Phytophthora infestans | Syngenta Nederland

You are here

Website banner

Phytophthora infestans

(Oomycota: Klasse Oomycetes:

Orde Pythiales: Fam. Pythiaceae)

 

Levenswijze

Phytophthora Infestans is de meest bekende Phytophthora soort. Deze schimmel is verwant aan andere Phytophthora en Pythium soorten. Deze schimmels behoren tot de Oömyceten. Phytophthora Infestans is bekend als de gevreesde aardappelziekte.

De schimmel overleeft als mycelium in knollen en groeit door de stengel in. Wanneer de bovengrondse delen zijn bereikt worden er sporangioforen gevormd die uit de huidmondjes van stengels en bladeren naar buiten komen. Hierop verschijnen sporangiën die vrijkomen en terechtkomen op bladeren. De sporangiën kunnen ofwel direct kiemen en zo de plant infecteren ofwel zoösporen vormen die kiemen en dan de plant infecteren. De schimmel groeit in het blad tussen de plantencellen en vormt haustoriën, voedingsorganen waarmee de plantencellen worden leeggezogen. De plantencellen gaan daardoor doos en de schimmel groeit verder en vormt nieuwe sporangioforen die uit de huidmondjes naar buiten komen. Verspreiding van sporangiën vindt plaats door de wind en door de regen. Daardoor kan de schimmel zeer snel een gewas zwaar aantasten en grote verliezen veroorzaken. Zoösporen uit sporangiën die bij regen in de grond terecht komen infecteren de knollen dia lenticellen en ogen. Bij de oogst kunnen knollen ook worden geïnfecteerd als ze met de schimmel in aanraking komen.

Sinds de 80’er jaren van de vorige eeuw wordt in Nederland ook de sexuele cyclus gevonden, waarbij oösporen worden gevormd. Deze kunnen ook als primaire infectiebron dienen. De schimmel lijkt steeds agressiever te worden, wat zich uit in kortere generatietijden en meer sporenproductie. Hierdoor is de ziekte steeds moeilijker te beheersen. In tomaat wordt de schimmel overgedragen door zaad en worden zo de zaailingen geïnfecteerd.

 

Waardplanten

Aardappel, tomaat.

 

Symptomen

De schimmel veroorzaakt waterige, niet scherp begrensde vlekken met een laag wit schimmelpluis, vooral aan de onderkant van het blad. Op de bovenkant van het blad ontstaan waterige vlekken. Het midden van de plek wordt grijs-bruin en aan de rand ontstaat nieuw wit pluis. Langs de rand van de lesie is er vaak een lichtgroene zone. Op de stengels ontstaan langwerpige bruine vlekken, meestal rondom de stengel.

 

Omstandigheden

Voor sporulatie zijn gematigde temperaturen tussen 10°C en 25°C en bladnat of RV >90% nodig. De sporangiën komen vrij bij wisselende RV. De groei stopt onder 2°C en boven 27°C. De tijd tussen infectie en het verschijnen van nieuwe sporangiën is onder gunstige omstandigheden maar 3-4 dagen.

 

Teeltmaatregelen

  • Afdekken of vernietigen van afvalhopen
  • schoon uitgangsmateriaal
  • minder vatbare rassen telen
  • matige stikstofbemesting
  • tijdige loofdoding
  • drogen na inschuren

 

Bestrijding is mogelijk met toegelaten middelen uit de chemische groep van:

 

Meer curatief:

  • Chloornitriel-verbindingen + fenylamides (Folio Gold)
  • Dithiocarbamaten + fenylamides (Fubol Gold)

 

Preventief:

  • Acylpicolides + Carbamaten (fluopicolide + propamocarb)
  • Benzamides + Dithiocarbamaten (zoxamide + mancozeb)
  • Carboxylzuur-amides (Revus ea)
  • Carboxylzuur-amides + Dithiocarbamaten (oa dimethomorf + mancozeb)
  • Cyanoacetamide-oximes + Dithiocarbamaten (oa cymoxanil + mancozeb)
  • Cyanoacetamide-oximes + Strobilurines (oa cymoxanil - famoxadone)
  • Cyano-imidazolen (cyazofamide)
  • Dithiocarbamaten (oa mancozeb)
  • Dithiocarbamaten + Strobilurines (mancozeb + famoxadone)
Apron® XL