Deze bodemschimmel veroorzaakt kiemplantenwegval, wortelschurft en wortelrot in suikerbieten. De zogenaamde afdraaiers zorgen voor de plantenwegval. Dit kan doorgaan tot in het 12-blad stadium. Door een sterke insnoering tussen de bietenkop en het bietenlichaam breekt deze af. In een later stadium kenmerkt de ziekte zich door schurft op de wortel. Dit zal ervoor zorgen dat er vervormingen ontstaan.
Phoma betae veroorzaakt bladvlekken, wortelrot en plantenwegval in suikerbieten en bepaalde groententeelten zoals spinazie. Phoma zorgt ervoor dat de kiemplanten wegvallen door aantasting van de worteltjes. Deze verkleuren bruin tot zwart. De schimmel komt ook tot uiting als bladvlekken. De vlekken zijn bruin en kunnen tot 2cm groot worden. In een later stadium zal dit zorgen voor vruchtrot. Hierbij zullen er zwarte vlekken en scheurtjes in de biet ontstaan. Uiteindelijk zal de biet dan ook volledig gaan rotten waardoor er
Een Pythium-aantasting is eerst zichtbaar aan de wortels. Deze vertonen rottingsverschijnselen en kleuren bruinzwart. Al vroeg in het infectieproces treedt verwelking op, de plant kwijnt langzaam en soms maar gedeeltelijk weg. Het duidelijkste symptoom is het volledig wegrotten van de wortels waarbij de schors van de wortels gemakkelijk van de wortelcylinder kan worden gestroopt. De grens tussen ziek en gezond weefsel is vaak scherp afgelijnd. De plant blijft in groei achter en het blad kan geel kleuren, omdat onvoldoende voedingstoffen
Rhizoctonia solani is lange tijd beschouwd als één van de ‘steriele schimmels’ omdat er geen sporen leken te worden gevormd. De schimmel maakt echter wel basidiosporen en behoort daarom tot de Basidiomyceten. De geslachtelijke naam is Thanatephorus cucumeris. R. solani is een wijdverspreide schimmel met een grote waardplantenreeks. De schimmel blijft lang aanwezig in besmette grond. Meestal wordt alleen mycelium gevormd. De schimmel overwintert als sclerotiën of mycelium in de grond, op gewasresten en op zaad. Het mycelium groeit op