Met de hand én met de machine: bij de oogst telt iedere aardappel
Laarzen aan, handen in de grond en de weegschaal binnen bereik. Na maanden van poten, observeren en meten is op onze proefpercelen in het noorden van Nederland het moment aangebroken waarop zichtbaar wordt wat er onder de grond is gebeurd. De aardappelen worden gerooid en de opbrengst wordt nauwkeurig vastgesteld. Met de machine en met de hand.
De bodem geeft haar geheimen prijs
Eerder hebben we je bijgepraat over hoe we als Syngenta samen met onderzoeksbureau HLB, onderzoek doen op dertien praktijkpercelen naar een aanpak tegen aaltjes. Gedurende het groeiseizoen volgden we de ontwikkeling van het gewas. Met veldwaarnemingen, bodembemonsteringen en drone- en satellietbeelden verzamelden we informatie over wat er op en rond de proefstroken gebeurde.
Maar aardappelen groeien grotendeels buiten beeld. Pas bij het rooien wordt duidelijk hoe het gewas heeft gepresteerd. Daarom is de oogst een van de belangrijkste meetmomenten binnen het onderzoek.
Met de hand rooien op exact dezelfde plek
De handmatige monsters worden genomen op precies dezelfde locaties waar eerder de grond op aaltjes is bemonsterd. Dat is belangrijk, want zo kunnen we de gegevens letterlijk en figuurlijk op elkaar stapelen. De gemeten aaltjesdruk op een specifieke plek kan straks worden gekoppeld aan de opbrengst en kwaliteit van de aardappelen die daar zijn gegroeid.
De aardappelen worden zorgvuldig met de hand gerooid, per meetlocatie apart gehouden en voorzien van de juiste proefveldgegevens. Vervolgens gaan de monsters naar HLB. Daar worden ze verder onderzocht en beoordeeld op kwaliteit. Zo ontstaat per locatie een combinatie van gegevens over aaltjes, opbrengst én knolkwaliteit.
Van rooien naar een gedetailleerde opbrengstkaart
Ook de rooimachine kan de opbrengst op specifieke plekken in het perceel vaststellen. Dankzij de gekoppelde GPS wordt tijdens het rooien geregistreerd waar de machine zich bevindt en welke opbrengst daar wordt gemeten. Zo ontstaat een gedetailleerde opbrengstkaart van het perceel.
Deze gegevens laten zien hoe de opbrengst binnen een perceel varieert. De opbrengstmetingen kunnen vervolgens worden gekoppeld aan de andere locatie gebonden gegevens uit het onderzoek. Zo kunnen we onderzoeken hoe aaltjesdruk, behandeling, gewasontwikkeling en uiteindelijke opbrengst met elkaar samenhangen.
De handmatige en machinale metingen vullen elkaar daarbij aan. De handmonsters leveren op de bemonsterde locaties ook aardappelen voor de kwaliteitsbeoordeling door HLB. Tegelijkertijd vormen ze een belangrijke back-up. Mocht de meting op een rooimachine door technische of praktische omstandigheden niet goed verlopen, dan zijn er toch opbrengstgegevens van de vooraf bepaalde meetlocaties beschikbaar.
Van losse metingen naar één compleet beeld
De opbrengstcijfers vertellen een belangrijk deel van het verhaal, maar niet het hele verhaal. Daarom worden ze straks gecombineerd met de resultaten van de aaltjesbemonsteringen, de kwaliteitsbeoordeling door HLB, de veldwaarnemingen en de drone- en satellietbeelden.
Juist door alle gegevens per locatie over elkaar heen te leggen, kunnen we beter onderzoeken welke relatie er bestaat tussen aaltjesdruk, gewasontwikkeling, opbrengst en kwaliteit.
Voorlopig trekken we nog geen eindconclusies. Eerst wordt er gerooid, bemonsterd, gewogen, beoordeeld en gerekend. Onze zoektocht naar een toekomstbestendige oplossing tegen aaltjes gaat verder. Tijdens deze oogst telt iedere meetlocatie én iedere aardappel.