Knolbehandeling in Rhizoctonia: Ziekten

Ziekten op het pootgoed

Breed werkingsspectrum

Maxim 100FS pakt de volgende ziekte op de knol aan:

Product A.I. l/ton Rhizoctonia Zilverschurft Fusarium Phoma Zwarte spikkel
Maxim 100FS Fludioxonil 100 G/L 0,25 +++ +++ +++ +++ +

Rhizoctonia solani

Rhizoctonia solani, ook wel lakschurft genoemd, komt op de knol voor in de vorm van zwarte vlekjes. Als een met Rhizoctonia aangetaste knol wordt gepoot, groeien vanuit de sclerotiën schimmeldraden naar de kiemen van de knol. Echter, niet altijd is een aantasting met het blote oog op het pootgoed te zien. In sommige gevallen is de kiem al door de schimmel aangetast, voordat hij tot ontwikkeling komt. Een verschijnsel van pootgoed met Rhizoctonia aantasting is dan ook een slechte en onregelmatige opkomst. Scheuten, die zijn aangetast door Rhizoctonia, vertonen lesies, dat zijn verzonken en aangetaste plekjes op de ondergrondse stengeldelen. Ook na bovenkomst kunnen scheuten nog wegvallen. Doordat de schimmel de vaatbundel systemen van de plant aantast, komt de vochtvoorziening van de plant in gevaar en reageert de plant met het vouwen van de topblaadjes.

Ondergronds worden door de aantasting er veel kleine aardappeltjes worden gevormd. Aan dit verschijnsel dankt Rhizoctonia de naam "kleine aardappeltjes ziekte". Bij flink aangetaste planten heeft dat zgn. krielnesten tot gevolg. Ook de groei van knollen wordt door de schimmel verstoord. Hierdoor ontstaan groeischeuren en gaatjes in de knollen. Andere verschijnselen van Rhizoctonia zijn de vorming van bovengrondse knollen en het ontstaan van witte schimmelmanchetten aan de plant.

Rhizoctonia bestrijden met Amistar

Schadelijke gevolgen van een Rhizoctonia aantasting:

  • Minder opbrengst
  • Slechte schilkwaliteit 
  • Een slechte sortering; veel kleine knollen, knollen met groeischeuren en gaatjes. 
  • Slechte opkomst na het poten 
  • Declassering van pootgoed 
  • Te veel lakschurft op de knollen betekent veel extra arbeid en minder leverbaar pootgoed 

Zilverschurft

Zilverschurft is in toenemende mate een kwaliteitsprobleem in zowel pootaardappelen als tafelaardappelen.  

Op de knol ontstaan ronde, onregelmatige, zilvergrijs gekleurde vlekken met kleine zwarte spikkels (vruchtlichamen). De ziekte wordt meestal overgebracht via het pootgoed. Besmette moederknollen kunnen de dochterknollen besmetten wat dan in de grond na het poten plaats vindt.

De besmetting van aardappelknollen met zilverschurft ontstaat al voor de oogst. De symptomen worden pas tijdens de bewaring zichtbaar. Zilverschurft veroorzaakt uitdroging van de aardappelknollen en daardoor gewichtsverlies. En bijvoorbeeld in het winkelschap, als de aardappelen zijn verpakt, kan zilverschurft zich snel uitbreiden en kan de kwaliteit snel afnemen. 

Bij de oogst is de aantasting veelal nog nauwelijks waarneembaar, behalve soms na een warm of een lang groeiseizoen. Deze ziekte veroorzaakt geen symptomen in het loof. Verwarring met zwarte spikkel is mogelijk.  

 

 

0x225_bnl_gevolgen_rhizoctonia_aanpassingen.jpg

Schadelijke gevolgen van zilverschurft

  • Schiloppervlak van aardappelknollen wordt beschadigd 
  • Knollen zien er minderwaardig uit 
  • Kieming van pootgoed verloopt minder goed 
  • Aardappelen zijn minder waard. Dit geldt zowel voor pootgoed, consumptie- als zetmeelaardappelen.

Zwarte spikkel

Zwarte spikkel (Colletrotrichum coccodes) is een grondgebonden ziekte die tijdens de teelt de knollen kan infecteren. De schimmel ontwikkelt zich in eerste instantie tijdens de veldperiode. Door het vroeg afsterven van de bladeren en vervroegde afsterving van de stengels zorgt dit indirect ook voor minder opbrengst.  
Een aantasting van zwarte spikkel kan zich uitbreiden, niet alleen op het veld, maar ook tijdens de bewaring bij grote temperatuurwisselingen.  
Mechanische koeling kan bijdragen in het beter beheersen van de temperatuur tijdens bewaring, zodat na drogen snel terug gekoeld kan worden naar 3-4 °C.  
Er zijn meerdere beheersingsmaatregelen bekend om zwarte spikkel te voorkomen, dan wel te verminderen.  

  • Zo zijn er verschillen in ras gevoeligheid, maar hier wordt over het algemeen helaas niet op getoetst.  
  • Daarnaast draagt een ruimere vruchtwisseling bij aan het verminderen van de aantasting. Daarbij is het dus ook belangrijk om aardappelopslag zoveel mogelijk te voorkomen, zodat er geen micro-sclerotiën gevormd kunnen worden.  
  • Het is van belang om vroeg te oogsten, daarmee wordt bedoeld dat de knollen na loofdoding, zodra ze huid-vast zijn, gerooid worden.  
  • Een rijenbehandeling tijdens poten met 3l/ha Amistar zorgt voor het verminderen van de aantasting.  
  • Uiteraard is het van belang om schoon pootgoed te gebruiken.  
  • Een knolbehandeling met 0,25l/t Maxim 100FS zorgt ervoor dat u uw pootgoed gezond houdt, want naast een nevenwerking tegen zwarte spikkel wordt ook een aantasting van zilverschurft, Rhizoctonia, Fusarium en Phoma voorkomen. 

 

 

Zwarte spikkel

Schadelijke gevolgen van zwarte spikkel

  • kieming van pootgoed verloopt minder goed 
  • de vlekken op de schil vermindert de schilkwaliteit  
  • partijen worden afgekeurd 
  • aantasting in het veld kan de opbrengst verlagen en later in de bewaring tot verliezen leiden 
  • aardappelen zijn minder waard. Dit geldt zowel voor pootgoed, als zetmeelaardappelen. Maar zeker voor tafelaardappelen, omdat zwarte spikkel leidt tot een slechte schilkwaliteit en daarmee problemen in het winkelschap. 

Fusarium-droogrot

Fusarium-droogrot is een typische bewaarziekte. Meerdere Fusariumsoorten kunnen droogrot veroorzaken. De twee belangrijkste zijn Fusarium sulphureum en de iets minder agressieve Fusarium solani. Beide soorten komen algemeen voor op zowel het pootgoed als in de grond. Het zijn wondparasieten.  
De verwondingen die ontstaan bij handelingen zoals rooien, inschuren, sorteren en poten (huidbeschadiging, afgebroken kiemen), zijn invalspoorten voor de schimmel 
De vatbaarheid van de knollen voor Fusarium neemt toe naarmate de aardappelen langer worden bewaard. Aantastingen manifesteren zich dan ook meestal pas later in het bewaarseizoen. Aantasting door Fusarium sulphureum kan echter al binnen enkele weken na het rooien zichtbaar worden. 

Aangetaste knollen vertonen uitwendig iets ingezonken plekken, waarop talrijke wit-roze schimmelkussentjes kunnen voorkomen. Door het ter plaatse ineenschrompelen van de schil kunnen min of meer concentrische ringen ontstaan. 

Na het planten kan op het veld droogrot optreden. Kort na het poten kunnen in geïnfecteerde moederknollen droogrot veroorzakende organismen zich verder ontwikkelen, waardoor de moederknol voortijdig vergaat. In een later stadium tonen planten die toch tot ontwikkeling zijn gekomen verwelkingsverschijnselen. 

 

 

Fusarium-toets

Schadelijke gevolgen van droogrot

  • zwakke kiemen die niet of nauwelijks boven komen. De planten groeien niet meer uit 
  • slechte opkomst 
  • partijen met droogrot zijn niet geschikt voor de bewaring 
     

Phoma

De ziekte kan met het pootgoed overgaan, maar kan ook in de grond overblijven en van daaruit de plant aantasten. Phoma of gangreen zorgt voor een donkergekleurd droogrot vooral tijdens de bewaring. Op het oog is Phoma moeilijk te onderscheiden van Fusarium sulphureum. Kenmerkend voor Phoma zijn de evenwijdige plooien, die op de ingezonken schil ontstaan met zwart of violetkleurig schimmelpluis. Sporen kunnen voor uitbreiding van de besmetting zorgen. Op stengeldelen kunnen aan het eind van het groeiseizoen lesies ontstaan, waarin sporen worden gevormd. De sporen blijven zeer lang levensvatbaar in de bewaring, in kisten op machines etc. en kunnen voor besmetting van volgende partijen zorgen. 

Maatregelen 
Telen van weinig vatbare rassen indien problemen worden verwacht. Aangetaste knollen uit pootgoed partijen verwijderen. Voorkomen van knolbeschadiging bij het rooien en bij het sorteren. De beschadigingen zijn een invalspoort voor de sporen van de schimmel. Zorgen voor een wondhelingsperiode aan het begin van de bewaring. Indien de temperatuur tijdens de wondheling hoger is dan 8 graden, dan wordt een mogelijke infectie ingekapseld door het kurkweefsel en vindt geen gangreenvorming plaats. Als de wondoppervlakken goed verkurkt zijn kan ook daarna bij lagere temperaturen geen verdere besmetting plaatsvinden. Bij inschuren Maxim 100FS toepassen. 

 

 

 

Phoma

Schadelijke gevolgen van Phoma

  • Aangetaste knollen moeten uit pootgoed partijen verwijderd worden en zijn niet geschikt voor de bewaring

Hoe is een aantasting van genoemde ziekten te voorkomen?

Er zijn verschillende momenten waarop u uw pootgoed kunt behandelen en beschermen tegen Rhizoctonia solani, zwarte spikkel, zilverschurft, Fusarium en Phoma. 
Door middel van een knolbehandeling met Maxim 100FS en door middel van een rijenbehandeling tegen infectie vanuit de grond met Amistar  

Door Maxim 100FS toe te passen op het pootgoed voor het planten wordt schade voorkomen. Dit zorgt ervoor dat de aardappelen ongestoord kunnen groeien naar een hoge opbrengst met uitstekende (schil)kwaliteit. Lees hier meer over het advies.

 

Voor een Rhizoctonia-aantasting vanuit de grond, zet u een rijentoepassing met Amistar in. Voor meer informatie over de rijentoepassing klik hier.

Toepassen Maxim 100 FS

Knolbehandeling pootgoed

Maxim 100FS is een ijzersterk middel, toegelaten als knolbehandeling van ...

Knolbehandeling in Rhizoctonia: Advies

Advies met Maxim 100 FS

Opbrengst- en kwaliteitsverlies dat is het gevolg als diverse ziekten de ...

Knolbehandeling in Rhizoctonia: werking

De werking van Maxim 100 FS

MAXIM® 100FS is een contactfungicide. Het is niet systemisch. Daarom is het ...

chevron_left
chevron_right