Kan ik ziekten en plagen in de toekomst nog goed blijven bestrijden? | Syngenta Nederland

You are here

Kan ik ziekten en plagen in de toekomst nog goed blijven bestrijden?

Expert Center
01.06.2020

Deze week heb ik nagedacht over ziekten & plagen en hun toekomst. We zijn dagelijks in de weer om de gewassen zo goed mogelijk te laten groeien en ziekten en plagen te weren;  een steeds smaller wordend middelenpakket helpt daar niet bij!Regelmatig wordt de vraag gesteld "waarom hebben we nog geen nieuw insecticide klaar?" of “zit er nog wat nieuws aan te komen?”… Geloof mij als ik zeg dat wij, en de rest van de industrie, het echt wel proberen. 

De gereedschapskist die leeg raakt...

Met het beperkte aantal toegelaten middelen waarover we beschikken, wordt het risico van het opbouwen van resistentie steeds meer realiteit. We hebben natuurlijk allemaal wel eens ervaring gehad met een plaag of ziekte die bijna niet onder controle te krijgen was met een bepaald middel. Zelfs bij concentraties of hogere watervolumes per hectare was het effect nog te gering. Producten met een andere werkingsmechanisme konden daarna vaak wonderen verrichten. Dit komt natuurlijk doordat de werking van producten die te vaak worden ingezet, kan afnemen. Maar hebben we tegenwoordig nog wel zoveel producten met een ander werkingsmechanisme? Hier kunnen biologische bestrijders, biopesticiden of “groene middelen” zeker een deel van de oplossing zijn. Eerst met biologie de plaag of ziekte preventief te lijf te gaan, en indien nodig bijsturen of ingrijpen met chemische gewasbeschermingsmiddelen. Op deze manier worden er meerdere middelen met verschillende werkingsmechanismen ingezet en wordt de kans op resistentie ontwikkeling verkleind. 

"Wat is resistentie en hoe kun je het vermijden?"

Technisch gezien, wordt resistentie door het IRAC (Insecticide Resistance Action Committee) en het FRAC (fungicide Resistance Action Committee) als volgt gedefinieerd:Een erfelijke verandering in de gevoeligheid van een populatie die tot uiting komt in het herhaaldelijk falen van een product om het verwachte controle niveau te bereiken bij gebruik volgens etiket voor de getestte plaag.Of minder formeel…Wanneer een populatie insecten niet langer onder controle kan worden gehouden met een dosering van een insecticide die in het verleden een effectieve bestrijding zou hebben opgeleverd. In onze vorige blog hebben we het over trips gehad.  Bij plagen zoals trips, met een korte levenscyclus, kan resistentie zich gemakkelijker ontwikkelen dan in andere plagen met een langere levenscyclus zoals sommige rupsensoorten. Wat nog belangrijker is, hoe kun je resistentie voorkomen?

  1. Wanneer u producten regelmatig gebruikt, wissel dan af met producten met een ander werkingsmechanisme; gebruik een bepaald middel in ieder geval niet langer dan de duur van een levenscyclus van de te bestrijden ziekte of plaag
  2. Werk met een geïntegreerde aanpak / strategie, inclusief biologische bestrijders, biopesticiden en/of “groene middelen”
  3. Raadpleeg onze Crop advisors of uw leverancier met welke producten u kunt afwisselen

Hoe weet je of je een resistente populatie hebt?

  1. Slechts een deel van de populatie wordt gedood door het gewasbeschermingsmiddel (gevoelige individuen)
  2. Een deel van de insectenpopulatie wordt ongevoelig voor middelen uit dezelfde groep  (resistente individuen)
  3. Deze ongevoelige populatie reproduceert en geeft de eigenschap door aan de volgende generatie

Resistentie ontwikkeling in de loop van de tijd

Hieronder is een eenvoudige grafische weergave van hoe resistentie van insecten kan ontstaan. Opbouw van resistentie is iets wat niemand graag wil zien. 

Dus, wat leren we hiervan?

Het wordt steeds lastiger om met het huidige middelenpakket ziekten en plagen effectief te bestrijden. Des te belangrijker is het om het huidige pakket aan toegelaten middelen in de benen te houden, door:

  • Gebruik van geïntegreerde bestrijdingsstrategieën
  • Zorg voor optimale toepassingstechniek
  • Volg het wettelijk gebruiksvoorschift:
    • Verlaag de dosering niet
    • oolg de aanbevolen intervallen en het aantal toepassingen op
    • Gebruik het aanbevolen watervolume
  • Ken het werkingsmechanisme van het middel (of laat u informeren) en wissel af met middelen met een ander werkingsmechanisme tussen opeenvolgende generaties\