Peronospora farinosa | Syngenta Nederland

You are here

Website banner

Peronospora farinosa

Inleiding

Valse meeldauw wordt algemeen beschouwd als de belangrijkste ziekte in spinazie. De belangrijkste bestrijdingsmethode werd altijd gezocht in genetische resistentie, maar in recente jaren zijn er steeds nieuwe rassen bijgekomen die de productie bedreigen.

 

Geografische verspreiding

Er zijn wereldwijd problemen met valse meeldauw. Er kunnen enkele verschillen bestaan tussen de rassen in verschillende landen, maar het is vrijwel onvermijdelijk dat nieuwe rassen zich over de hele wereld zullen verspreiden.

 

Symptomen en diagnose

De eerste tekenen van valse meeldauw zijn onregelmatig gevormde lichtgroene of gele vlekken. Aan de achterkant van het blad is paarsachtige schimmelvorming zichtbaar, soms ook op de voorkant van het blad als sprake is van vochtige omstandigheden. De laesies in het blad nemen toe in omvang en verbleken. Bij ernstige aantasting vervormen en krullen de bladeren om vervolgens geheel te verwelken.

 

Voorwaarden voor ziekteontwikkeling

Valse meeldauw kan worden veroorzaakt door via de bodem overgedragen oösporen en is mogelijk via zaden overdraagbaar aangezien er oösporen zijn aangetroffen in zaden. Het pathogeen kan overleven op spontaan opgekomen planten en er kan enige verspreiding plaatsvinden via melganzevoet (Chenopodium album). Gedurende het hoofdgroeiseizoen zijn via de lucht verspreide sporen van besmette gewassen de meest voor de hand liggende inoculatiebron. Ontwikkeling van de ziekte wordt bevorderd door koude, natte omstandigheden, met een snelle verspreiding bij temperaturen tussen 15 en 25 °C. Irrigatie wordt regelmatig toegepast om gewassen snel te laten groeien; het vocht dat hierdoor op de bladeren achterblijft kan problemen met valse meeldauw verergeren.

 

Impact en belang

In ernstige gevallen kan valse meeldauw producten onverkoopbaar maken. Resistente variëteiten vormden van oudsher een essentieel onderdeel van de ziektebeheersing, maar deze strategie wordt nu ondermijnd door het ontstaan van nieuwe rassen. Recente onderzoeken in de Verenigde Staten wijzen erop dat er isolaten zijn die resistentiegenen R1-14 kunnen overwinnen. Plantentelers hebben weinig nieuwe resistentiebronnen voor valse meeldauw tot hun beschikking en de verwachting is dan ook dat verliezen door deze ziekten zullen toenemen. Zaadbehandeling met metalaxyl-M kan enige bescherming bieden tegen valse meeldauw, maar er dienen andere actieve ingrediënten te worden gebruikt bij spuitbehandelingen, om het ontstaan van fungicide-resistente stammen te beperken.

Apron® XL