Pot en perkplant insectencontrole

Insectenbestrijding in pot-en perkplanten

Aardappeltopluis

Deze grote luizensoort komt op veel cultuurgewassen voor waaronder chrysant, roos, diverse potplanten en aubergine, paprika en tomaat. 

Aardappeltopluis (Macrosiphum euphorbiae) overleeft jaarrond in de rozenkas, maar kan in milde winters ook buiten overwinteren op diverse plantensoorten als kruiskruid en herderstasje. De aardappeltopluis leeft vooral aan de onderzijde van de bladeren en  op de stelen verspreid over de hele plant. De bladluis kan dus ook over de hele plant schade veroorzaken. Voor de teler is het hiernaast vervelend dat de luis grote hoeveelheden honingdauw uitscheidt. Op deze honingdauw kunnen vervolgens (roetdauw) schimmels groeien. Hierdoor worden de planten onverkoopbaar.

Onze oplossing: Pediment

Boterbloemluis

Deze grote luizensoort komt op verschillende cultuurgewassen voor waaronder pot- en perkplanten. De boterbloemluis (Aulacorthum solani) kan jaarrond in de kas overleven, maar kan ook buiten overwinteren op met name nachtschaden (Solanaceae).

De boterbloemluis verspreidt zich over de hele plant en kan dus ook over de gehele plant schade veroorzaken. De bladluis voedt zich in de neerwaartse sapstroom (floëem) en veroorzaakt dan omkrullende bladeren. Daar waar de bladluis heeft gezogen, vertonen de volgroeide bladeren geelachtige vlekken en ontstaan misvormingen aan de groeipunten. Op de honingdauw die de bladluizen uitscheiden, kunnen (roetdauw) schimmels gaan groeien. Hierdoor worden de planten onverkoopbaar.

Onze oplossingen: Pediment en Afinto

Groene perzikluis

Deze luizensoort komt op verschillende cultuurgewassen voor, waaronder pot- en perkplanten. De groene perzikluis (Myzus persicae) kan jaarrond in de kas overleven. De bladluis voedt zich in de neerwaartse sapstroom (floëem) en veroorzaakt hierdoor misvormingen aan de bladeren. Een nog groter probleem is, dat de luizen grote hoeveelheden honingdauw uitscheiden. Op deze honingdauw kunnen (roetdauw) schimmels groeien. De planten worden door deze vervuiling onverkoopbaar.

Onze oplossing: Pediment en Afinto

Katoenluis

De katoenluis (Aphis gossypii) heeft zeer veel verschillende waardplanten, waaronder diverse pot- en perkplanten. De katoenluis (Aphis gossypii) heeft zeer veel verschillende waardplanten, waaronder diverse pot- en perkplanten.

De bladluis leeft verspreid over de hele plant en kan dus ook over de hele plant veel schade veroorzaken. Tevens is bekend dat de katoenluis als verspreider van meer dan 50 plantenvirussen kan optreden. 

Daarnaast heeft katoenluis een zeer snelle ontwikkelingstijd. De verdubbelingstijd van de populatie is drie tot vijf dagen bij temperaturen tussen de 20 en 30 °C. Deze bladluizen zijn lastig om tijdig alleen door de sluipwesp Aphidius colemani te worden geparasiteerd. Een geïntegreerde of een chemische aanpak is dus noodzakelijk.

Onze oplossing: Afinto

Begonia- en cyclamenmijt

De begoniamijt (Polyphagotarsonemus latus) en cyclamenmijt (Phyotonemus pallidus) komen in meerdere gewassen voor. Ze brengen schade toe aan o.a. anthurium, begonia, bouvardia, cyclaam, delphinium, ficus, gerbera en hedera. Deze mijten behoren tot de familie van de Tarsonemidae oftewel de weekhuidmijten.

Ze zijn door hun geringe grootte nauwelijks met het blote oog waarneembaar. Ze zitten vaak geclusterd in holen en spleten van de plant. Ze voeden zich vooral op en rond de groeipunten, bloem en bladknoppen. Hierdoor verkleuren de bladeren en komen nieuwe knoppen slecht of helemaal niet uit.

Onze oplossing: Vertimec Gold

Mineervlieg

Mineervliegen hebben ongeveer 200 plantensoorten als voedselbron. De meest voorkomende mineervlieg is de floridamineervlieg (Lyriomyza trifolii) en de nerfmineervlieg (Lyriomyza huidobrensis).

De nerfmineervlieg prefereert lagere gemiddelde temperaturen dan de floridamineervlieg. Haar voorkeur gaat dan ook uit naar gewassen die rond de 20 °C worden geteeld. Het onderscheid met de floridamineervlieg is vooral terug te vinden in de vorm van de mineergangen en de kleur van de larve. De larven van de floridamineervlieg zijn geel, terwijl de larven van de nerfmineervlieg creme-wit zijn. De nerfmineervlieg dankt haar naam aan het feit dat de gangen meestal langs de grote bladnerven worden gevormd. Bij de floridamineervlieg daarentegen lopen de gangen door het hele blad, maar minder over de nerven heen.

De beschadiging van de plant bestaat uit voedingsstippen van de vrouwtjes en de mijnen die ontstaan als gevolg van het door het bladmoes heen vreten van de larven van de mineervliegen. Mijnen worden breder naarmate de larven groeien. Zij nemen meer voedsel op en produceren meer uitwerpselen, wat als een donkere lijn zichtbaar is in de mijn. Zodra de larven zijn volgroeid, verpoppen zij en komt er twee weken later (bij 20°C) een nieuwe generatie mineervliegen tevoorschijn. De poppen hangen meestal zichtbaar aan de onderzijde van het blad of vallen op de grond.

Onze oplossingen: Mainspring en Vertimec Gold

Rups

Rupsen hebben zeer veel verschillende waardplanten, waaronder diverse pot- en perkplanten en kunnen veel schade in deze gewassen aanrichten. Veel voorkomende rupsen zijn de bladrollers (onder andere Adoxophyes-soorten), de turkse mot (Chrysodeixis chalcites), Duponchelia fovealis en de floridamot (Spodoptera exigua). 

Rupsen kunnen schade veroorzaken aan bladeren, bloemen en stengels. Doordat de (nacht)vlinders zich makkelijk door het gewas verspreiden, is het moeilijk de rupsen tijdig te ontdekken en te bestrijden.

De vrouwelijke motten leggen de eitjes verspreid of in kleine groepjes in het gewas. Kort daarna komen de jonge rupsen uit en deze beginnen meteen van het gewas te vreten. In het begin eten de kleine rupsen nog niet helemaal door het blad heen en is vooral venstervraat zichtbaar. Zodra de rupsen groter worden, neemt de zichtbare schade in het gewas ook snel toe. Een rups doorloopt een aantal vervellingsstadia in haar leven, hetgeen haar in staat stelt om te groeien totdat het moment van verpoppen is aangebroken. 

De rupsen van de anjerbladroller zijn lastiger te bestrijden, omdat de kleine rupsen zich al vrij snel na uitkomst inspinnen met zijdedraden rond de bovenste bladeren of bloembladeren in het gewas. Door deze zijdedraden of opgerolde bladeren zitten de jonge rupsen verborgen en beschermd en kunnen ze ongestoord van het blad eten.

Onze oplossingen: Mainspring en Proclaim

Spint

Spint (Tetranychus urticae) is op meer dan 180 verschillende waardplanten waargenomen waaronder diverse pot- en perkplanten. Spint komt (overdag) vooral aan de onderzijde van de bladeren voor. De spintmijt doorboort met zijn scherpe monddelen de bladeren. Het leegzuigen van de plantencellen veroorzaakt gele vlekjes op de bladeren. De spintmijten kunnen ook schade geven, doordat de plant met spinrag wordt bedekt. De bladactiviteit en de productiviteit wordt hierdoor verminderd.

Eieren worden in het algemeen afgezet aan de onderkant van het blad. De volwassen spintmijten kunnen op beschutte plaatsen overwinteren en bij lage temperaturen in diapause (winterrust) gaan. Vrouwtjes die in diapause zijn, hebben een oranje/rode kleur in plaats van hun gebruikelijke geel-groene kleur. Ze eten niet of nauwelijks van de plant en zijn hierdoor minder kwetsbaar voor chemische middelen. Eieren worden in het algemeen afgezet aan de onderkant van het blad.

Onze oplossing: Vertimec Gold

Trips

De meest voorkomende en schadelijkste trips is de californische trips (Frankliniella occidentalis). Trips heeft ongeveer 200 plantensoorten als voedselbron, waaronder diverse pot- en perkplanten. De californische trips is voornamelijk een bloembezoeker, maar komt ook in de groeipunten of op de bladeren voor.

De eieren kunnen worden afgezet in het blad of evt in de bloem (knop). De schade uit zich vooral als kleine lichte streepjes op de bloem-bladeren. Bij het uitgroeien van de gewone bladeren kunnen littekenachtige misvormingen ontstaan.

Wist u dat de trips bijna de gehele levenscyclus is gebonden aan de plant? Alleen de verpopping vindt over het algemeen plaats in de grond.

Onze oplossingen: Mainspring en Vertimec Gold

Witte vlieg

Kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) komt op veel gewassen voor waaronder pot- en perkplanten. De volwassen kaswittevlieg vindt u vooral op de jongere bladeren. Ze zet haar eieren aan de onderkant van de bladeren in cirkels af.

De witte vlieg larven / nimfen voeden zich met plantensappen. Het leegzuigen van plantencellen leidt tot misvorming van het blad. Een groot probleem is dat de kaswittevlieg grote hoeveelheden honingdauw uitscheidt. Op deze honingdauw kunnen (roetdauw) schimmels groeien, waardoor  planten onverkoopbaar worden.

Onze oplossing: Afinto

Wolluis

Wolluis (Planococcus spp. en Pseudococcus spp.) heeft zeer veel verschillende waardplanten, waaronder diverse pot- en perkplanten.

Wolluis leeft verspreid over de gehele plant en heeft een verborgen levenswijze. Wolluizen danken hun naam aan het feit dat de vrouwtjes grotendeels van hun leven bedekt zijn met een wollachtige laag. Ook jongere wolluizen zitten langere tijd bij hun moeder onder deze wasachtige wollaag. Wolluizen kunnen veel schade veroorzaken, omdat ze aan plantendelen zuigen. Daarnaast kunnen wolluizen veel indirecte schade geven via de uitscheiding van was en honingdauw. Op deze honingdauw kunnen (roetdauw) schimmels groeien, waardoor de planten onverkoopbaar worden.

Onze oplossing: Afinto