Mineervlieg, van onschuldig klein vliegje tot enorme lastpak | Syngenta Nederland

You are here

Mineervlieg, van onschuldig klein vliegje tot enorme lastpak

Expert Center
19.07.2021

De eerste aanwezigheid van mineervliegen blijft vaak onopgemerkt. Het gaat dan meestal om een enkel stipje of gangetje in het gewas en dit is niet altijd voor iedereen meteen zichtbaar. Hoe eerder mineervliegen worden waargenomen, hoe meer kans om de controle te houden. Is het waarnemen van een enkele mineervlieg dan meteen reden tot zorg? Nee, maar een gewaarschuwd mens telt voor twee dus alertheid is altijd goed. Of mineervlieg zich heel snel ontwikkelt hangt af van het type gewas, de tijd van het jaar, wel of geen inzet van natuurlijke vijanden en welke aantallen er gevonden worden.

Herkenning van mineervlieg

Om een goed plan van aanpak tegen een plaag te kunnen opstellen moet u uiteraard eerst weten waar u mee te maken heeft. Dit begint met herkenning van de verschillende stadia van de mineervlieg. Mineervliegen behoren tot de groep van Diptera net zoals vliegen en muggen. De volwassen mineervlieg veroorzaakt kleine zuigstippen, ook wel voedingsstippen genoemd, in het blad.

Wanneer zulke voedingsstippen zichtbaar zijn, zult u alert moeten zijn want hierna volgen de larven snel (bij 20°C na 3-4 dagen). In ongeveer één van de 30-50 voedingsstippen wordt een ei gelegd door het vrouwtje. Een vrouwtje legt gemiddeld ongeveer 10 eitjes per dag. Als de larve uit het ei is gekomen, begint deze meteen met eten.

 

 

De geel-bruine larven schrapen het bladmoes weg en mineren door het blad en laten steeds grotere  gangen achter. Ze veroorzaken veel schade in het gewas. Als de larven voldoende zijn gegroeid en gegeten hebben, gaan ze verpoppen en verlaten het blad. De bruine pop hangt aan het einde van een gang aan het blad of laat zich op de grond vallen. Na ongeveer twee weken (bij 20°C) komt er een volwassen mineervlieg te voorschijn die eenvoudig aan zijn zwarte lijf met  gele stip op de rug te herkennen is.Er zijn verschillende soorten mineervlieg die voor kunnen komen, maar in de meeste gewassen onder glas hebben we met de soort Liriomyza trifolii (floridamineervlieg) te maken. Dit soort is zeer polyfaag en leeft op vele waardplanten zoals bijvoorbeeld chrysanten, gerbera, tomaat, paprika en komkommer.

 

Natuurlijke vijanden van de mineervlieg

De bestrijding van mineervlieg met natuurlijke vijanden is erg succesvol in veel gewassen. Daarbij moet wel de kanttekening worden gezet dat u met voldoende aantallen en op tijd moet starten met inzetten. Daarbij moet u niet plotseling overvallen worden door invlieg. Er zijn twee soorten sluipwespen op de markt beschikbaar die het larvenstadia van de mineervlieg aanpakken. De meest succesvolle is Diglyphus isaea. Deze sluipwesp verlamt de mineervlieglarve en legt vervolgens een of meerdere eieren naast de mineervlieglarve. De mineervlieglarve dient als voedsel voor de Diglyphus en de larve ontwikkelt zich dan ook in de mineergang.

Voor veel mensen is parasitering lastig te herkennen. Een simpele truc om dit goed te beoordelen is om het blad met de mineervlieggang tegen het licht te houden waardoor de gang doorschijnend wordt en de mineervlieglarve en eventueel de diglyphuslarve goed zichtbaar worden als u gebruik maakt van een loepje. De Diglyphuslarve is herkenbaar aan zijn groen-blauwe gloed en ligt naast de mineervlieglarve.

 

Resistentiemanagement

Maar wat als u invlieg krijgt? Of de aantallen mineervlieg heeft onderschat en de schade in korte tijd behoorlijk toeneemt? Dan is het uiteraard belangrijk om een aantal gewasbeschermingsmiddelen in te zetten om de situatie onder controle te krijgen. De lijst met middelen tegen mineervlieg is de laatste jaren aardig uitgedund en dus is het belangrijk dat er goed afgewisseld wordt tussen de beschikbare producten om zo resistentie te voorkomen. Ook het gebruik van natuurlijke vijanden kan een steentje bijdrage in het voorkomen van resistentie of verminderde gevoeligheid van de gewasbeschermingsmiddelen. Belangrijk is om te weten welk middel welke IRAC code heeft zodat u niet steeds met een product met hetzelfde werkingsmechanisme terug komt.

Om het iets makkelijker te maken, hebben we een handig overzicht gemaakt van de beschikbare middelen in de markt. In dit overzicht staan de Syngenta producten met merknaam genoemd en de overige producten met naam van de actieve stof.

In het overzicht is te zien dat er maar een beperkt aantal producten beschikbaar is en dat de meeste middelen over het algemeen in een andere groep zitten. Vanwege de beperkte beschikbaarheid van middelen is het naast integreerbaarheid met de biologie ook belangrijk dat de middelen op het juiste moment optimaal worden ingezet. Het gebruik van hulpstoffen kan er voor zorgen dat het middel op de juiste plek in het gewas terechtkomt. Een goede bladbedekking, opname in het blad en indringing in het gewas is het belangrijk om snel de mineervliegaantallen naar beneden te krijgen. Zo zien we door het toevoegen van Assist M36 aan Mainspring dat er een sterk verbeterde opname van het product is in het blad, waardoor effectiviteit op de mineervlieglarven enorm verhoogd wordt. Assist M36 bestaat o.a. uit veresterde raapzaadolie en dit zorgt ervoor dat vele werkzame stoffen zoals ook Mainspring  (cyantraniliprole), makkelijker door de waslaag gaan en dieper in het blad komen en zoals in dit geval dus makkelijk door de mineervlieglarve opgenomen worden.

Door de goede integreerbaarheid is Mainspring met Assist M36 uitstekend inzetbaar om de mineervlieg onder controle te houden.

Hoe kies ik de juiste hulpstof?

Om de juiste hulpstof bij het juiste middel te kiezen en daarbij het juiste effect te behalen is een ingewikkeld proces en vaak ziet u door de bomen het bos niet meer. Om deze keuze eenvoudiger te maken heeft Syngenta de ‘hulpstoffen zoeker’ ontwikkeld.  Deze handige tool vindt u op ons Expert Center onder hulpstoffen. Mocht u hierover vragen hebben of meer willen weten, neem dan gerust contact met ons op!

Kijk ook eens naar onze video’s en blogs over hulpstoffen en spuittechniek.