Een enthousiaste teler deelt zijn ervaring
Mark en Jeroen begonnen met boeren in 2001, toen ze een maatschap aangingen met hun opa en oma en ouders. Het bedrijf had toen 22 hectare in gebruik. Al vrij vlot begonnen de broers met het kopen van grond, waardoor het bedrijf nu 135 hectare in eigendom heeft, en 5 hectare pacht. Nu hebben ze een akkerbouwbedrijf van 135 hectare met een traditioneel Veenkoloniaal bouwplan. Ze telen 35 hectare graan, 30 hectare suikerbieten en 70 hectare zetmeelaardappelen. De suikerbieten gaan naar Cosun, de zetmeelaardappelen naar Avebe en Emsland Group. Jeroen heeft daarnaast ook een agrarisch uitzendbureau.
,,Eigen grond boert ontspannen. Je hoeft niet bang te zijn dat je je bouwplan niet rond krijgt omdat je een perceel ineens onverhoeds dreigt kwijt te raken aan een ander. Het loont daarom ook om de in de grond te investeren. Je bekalkt bijvoorbeeld voor jezelf, en niet voor een ander. Zo is ook vrijwel alle grond gedraineerd. Ook belangrijk, je kent je eigen gronden, en je weet waar de sterke en zwakke punten liggen, zoals laagtes en natte hoeken.”
Mark en Jeroen zijn breed geïnteresseerd en staan open nieuwe technieken en teeltmethoden uit te proberen
Johan Kunst van toeleverancier Agriant informeerde vorig jaar bij Mark of hij wilde deelnemen aan een pilot met EasyConnect. EasyConnect is een nieuw gesloten vulsysteem voor vloeibare gewasbeschermingsmiddelen, dat op een veldspuit moet worden gemonteerd. Het maakt het gebruik van vloeibare middelen veiliger. Het dient ter vervanging van het uitgieten van middelen in een vultrechter, waarbij de kans op morsen en huidcontact met het middel groter is. Vanaf 2024 wordt een dergelijk systeem verplicht.
Net voor het spuitseizoen kwam middelenfabrikant Syngenta langs voor de EasyConnect-pilot. Tijdens het bezoek werd terloops ook gesproken over de biostimulant Quantis. Na wat doorpraten resulteerde dit bij Karstenberg in deelname in de strokenproef voor Syngenta, waarbij het effect van Quantis in zetmeelaardappelen werd onderzocht.
In 2021 heeft Syngenta proeven aangelegd bij PPO Westmaas, PPO Vredepeel, HLB Wijster, Artemis en in het Belgische Redebel. Daarnaast heeft Syngenta 27 strokenproeven aangelegd bij akkerbouwers op droogtegevoelige gronden in Noord-Nederland en in Zuid-Oost Brabant. In elk perceel werden diverse droogtesensoren geplaatst, om de droogtestress te kunnen voorspellen, waaronder de Valencosensor en de Farm21-sensor. Er zijn drie situaties onderzocht:
1) onbehandeld
2) drie bespuitingen op vaste momenten
3) spuiten op adviesmomenten, gebaseerd op de info vochtsensoren en weersvoorspelling.
Quantis blijkt in 2021 in de strokenproeven een significante meeropbrengst te geven. De gemiddelde aardappelopbrengst bij de 11 deelnemende zetmeelaardappeltelers bedroeg 38 ton per hectare, wanneer geen Quantis was toegepast. Bij eenmaal spuiten op weersvoorspelling – dit was net voor de knolzetting - bedroeg de gemiddelde meeropbrengst 7,1%. Bij driemaal spuiten op vaste momenten was de meeropbrengst 12,6%.
Karstenberg had de proef aangelegd in een 15 hectare groot perceel. Een blok van 4 hectare werd eenmaal gespoten voor het stressmoment. Een blok van 4 hectare werd driemaal gespoten op adviestijdstippen aangereikt door Syngtenta en de rest was onbehandeld.
Karstenberg is content over de proefopzet en de begeleiding. ,,Hans Buikema startte de proef, opvolger Arjan Ottens nam het later van hem over. Beide hadden kennis van zaken en waren goed toegankelijk.” De proef is uitgevoerd door studenten van de HAS uit Den Bosch, waaronder Kelly Slokker. Ook daarmee was het goed communiceren, aldus Mark.
De meeropbrengst die Quantis gaf in Karstenbergs aardappelen, was lager dan het groepsgemiddelde. Quantis gaf bij Karstenberg een meeropbrengst van 4,4%. Mark denkt dat dat komt doordat zij de kalimeststof polysulfaat toepassen, terwijl andere zetmeeltelers veelal kaliumsulfaat gebruiken. Polysulfaat bevat in tegenstelling tot kaliumsulfaat ook calcium en magnesium. Zodoende ervoer onze plot onbehandeld minder stress dan de plots onbehandeld van collega telers. De meerwaarde van Quantis is bij ons zodoende minder dan bij telers die meer basis bemesten, vermoedt Mark.
De teler vindt Quantis een gebruikersvriendelijk middel. Het is vloeibaar en goed mengbaar met fungiciden tegen Phytophthora. Je hoeft zodoende niet een extra ronde te spuiten. Groot voordeel van Quantis is ook dat het niet stinkt, zoals Narita. ,,Je hoeft dus niet bang te zijn voor reacties uit de buurt.”
Ook zo enthousiast?
Jeroen Karstenberg denkt dat landbouw zonder chemie niks wordt, maar dat de sector met plantversterkers ver kan komen om het verlies van chemie op te vangen. We moeten daarbij wel met de burger in gesprek. Groene middelen zijn minder krachtig, wat dus vaker spuiten betekent. Het zal best lastig zijn de burger ervan te overtuigen dat we, ondanks dat we in de toekomst vaker over het perceel rijden, toch milieuvriendelijker bezig zijn. Het frame van de gifspuit zit ons daarbij toch wel in de weg.”
Karstenberg wil in 2022 wel weer participeren in de Syngenta-strokenproef, want een jaar is geen jaar. Hij gaat waarschijnlijk op zijn praktijkpercelen ook Quantis toepassen, als de junimaand weer vrij droog is. Hij neigt dan naar eenmaal toepassen, net voor de knolzetting.
Je moet ook kijken naar de kosten, zeker nu. Het middel kost zo’n €15 per liter. €30 per hectare is te overzien.