Alternaria brassicae | Syngenta Nederland

You are here

Website banner

Alternaria brassicae

(Anamorfe Fungi)

 

[Alternaria bladvlekkenziekte, spikkeziekte, vruchtrot]

 

Levenswijze

A. brassicae overwintert in en op de buitenkant van zaden en op gewasresten van akkerbouwgewassen en onkruiden. De sporen op het zaad kunnen zorgen voor vroege uitval van de hele plant. Vanuit de primaire infectie worden vele nieuwe sporen gevormd en kan de schimmel zich verspreiden via spatwater en wind. De sporen veroorzaken vlekken op bladeren, stengels, bloemenstelen en hauwen. Vervolgens wordt het nieuwe zaad geïnfecteerd. De schimmel kan op droog en koel bewaard zaad vele jaren overleven.

 

Waardplanten

Alle Cruciferen.

 

Symptomen

A. brassicae veroorzaakt donkere vlekken op alle bovengrondse plantendelen. De laesies zijn donkerbruin met een gele rand er omheen. In de lesies zijn concentrische ringen te zien. Het oudste deel valt er soms uit. Aangetast blad kan helemaal vergelen en afvallen. Bij spruitkool kunnen plekjes op de spruiten ontstaan.

 

Omstandigheden

De optimum temperatuur voor kieming is 21-28 °C. Een bladnatperiode van 3 uur is nodig voor succesvolle infectie bij 20-25 °C (Mridha en Wheeler, 1993). Optimale omstandigheden voor sporulatie zijn een RV boven 91% en temperaturen tussen 24 en 28 °C (Humpeherson-Jones en Phelps, 1989).

 

Teeltmaatregelen

  • Ruime rotatie
  • Aanpassing van zaaidatum zodat optimale omstandigheden voor de schimmel worden vermeden
  • Gewasresten verwijderen of volledig onderwerken

 

Bestrijding is mogelijk met toegelaten middelen uit de chemische groep van:

 

Meer curatief:

  • Carboxamiden + Strobilurinen (boscalid + pyraclostrobine)
  • Dicarboximiden (iprodion)
  • Strobilurinen (Amistar/Ortiva ea)
  • SBI klasse 1: triazolen (Score ea)
Apron® XL