You are here

Insectenbestrijding in chrysant

Aardappeltopluis

Deze grote luizensoort komt op veel cultuurgewassen voor waaronder chrysant, roos, diverse potplanten en aubergine, paprika en tomaat.

Aardappeltopluis (Macrosiphum euphorbiae) overleeft jaarrond in de kas, maar kan in milde winters ook buiten overwinteren op diverse plantensoorten als kruiskruid en herderstasje. Aardappeltopluis leeft vooral aan de onderzijde van de bladeren en op de stelen verspreid over de hele plant. De luis kan dus ook over de hele plant schade veroorzaken.

Voor de teler is het daarnaast vervelend dat de luis grote hoeveelheden honingdauw uitscheidt. Op deze honingdauw kunnen vervolgens weer (roetdauw) schimmels gaan groeien. Hierdoor worden de planten onbruikbaar.

Groene perzikluis en Gele kortstaartluis

In chrysant zijn de belangrijkste luizen de gele kortstaartluis en katoenluis. De overige luizen (waaronder de gele kortstaartluis en de groene perzikluis) komen verspreid over het gewas voor, tot soms ver onder het gaas.

De luizen kunnen zo onbereikbaar zijn voor middelen en natuurlijke vijanden. De schade uit zich in sterke misvorming van het jonge blad met lichte verkleuringen. Deze luizen zijn moeilijk door de sluipwesp Aphidius colemani te parasiteren. Een geïntegreerde of chemische aanpak is dus noodzakelijk.

Katoenluis

In chrysant zijn de belangrijkste luizen de katoenluis en gele kortstaartluis. De katoenluis (Aphis gossypii) heeft verschillende waardplanten, waaronder chrysant.
De katoenluis leeft verspreid over de hele plant en kan dus veel schade veroorzaken. Tevens is bekend dat katoenluis als verspreider van meer dan 50 plantenvirussen kan optreden.

Mineervlieg

Mineervliegen hebben ongeveer 200 plantensoorten als voedselbron. De meest voorkomende mineervliegen in chrysant zijn de floridamineervlieg (Lyriomyza trifolii) en de nerfmineervlieg (Lyriomyza huidobrensis).
De nerfmineervlieg prefereert lagere gemiddelde temperaturen dan de floridamineervlieg, vandaar dat deze een voorkeur heeft voor gewassen die zo rond de 20 ºC worden geteeld.
Het onderscheid met de floridamineervlieg is vooral terug te vinden in de vorm van de mineergangen en de kleur van de larve. De larven van de floridamineervlieg zijn geel van kleur, terwijl de larven van de nerfmineervlieg creme-wit van kleur zijn.

De nerfmineervlieg dankt haar naam aan het feit dat ze de gangen meestal langs de grote bladnerfen aanbrengt. Bij de floridamineervlieg daarentegen lopen de gangen door het hele blad, maar minder over de nerven heen.

De beschadiging van de plant bestaat uit voedingsstippen van de vrouwtjes en uit de mijnen die ontstaan als gevolg van het door het bladmoes heen vreten van de larven. De mijnen worden breder naarmate de larven groeien. Zij nemen meer voedsel op en produceren meer uitwerpselen, wat als een donkere lijn zichtbaar is in de mijn.

Spint

Spint (Tetranychus urticae) is waargenomen op meer dan 180 verschillende waardplanten waaronder chrysant.
Spint komt (overdag) vooral voor aan de onderzijde van de bladeren. De spintmijt doorboort met zijn scherpe monddelen de bladeren. Het leegzuigen van de plantencellen veroorzaakt gele plekken op de bladeren.

De mijten kunnen ook schade geven doordat de plant met spinrag wordt bedekt. De bladactiviteit en de productiviteit worden hierdoor verminderd.

Volwassen spintmijten kunnen op beschutte plaatsen overwinteren en kunnen bij lage temperaturen in diapause (winterrust) gaan.
Vrouwtjes die in diapause zijn, hebben een oranje-rode in plaats van hun gebruikelijke geel-groene kleur. Eieren worden in het algemeen afgezet aan de onderkant van het blad.

Trips

De meest voorkomende en schadelijkste trips is de Californische trips (Frankliniella occidentalis). Trips heeft ongeveer 200 plantensoorten als voedselbron, waaronder chrysant. De Californische trips is voornamelijk een bloembezoeker, maar komt in chrysant ook vaak in de groeipunten voor.
De eieren kunnen worden afgezet in het blad of zelfs in de bloem (knop). De schade uit zich vooral als kleine lichte streepjes op de bloem-bladeren. Bij het uitgroeien van de gewone bladeren kunnen littekenachtige misvormingen ontstaan.

Wist u dat de trips bijna de gehele levenscyclus is gebonden aan de plant? Alleen de verpopping vindt plaats in de grond.