Onkruidbestrijding in maïs 2019 | Syngenta Nederland

You are here

Onkruidbestrijding in maïs 2019

Wat er voor u verandert in de maïsteelt en de onkruidbestrijding in 2019

Vanaf 2019 is na de teelt van maïs op zand- en lössgrond een vanggewas verplicht. Vaak zal voor gras als vanggewas zoals bijv. raaigras of rietzwenk worden gekozen. Het moment van inzaai en het type gras kan grote invloed hebben op de teelt en de maïsopbrengst. Ook zijn er risico’s ten aanzien van de onkruidbestrijding. Syngenta heeft hier uitgebreid onderzoek naar gedaan. Op deze pagina kunt u de bevindingen en adviezen lezen. Wij beschrijven u in het kort diverse momenten van inzaai van het vanggewas en daaronder ons advies van de onkruidbestrijding per situatie. Enkele zeer veel gebruikte bodemherbiciden zijn in 2019 niet meer toegelaten, waardoor opnieuw over de onkruidbestrijding moet worden nagedacht. Om u te helpen de juiste keuze te maken, hebben we een en ander visueel gemaakt in een beslisboom (zie ook onderaan deze pagina). Deze geeft schematisch per situatie de mogelijkheden, adviezen en risico's weer. Waar u als loonwerker rekening mee moet houden in uw planning, hebben we ook voor u onder elkaar gezet. Klik hier voor het artikel over planning maïsteelt 2019.

Alleen op zand en löss
Let op, de aangepaste teeltregels gelden alleen voor maïs op zand- en lössgrond. Op alle overige gronden veranderen de regels niet en mag u oogsten wanneer u wilt. Al is het ook dan verstandig om na de maïs indien mogelijk een vanggewas te telen.
Uitzondering voor korrelmaïs, ccm en biologische maïs
Voor korrelmaïs, ccm en biologische maïs geldt een uitzondering. In dat geval moet er uiterlijk 31 oktober een vanggewas staan. Dat zou ook mogen vanuit onderzaai, al is de vraag wat de kans op succes is, bij bijvoorbeeld korrelmaïs.

Onkruidbestrijding in maïs 2019

Terbutylazine noodzakelijk
Voor komend seizoen krijgt u te maken met forse veranderingen in het gebruik van bodemherbiciden in de maïs. Gardo®Gold en Dual Gold® zijn niet meer toegelaten op zandgronden en in grondwaterbeschermingsgebieden. Ook Akris is niet meer toegelaten. In praktijk werd in de afgelopen jaren op elk perceel de stof terbutylazine ingezet. Deze zorgt voor een goede, brede en snelle werking op onkruiden. Ook tegen ooievaarsbek, op kiemend straatgras en ter versterking op gladvingergras is terbutylazine noodzakelijk. Met de beperkingen van Gardo Gold (niet op zandgronden) en het wegvallen van Akris, is alleen Calaris nog maar aanwezig als bron van terbutylazine. Nog meer dan in het verleden zal dus Calaris moeten worden ingezet of worden toegevoegd aan de mix.

Zandzoeker-app. Wel of geen Dual Gold en Gardo Gold inzettenSyngenta geeft u de gebruiksmogelijkheden van onkruidbestrijdingsmiddelen op zandgronden en in grondwaterbeschermingsgebieden. Kijk op www.zandzoeker.nl  of dowload de app in de app-of playstore van uw telefoon. Hierin kunt u eenvoudig per perceel zien – gebaseerd op de Grondsoortenkaart 2006 als de wettelijke basis voor de classificatie van gronden – of u Dual Gold of Gardo Gold wel of niet mag gebruiken. Vanwege de forse veranderingen in de onkruidbestrijding in maïs bieden we u per perceel een advies op maat  voor de onkruidbestrijding in maïs. Wij hebben daartoe een aparte adviesmodule (Beslisboom maïs) opgenomen in de Zandzoeker app. Deze adviesmodule houdt o.a. rekening met: de diverse mogelijkheden en beperkingen die vanggewassen geven, het wel of niet mogen gebruiken van Gardo Gold en Dual Gold (beide middelen zijn niet meer toegestaan op zandgronden en in grondwaterbeschermingsgebieden), alle grondsoorten (dus ook met klei en zavel) en het al dan niet hebben van bieten of groenten als volgteelt in het jaar na de maisteelt.

Op zavel en kleigronden, of indien op zand of löss direct na de maïs een nieuwe teelt wordt ingezaaid (bijvoorbeeld wintertarwe) hoeft geen vanggewas te worden geteeld. De onkruidbestrijding op deze percelen wordt het eenvoudigst en kan in veel gevallen blijven zoals u die altijd al deed. In deze situatie liggen twee opties voor de hand als het gaat om een volledige onkruidbestrijding. Of Gardo Gold in combinatie met bijvoorbeeld Callisto® en Milagro®40. Of Calaris® in combinatie met Frontier Optima* en Milagro 40. De stof terbutylazine wordt hier verkregen vanuit of de Calaris of de Gardo Gold, die nog wel op zavel en klei mag worden ingezet. Uiteraard kan aan de middelenmix nog een specifiek middel tegen lastige breedbladigen worden toegevoegd. Bijvoorbeeld Peak® tegen kamille of Banvel® of Casper® tegen haagwinde.

Vanggewas: voor komend seizoen zijn er drie opties

Om na de teelt van snijmaïs vóór 1 oktober gras als vanggewas te hebben, zijn er drie opties. Alle opties kennen specifieke problemen en beperkingen waarmee u rekening moet houden bij uw keuze, de onkruidbestrijding, maar ook de planning van uw werkzaamheden vraagt extra aandacht.

1. Onkruidbestrijding wanneer u het vanggewas tegelijk met de maïs heeft gezaaid
Het vanggewas (bv rietzwenk) zaaien tegelijk met de maïs lijkt aantrekkelijk. Het kan in één werkgang, dus het is makkelijk en kosten besparend. En de maïs kan na 1 oktober worden geoogst. Als het gras zich goed en snel ontwikkelt geeft dit concurrentie met de maïs, wat opbrengst kost. Maar als het om de onkruidbestrijding gaat, kleven er ook risico’s en nadelen aan deze methode.
Het gebruik van specifeke grassenmiddelen en bodemherbiciden moet worden ontraden, want deze kunnen funest zijn voor het gezaaide gras. Wat dan praktisch overblijft voor de onkruidbestrijding is Calaris en een toevoegmiddel tegen breedbladige onkruiden. Met een dergelijk simpele mix is er een flinke kans op een zwakke onkruidbestrijding. Ook kunnen er veel nakiemers komen door het ontbreken van een bodemherbicide. Gebruik in dit geval altijd een maximale dosering van Calaris (1,5 l/ha) voor de beste werking en meeste nawerking. Bij vruchtopvolging kunt u de Calarisdosering halveren en aanvullen met tembotrione. Uiteraard wordt de mix hier niet sterker van omdat er dan minder terbutylazine wordt gegeven. Hoewel de keuze voor late rassen (na 1 oktober oogsten) aantrekkelijk leek uit het oogpunt van een iets zekerder, hogere opbrengst en het in één werkgang zaaien van de maïs en het vanggewas, kan een slechte onkruidbestrijding roet in het eten gooien en zorgen voor een tegenvallende opbrengst. Onkruiden nemen zoals u beslist weet veel water en voedingsstoffen weg van de maïs. Overleg als loonwerker deze risico’s vooraf duidelijk met uw telers, zodat ze hiervan op de hoogte zijn. De meest schone percelen, dus die met een lage onkruiddruk, lenen zich het beste voor het zaaien van een vanggewas tegelijk met de maïs.

2. Onkruidbestrijding bij doorzaaien gras op kniehoogte maïs
De derde methode om een vanggewas te verkrijgen is het doorzaaien van het gras op kniehoogte. Ook deze methode kent de nodige beperkingen en risico’s. Het is arbeidsintensief. Dus als loonwerker zult u maar een beperkt deel van het areaal hiermee kunnen doen. En de kosten (een extra werkgang) dient u ook te overleggen met uw telers. Ook de onkruidbestrijding is niet makkelijk bij deze methode. Hoewel het gras pas enkele weken na de onkruidbespuiting wordt gezaaid, blijkt uit onderzoek toch dat het gebruik van bodemherbiciden niet mogelijk is. Deze middelen worden ingezet om het gewas langdurig schoon te houden en geven dus nog veel nawerking op het kiemende gras. Een specifiek grassenmiddel (Milagro 40) kan wel worden ingezet, daar dit alleen maar contactwerking heeft en geen bodemwerking. Het onkruidbestrijdingsadvies en de waarschuwingen voor het doorzaaien op kniehoogte zijn vrijwel hetzelfde als bij het zaaien van het vanggewas tegelijk met de maïs. Het belangrijkste verschil is dat bij doorzaai op kniehoogte wel Milagro 40 kan worden ingezet.

3. Onkruidbestrijding wanneer u een vanggewas zaait na de oogst
Als wordt gekozen voor het vanggewas zaaien na de oogst (dus snijmaïs oogsten voor 1 oktober, wat vraagt om de keuze van een vroeg maïsras) kan voor een robuuste onkruidbestrijding worden gekozen. Houd hier in overleg met de teler rekening mee qua perceelskeuze. De precelen met de hoogste onkruiddruk en lastigste onkruidproblemen komen hier als eerste voor in aanmerking.  Als basis kan voor deze percelen voor een mix met Calaris 1 - 1,5 l/ha met Frontier Optima 1 l/ha en Milagro 40 0,6 l/ha worden gekozen. Calaris zorgt ook hier weer voor de levering van de stof terbutylazine tegen o.a. ooievaarsbek en voor een versterking op gladvingergras. Als verwacht wordt dat er een nateelt van bieten of groenten komt, halveer dan de Calaris dosering om mogelijke risico’s met nateelten te beperken en compenseer dit door een midddel op basis van tembotrione toe te voegen. Voor lastige breedbladigen, kan uiteraard nog een extra middel worden toegevoegd, bijvoorbeeld Banvel, Peak of Casper tegen haagwinde.

Administreren noodzakelijk
Alles overziend maakt de verplichting een vanggewas te hebben op zand- en lössgronden de maïsteelt en de onkruidbestrijding niet makkelijker. Tot vorig jaar kon vaak met één middelenmix het hele areaal worden gespoten. Dit jaar zal dat niet meer kunnen, omdat onderzaai of doorzaai beperkingen geeft in de te gebruiken middelen, daar anders het vanggewas niet zal kiemen of zal worden bestreden. Om te voorkomen dat u klachten krijgt dat het vanggewas niet is gekiemd of is doodgespoten, zult u een goede administratie bij moeten houden. U weet zo wat waar is gebeurd, dus welke percelen met welke middelenmix behandeld kunnen worden. En in overleg met uw telers, welke teeltmethode het beste op welk perceel kan plaatsvinden. Om uw eigen spuit- en oogstwerkzaamheden te plannen, doet u er goed aan hen ook te wijzen op de beperkingen die onderzaai of doorzaai met zich meebrengen qua onkruidbestrijding. Want zeker bij percelen met een hoge onkruiddruk is een goede onkruidbestrijding in combinatie met grasonderzaai niet gegarandeerd.

(*Frontier Optima is een geregistreerd handelsmerk van BASF)

Moeilijke breedbladige onkruiden

Hieronder vallen o.a. haagwinde, veenwortel, veelknopigen, ridderzuring en kamille.

Gladvingergras bestrijden

Sommige onkruiden zijn moeilijk te bestrijden na opkomst. Een voorbeeld hiervan is gladvingergras. In een late na opkomst toepassing vallen de resultaten vaak tegen. Een goede bestrijding is mogelijk in een zeer vroege na opkomst bespuiting (2-bladstadium) of in een bespuiting voor opkomst. Dit past vaak niet in combinatie met onderzaai van grassen (vanggewas). Ga daarom, indien mogelijk, op gladvingergraspercelen uit van een vroeg ras zodat u een normale onkruidbestrijding uit kunt voeren en het vanggewas inzaait na de oogst.