrand de nodige aandacht. Bij een aantasting van > 25 %, afvoeren voor Biogas of over over het perceel verspreiden.

De twee belangrijkste maatregelen om de ziekte in dammen zijn:

  1. Vruchtwisseling. De beste maatregel tegen maïskopbrand is het uitzieken van de schimmel op het perceel in vruchtwisseling met vier jaar gras of in een vierjarige akkerbouwrotatie, omdat sporen circa vier jaar in de bodem overblijven en hun kiemkracht bewaren. 

  2. Kies voor tolerante rassen. Belangrijk is ook om vrijwel ongevoelige rassen voor kopbrand te zaaien. Op percelen die met maïskopbrand zijn besmet, kunnen veehouders een aantal rassen vrijwel probleemloos telen. 

Deze rassen hebben een goede tolerantie tegen kopbrand: 

SY SILVERBULL 
FAO 180
SY BRENTON 
FAO 200
SY COSMOS 
FAO 210
SY CALO 
FAO 210
BENCO 
FAO 210
SY VITAMIN 
FAO 215
SY SKANDIK 
FAO 215
SY TELIAS 
FAO 220
SY NOMAD 
FAO 230
SY REMUS 
FAO 230
SY DAKINI 
FAO 235
 

Het perceel blijft wel ziek en ook is er kans op geringe verspreiding, maar als veehouders met deze rassen maïs telen, kunnen ze dit zonder problemen inkuilen en voeren. 

Verwarring met builenbrand

Het eerste probleem bij de identificatie van de ziekte is de onwetendheid. Men is zich er niet van bewust dat de ziekte in het maïsperceel kan zitten of wordt niet opgespoord. De verwarring met builenbrand is ook snel gemaakt. Builenbrand is een schimmel die groeit buiten op de kolf of de plant. Maïskopbrand is daarentegen een ziekte die groeit onder de schutbladeren. ‘In de kolf’ dus, hierdoor niet altijd zichtbaar is als er niet te nauw wordt gekeken. Lees voor meer informatie het artikel over builenbrand).

Voor meer informatie check de websitepagina over maïskopbrand

Kopbrandaantastingen in mais op kolf en pluim

Lees voor meer informatie het artikel over builenbrand).

Kopbrand niet te verwarren met builenbrand