You are here

Website banner

Fusarium culmorum

Inleiding

Dit is een uiterst belangrijke door de bodem overgedragen ziekte bij uien. Er zijn verschillende soorten Fusarium. Fusarium Culmorum treft vooral prei en knoflook.

 

Geografische verspreiding

Fusarium bolrot is een groot probleem in uien over de hele wereld. In het Verenigd Koninkrijk komt het de afgelopen jaren steeds vaker voor.

 

Symptomen en diagnose

De eerste symptomen zijn gewoonlijk vergeling en afsterven van het blad en verwelking van de plant. Aangetaste wortels zijn lichtbruin of roze van kleur. Na aantasting van de wortels ontstaat er geleidelijk rot op de bolbodem. In eerste instantie ziet de bolbodem er waterig en bleekbruin uit, maar blijft deze nog stevig. De rot verspreidt zich vervolgens verder in de bol, met ernstige zachtrot van de vlezige rokken tot gevolg. Wanneer het inwendige van de bol is aangetast, is aan de buitenkant op de bolbodem gewoonlijk een wit schimmelpluis zichtbaar. Bij een lichte infectie is de aanwezigheid van fusarium soms pas zichtbaar nadat de bollen enige tijd zijn opgeslagen.

Fusarium culmorum treft knoflook en prei en veroorzaakt wortelrot en schade aan de bolbodem. In prei zijn de symptomen ook rozekleurige laesies op de bladscheden van volwassen planten en het afsterven van zaailingen.

 

Voorwaarden voor ziekteontwikkeling

Besmette grond is doorgaans de belangrijkste besmettingsbron van Fusarium. Pathogenen worden tevens via zaden overgedragen en kunnen zich verspreiden via plantuien, -sjalotten en -knoflook. Ze kunnen vele jaren overleven door middel van chlamydosporen of in andere gewassen en onkruid. De chlamydosporen kiemen in reactie op exudaten van uienwortels en dringen de fijne wortels binnen. Ze verspreiden zich via de wortels naar de wortelplaat, om zich vervolgens naar de vlezige rokken te verspreiden. Fusarium oxysporum veroorzaakt weinig schade bij temperaturen onder de 15°C en wordt gestimuleerd door hoge temperaturen; de optimale temperatuur ligt tussen 25 en 28°C. De schade aan gewassen hangt af van de mate van besmetting van de bodem, hoge temperaturen en de gevoeligheid van de geteelde variëteiten. Fusarium-soorten kunnen wonden en door plagen veroorzaakte beschadigingen koloniseren en binnendringing van secundaire rottingsorganismen in de aangetaste planten faciliteren. Overdracht via zaden is in zekere mate mogelijk en dit kan belangrijk zijn wanneer zaailingen in modulebakken worden gekweekt, hoewel hiervan in de literatuur niet vaak melding wordt gemaakt. Inoculatie via zaden kan op langere termijn een belangrijke rol gaan spelen wanneer er nieuwe productiegebieden bijkomen en zich nieuwe rassen van het pathogeen ontwikkelen.

 

Impact en belang

Ernstig aangetaste planten zijn onverkoopbaar en andere besmette planten hebben een lage opbrengst. Beheersmaatregelen worden vooral gezocht in het gebruik van resistente variëteiten en gewasrotatie. Fusariumpathogenen zijn lastig te bestrijden en gewasrotatie is slechts beperkt effectief aangezien ze langdurig kunnen overleven in de bodem. Hygiënemaatregelen zijn nodig om verspreiding van besmette grond naar andere velden en boerenbedrijven te beperken en te voorkomen dat voor vermeerdering gebruikte kassen worden besmet via grond. Er bestaat enige belangstelling voor het gebruik van fungiciden en bodemaanpassingen als bestrijdingsmaatregel voor besmette velden. Zaadbehandelingen kunnen helpen het zaad te ontsmetten, maar de voordelen daarvan zijn niet gekwantificeerd. Het is onwaarschijnlijk dat ze verspeende planten zullen beschermen tegen inoculatie via de bodem.

Apron® XL