Het nut van hulpstoffen

Expert Center

Ruim 17 jaar geleden begon ik bij Syngenta als technisch specialist. Eén van mijn eerste projecten was het testen van hulpstoffen. Hierbij onderzocht ik hoe deze de effectiviteit van Vertimec konden beïnvloeden. Ik noem het bewust beïnvloeden en niet verbeteren. Uit onderzoek blijkt dat dit namelijk niet altijd het geval is. Het werd ons toen al duidelijk dat de keuze van de juiste hulpstof niet altijd eenvoudig is.

Veel leveranciers van hulpstoffen claimen allerlei voordelen van hun product, terwijl ze de effectiviteit niet altijd kunnen onderbouwen met testresultaten. Wij vinden het belangrijk dat we het nut van de toevoegingen goed onderbouwen om zo de juiste adviezen in de markt te geven.

Waarom hulpstoffen?

In Nederland zijn er op dit moment 151 (!) hulpstoffen geregistreerd bij het CTGB. Je vraagt je misschien af waarom Syngenta dan heeft geïnvesteerd in deze producten? Het antwoord is simpel. In de huidige tijd moeten alle beschikbare technieken die er bestaan worden ingezet om de effectiviteit van de bespuitingen te optimaliseren. Niet alleen om de ziekte of plaag zo goed mogelijk te bestrijden, maar zeker ook om emissies te beperken voor het milieu. Hoe beter het effect van een bespuiting, hoe minder stoffen we hoeven te spuiten. Het risico dat er middelen in het milieu terechtkomen is dan minder. Het juiste gebruik van hulpstoffen past dus perfect in de duurzame strategie van Syngenta.

Hulpstoffen gebruiken kent ook risico’s

Soms merk ik dat telers hulpstoffen meespuiten met het idee, ‘baat het niet dan schaadt het niet’. Dit klopt niet helemaal. Het gebruiken van hulpstoffen kent zeker ook risico’s. Zo kan bijvoorbeeld meer opname van een middel positief zijn voor de effectiviteit van het middel. Maar het geeft ook een groter risico op gewasschade. Een goede afweging maken is dus belangrijk.

De keuze van een hulpstof is afhankelijk van een aantal aspecten:

  • Eigenschap van het middel: is het middel systemisch of moet het juist op het blad blijven?
  • Eigenschap van de ziekte of plaag: waar voedt deze zich?
  • Spuittechniek: watervolume, druk en doppenkeuze hebben grote invloed op het gedrag van een hulpstof en tankmix.
  • Eigenschap van de hulpstof: zorgt deze voor een betere bedekking, opname of beide?

Een voorbeeld uit de praktijk met hulpstoffen

Een goed voorbeeld uit de praktijk is het gebruik van hulpstoffen bij Mainspring. Dit middel heeft een toelating tegen trips, mineervlieg en rupsen. Iedere plaag vraagt net weer een andere aanpak:

  • Rupsen

Hier is geen hulpstof nodig, omdat Mainspring zeer effectief is en de meeste rupsen voldoende middel binnen krijgen.

  • Trips

Een betere opname van de stof is niet nodig, doordat tripsen slechts oppervlakkig voeden. Door de toevoeging van lokfructose wordt de werking van Mainspring aanzienlijk beter.

  • Mineervlieg

De larven van de mineervlieg voeden zich diep in het blad. Daarom is het belangrijk dat Mainspring goed wordt opgenomen om resultaat te zien. Door de opnameverbeteraar Assist M36 toe te voegen wordt het effect sterk verbeterd.

Hulpstoffen van Syngenta: Elasto G5, Atplus UCL1007 en Assist M36

Door deze aspecten goed af te wegen, leveren hulpstoffen een grote bijdrage aan de effectiviteit van een bespuiting. Syngenta heeft veel ervaring met hulpstof combinaties. Deze producten blijven wij testen op verschillende gewassen en in diverse combinaties.

In de komende blogs zal ik meer uitleg geven over hoe hulpstoffen het beste kunnen worden gebruikt, wat de invloed is van een goede spuittechniek en welke resultaten we zien in de proeven en uit de praktijk.

Gewasbescherming wordt steeds complexer, maar door het inzetten van de juiste technieken en middelen blijven we optimaliseren. Ook streven we altijd naar een minimale belasting van het milieu. Voor vragen neemt u direct contact met mij op.

Author

Marcel Hubers
Marcel Hubers