Trips zijn kleine wezens | Syngenta Nederland

You are here

Trips zijn kleine wezens

Expert Center
22.05.2020

Trips… wie kent hem niet… je zou er bijna een kinderliedje over kunnen schrijven… iedereen kent immers dit insect wel onder de naam “onweers- of donderbeestjes” …. Wereldwijd zijn er zo’n 7400 soorten bekend, maar gelukkig zijn ze niet allemaal even schadelijk voor onze gewassen. In de glastuinbouw komen we deze kostgangers al enkele decennia tegen. De tripssoorten die in de tuinbouwgewassen schade veroorzaken, behoren allemaal tot dezelfde familie. Trips is een slank insect met langwerpige, gerafelde vleugels en unieke asymmetrische monddelen. De meeste zijn slechts 0,5 tot 1,4 mm lang; ontzettend klein dus. Met name Californische trips, Frankliniella occidentalis, is geografisch wijd verspreid, zeer polyfaag, en kan in korte tijd veel gewasschade veroorzaken. Daarnaast is deze tripssoort in staat bepaalde virussen, met name TSWV, over te brengen. Californische trips kan dus snel voor veel economsiche schade leiden

in deze blog wil ik de verschillende soorten trips met u verkennen.

De meeste tripssoorten zijn onschuldig, sommige zijn zelfs predatoren, maar slechts een kleine groep van ca. 20 soorten kunnen voor grote problemen zorgen…. Tripsen voeden zich met plantensappen door gaatjes in de cellen te maken en de inhoud te verorberen. De volwassen tripsen prikken, maar larven schrapen, dit geeft een typisch schadebeeld. Onder gunstige omstandigheden kunnen tripsen zich in rap tempo vermenigvuldigen en zowel passief als actief, snel door de kas en het gewas verspreiden… met alle gevolgen van dien…

Symptomen

Volwassenen tripsen voeden zich voornamelijk met bloemen en stuifmeel, maar voeden zich ook met stengels, vruchten en bladeren van planten. Door het aanprikken of schrapen en het leegzuigen van de plantencellen, onstaan zilvergrijze vlekken met de kenmerkende zwarte puntjes (uitwerpselen). In een later stadium verdrogen deze “wonden” en kleuren deze bruin. Is de aantasting aanzienlijk, dan kunnen de aangetaste plantendelen zelfs verdrogen. Worden de groeipunten of andere plantendelen in een vroeg stadium aangeprikt, dan kan dit leiden tot beschadigingen en misvormingen. Afhankelijk van de tripssoort en de populatiedichtheid, kan de aantasting de groeikracht van de plant negatief beïnvloeden, de groei verstoren en de sierwaarde van de plant verder verlagen. Wonden veroorzaakt door trips kunnen de weg vrijmaken voor andere ziektes, bijvoorbeeld Botrytis. Verder zijn bepaalde tripssoorten in staat om virussen over te dragen: een bekend virus is bijvoorbeeld Impatiens Necrotic Spot Virus (INSV) en zeker ook TSWV, oftewel tomatenbronsvlekkenvirus.

Wat zijn de belangrijkste soorten?

Frankliniella occidentalis, Thrips tabacii, Echinothrips americanus en thrips setosus zijn de belangrijkste. F. occidentalis is de meest voorkomend in sierteeltgewassen.

Waarom is het Frankliniella occidentalis een probleem in glasteelten?

De voornaamste reden dat F. occidentalis in glasteelten ons grootste probleem is, is simpelweg vanwege de snelheid waarin trips onder deze omstandigheden kan ontwikkelen. De kortste levenscyclus, is bij een temperatuur van ongeveer 30°C, maar zelfs vanaf 15°C is er al ontwikkeling. Het feit dat we jaarrond deze gunstige omstandigheden in de kas “creëren”, zorgt ervoor dat er meerdere generaties per jaar kunnen ontwikkelen.

Temperatuur

15°C

20°C

25°C

30°C

35°C

Levenscyclus (dagen)

45.8

28.4

15.2

10.9

11.4

Sterfte cijfer (%)

13.7

13.2

8.9

10

27.1

Aantal uitgekomen eieren

50.5

125.9

135.6

42

5.1

66.6% vrouwelijk

33.63

83.92

90.39

28

3.4

(133,6 eieren per vrouwtje bij 25 ° C en 228,6 eieren per vrouwtje bij 27,2°C; Robb, 1989)

De F. occidentalis voedt zich bij voorkeur met bloemen in plaats van met bladeren. De aanwezigheid van stuifmeel stimuleert de eileg tot wel 4x. In een normale situatie produceert het vrouwtje 2/3 vrouwtjes en 1/3 mannetjes. Dit is anders dan T. tabacii waar 98% van de eieren meestal vrouwelijk zijn.

Trips levenscyclus

Een trips doorloopt in zijn leven zes stadia, namelijk een eistadium, twee larvenstadia, een voorpop- en een popstadium en uiteindelijk een volwassen stadium. Niet alle toegelaten middelen en biologische bestrijders werken even goed op alle stadia. Eieren en popstadia van trips voeden zich niet, dus middelen die opgenomen dienen te worden, zullen weinig effectief zijn. daarnaast kunnen tripsen goed wegkruipen in groeipunten en bloemknoppen, wat het raken met contactmiddelen bemoeilijkt. Sommige middelen en bestrijders dienen dus meer preventief ingezet te worden, terwijl andere middelen het best ingezet kunnen worden bij een hogere plaagdruk of bepaalde fase in de teelt en/of seizoen.

Dus, wat leren we hiervan?

Monitoring en in een vroege stadium starten met de bestrijding is van cruciaal belang om deze plaag snel onder controle te krijgen en te houden. Dit wisten we eigenlijk al, maar het is des te meer belangrijk dit insect tijdig te herkennen alsmede de levenscyclus van trips te weten; de keuze van de middelen en de strategie hangt nl af van welk stadium van de trips je wilt bestrijden.